Retributies en belastingen

Gemeentebelasting op het bouwen, her- en verbouwen van gebouwen - hervaststelling

Artikel 1.
Er wordt van 1 juni 2011  tot en met 31 december 2013  een gemeentebelasting gevestigd op het bouwen, her- en verbouwen van gebouwen.
Onder gebouw wordt verstaan :
Elk in harde materialen opgetrokken bouwwerk rechtstreeks of onrechtstreeks van een dak voorzien alsook het houten gebouw met harde materialen gedekt en zodanig opgericht dat het een bestendig karakter heeft.

Art. 2.
De belasting is verschuldigd door de houder van de bouwvergunning.
Van zodra een gebouw onder dak is, moet de houder van de bouwvergunning hiervan schriftelijk aangifte doen aan het gemeentebestuur.
Het verkopen van het op te richten of opgericht onroerend goed of een gedeelte ervan ontslaat de vergunninghouder niet van het betalen van de belasting.

Art. 3.
De belasting wordt vastgesteld als volgt :

a) 0,75 EUR per kubieke meter inhoud van het gebouw voor de gebouwen waarvan de bouwvergunning  afgegeven werd vóór 1 oktober 2007 of  bij ontstentenis van een bouwvergunning waarvan de bouwwerken aangevat zijn vóór 1 oktober 2007

b) 5,00 EUR per kubieke meter inhoud voor:
- een nieuwbouw groter dan 1 000 m³
- de uitbreiding van een gebouw,  waarvan het volume vóór de aanvang van de werken groter is dan 1 000 m³ waarvoor de bouwvergunning afgegeven werd vanaf 1 oktober 2007 of bij ontstentenis van een bouwvergunning waarvan de bouwwerken aangevat zijn vanaf 1 oktober 2007.

Art. 4.
Zijn vrijgesteld van de belasting :
a) instellingen die bij wet van belasting zijn vrijgesteld;
b) de woningen gebouwd door bemiddeling van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
c) de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen;
d) elke huisvesting die behoort tot de sociale- of tot de verzorgingssector (bejaardenhuizen, klinieken, hospitalen, dispensaria, en andere huisvestingen die behoren tot de non profit sector); 
e) het herbouwen van door oorlogsgeweld vernielde gebouwen ten aanzien van het gedeelte
dat niet als vergroting van de vernielde gebouwen kan worden aangezien ongeacht de plaats in dezelfde gemeente waar het terug wordt gebouwd;
f) de woningen gebouwd onder de voorwaarden gesteld door de Vlaamse Gemeenschap met het oog op het verlenen van premies voor de bouw;
g) de hangars waarvan het dak op pijlers rust en die geen zijwanden hebben;
h) serres, loodsen en stallingenopslagplaatsen, werkplaatsen, burelen, ateliers
i) gastenkamers:  beperkt tot drie per eengezinswoningen;
j) horeca uitbatingen;
k) de aanvragen voor stedenbouwkundige vergunning waarvoor een eenvoudige dossiersamenstelling volstaat, zoals opgesomd onder hoofdstuk II artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, zoals laatst gewijzigd bij besluit van 03 juli 2009.

Art. 5.
Wordt verstaan onder:
ééngezinswoning: woning geschikt voor de huisvesting van één op zichzelf staand afzonderlijk gezin of huishouden;
gastenkamer: de door de gemeente Knokke-Heist vergunde kamer of slaapplaats.

Art. 6.
De belastbare inhoud of de oppervlakte wordt voorlopig berekend op grond van de ingediende plannen en bepaaldelijk vastgesteld door opmeting ter plaatse vanaf de onderste vloer tot aan de bedaking.

De meting wordt gedaan langs de buitenkant der gebouwen. Gemene muren of deze die bestemd zijn om later gemeen te worden, worden in rekening gebracht voor de helft van hun dikte.

Art. 7.
Ingeval van wijziging van een gebouw, wordt de belasting berekend naar rato van het volume van het toegevoegde gedeelte.

Art. 8.
De eigendommen gelegen op de grenslijn, worden slechts belast voor het gedeelte dat op het grondgebied van de gemeente Knokke-Heist is gelegen.

Art. 9.
De belastingplichtige moet binnen de maand na het verzoek van het gemeentebestuur een waarborg stellen waarvan het bedrag gelijk is aan het vermoedelijke bedrag van de belasting.
Het vermoedelijke bedrag van de belasting wordt berekend aan de hand van de plannen die bij de aanvraag voor een bouwvergunning zijn gevoegd.
De waarborg dient gesteld vóór de aanvang van de bouwwerken.
Indien de waarborg wegens enige oorzaak ongenoegzaam wordt geacht, is de belastingplichtige op het eerste verzoek van het gemeentebestuur gehouden een nieuwe of aanvullende waarborg te stellen.
Aan de verplichting tot het stellen van een waarborg kan voldaan worden door :

1. deponeren van publieke fondsen of gelden bij openbare of private kredietinstellingen mits deze zich ertoe verbinden deze niet zonder geschreven toestemming van het gemeentebestuur te vervreemden of te gelde te maken en deze op eerste verzoek onvoorwaardelijk ter beschikking te stellen van het gemeentebestuur, ofwel

2. onder de vorm van een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankwaarborg waarbij de kredietinstellingen die de bankwaarborg verlenen zich ertoe verbinden deze niet zonder geschreven toestemming van het gemeentebestuur in te trekken of te wijzigen en desgevallend op het eerste verzoek van de gemeenteontvanger onvoorwaardelijk het bedrag van de bankwaarborg geheel of gedeeltelijk te storten in de gemeentekas.

Wanneer de belastingschuldige de belasting niet betaald heeft binnen de twee maanden na de afgifte van het aanslagbiljet dan kan de gemeenteontvanger bij de kredietinstellingen de gedeponeerde publieke fondsen of gelden opvorderen of de kredietinstellingen verzoeken het bedrag van de bankwaarborg te storten in de gemeentekas.
De waarborg wordt vrijgemaakt op verzoek van de belastingschuldige en voor zover hij de gemeentebelasting, eventueel verhoogd met nalatigheidintresten en vervolgingskosten, betaald heeft.

Art. 10.
Wanneer een gebouw onder dak is, wordt de belasting door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure  van provincie- en gemeentebelastingen.

Art. 11.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 12.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk, of via een duurzame drager worden ingediend. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de  derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

Art. 13.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek van toepassing op deze belasting voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Art. 14.
Het gemeenteraadsbesluit van  17 december 2009  houdende vaststelling van een belasting op het bouwen, her- en verbouwen van gebouwen wordt opgeheven vanaf 1 juni 2011.

Art. 15.
Van dit besluit wordt binnen twintig dagen een kopie verzonden naar de provinciegouverneur.