Subsidiereglement - Sportverenigingen

 

BESLUIT:

Artikel 1.

Het subsidiereglement op de werking van de sportverenigingen wordt vanaf 2017 als volgt vastgesteld.

SUBSIDIEREGLEMENT SPORTVERENIGINGEN

 

Algemeen

 

Artikel 1.

Dit subsidiereglement bepaalt de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan de sportverenigingen binnen de perken van de door de gemeenteraad in het gemeentebudget vastgestelde werkingssubsidie.

Art. 2.

Doelgroep: wie kan gesubsidieerd worden?

Sportverenigingen die erkend worden door het gemeentebestuur in uitvoering van het reglement op de erkenning van sportverenigingen en die een subsidieaanvraag indienen op de manier zoals dit reglement voorschrijft.

Art. 3.

Uitsluitingen: wie kan niet gesubsidieerd worden?:

  1. sportverenigingen die subsidies verkrijgen van externe gemeentelijke verzelfstandigde agentschappen (EVA).
  2. sportverenigingen die subsidies ontvangen van andere gemeentebesturen.

 

Art. 4.

Begrippen/definities:

  • Subsidiejaar: het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd en toegekend.
  • Subsidieperiode: de periode van 12 maanden voorafgaand aan 30 juni van het subsidiejaar
  • Sportvereniging: vanaf artikel 4 wordt de term “sportvereniging” gebruikt voor sportverenigingen die door het gemeentebestuur erkend zijn als sportvereniging en die een regelmatige aanvraag tot subsidie hebben ingediend gedurende het subsidiejaar. Daarenboven mogen zij niet uitgesloten zijn van subsidiëring zoals bepaald in artikel 3 van huidig reglement.
  • Erkende sportfederatie: de sportfederaties die door Vlaanderen erkend worden zoals ze voorkomen op de officiële recentste lijst van erkende sportfederaties.

Art. 5. Soorten subsidies - rubrieken

Dit reglement voorziet in volgende soorten subsidies voor sportverenigingen verdeeld over vier rubrieken:

  1. Basissubsidie
  2. Sporttechnische kwaliteit
  3. Infrastructuur
  4. Organiseren van sportevents van uitzonderlijke aard

Art. 6. Budget en krediet

In het gemeentelijk budget wordt jaarlijks voor iedere rubriek afzonderlijk een subsidiebedrag vastgesteld door de gemeenteraad.

  • Voor rubriek 1 (basissubsidie) worden subsidies toegekend op basis van garantiebedragen. Eventueel overschot van rubriek 1 kan niet naar de andere rubrieken worden overgedragen.
  • Voor rubrieken 2 tot en met 4 (sporttechnische kwaliteit, infrastructuur en organiseren van sportevents van uitzonderlijke aard) worden subsidies toegekend binnen de perken van vastgestelde bedragen in het gemeentelijk budget.

Eventuele overschotten van rubrieken 3 (infrastructuur) en 4 (organiseren van sportevents van uitzonderlijke aard) kunnen worden overgedragen naar rubriek sporttechnische kwaliteit – sub-rubriek 2.1 Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers)

Art. 7. Procedure subsidieaanvraag

De aanvraag tot subsidiëring wordt door de sportverenigingen ingediend bij de Sportdienst van het gemeentebestuur.

De aanvraag dient te gebeuren via de formulieren die door de Sportdienst ter beschikking worden gesteld langs digitale weg. Enkel wanneer het digitale platform niet toegankelijk is kunnen aanvraagformulieren op papier ter beschikking worden gesteld.

Bewijsstukken die niet langs digitale weg kunnen bezorgd worden, kunnen afgegeven worden bij de Sportdienst.

Een schriftelijk ontvangstbewijs voor fysiek ingediende bewijsstukken wordt enkel afgeleverd bij persoonlijke afgifte tijdens de openingsuren van de administratie van de Sportdienst. Voor per post verzonden bewijsstukken of buiten de openingsuren van de administratie ingediende aanvragen wordt geen ontvangstbewijs afgeleverd.

Het subsidiereglement is raadpleegbaar op de website van het gemeentebestuur en kan ook verkregen worden in de Sportdienst.

Het online aanvraagformulier wordt jaarlijks toegankelijk gemaakt voor de sportverenigingen tussen 1 mei en 30 juni van het subsidiejaar.

De sportverenigingen worden jaarlijks tijdig verwittigd vanaf wanneer precies de aanvraagformulieren kunnen worden ingevuld. In elk geval dienen de aanvraagformulieren minstens vanaf 1 juni van het subsidiejaar ter beschikking te zijn.

De subsidieaanvraag moet worden ingevuld voor 1 juli van het subsidiejaar.

Er wordt naar gestreefd dat de verdeling, toekenning en bekendmaking van de subsidies plaatsvinden voor 15 december van het betrokken jaar.

De uitbetaling van de subsidies moet gebeuren voor 31 december van het betrokken jaar.

Art. 8.Controle

Het gemeentebestuur van Knokke-Heist heeft het recht om bijkomend inlichtingen en bewijsstukken te vragen en om de nodige controle uit te voeren in verband met de toe te kennen subsidie.

Verenigingen die wensen aanspraak te maken op subsidies moeten controle op de juistheid van de gegevens toelaten en mogelijk maken.

Verantwoordelijken van de Sportdienst en/of de Sportraad kunnen controleren of de opgegeven trainers daadwerkelijk training geven zoals aangeduid op het schema (zie rubriek 2 van dit reglement).

Bij vaststelling van onregelmatigheden wordt een verslag opgesteld.

De betrokken sportvereniging krijgt de kans om de onregelmatigheid schriftelijk te verantwoorden.

Het verslag van de vaststelling van onregelmatigheid en de verantwoording door de sportvereniging wordt naar aanleiding van de subsidieberekening mee in aanmerking genomen en kan aanleiding geven tot vermindering of niet toekennen van punten.

Art 9.Sancties

Wanneer de aanvragende sportvereniging valse verklaringen aflegt, fraude pleegt, bewust verkeerde informatie verstrekt en/of controle door het gemeentebestuur verhindert, kan dat aanleiding geven tot het vervallen of terugvorderen van de toegekende subsidie en/of tot het intrekken van de erkenning van de sportvereniging.

Als de werking van de sportvereniging is gestopt voor het einde van het subsidiejaar wordt slechts dat gedeelte van de toegekende subsidie uitbetaald die overeenkomt met 1/12 van het toegekende bedrag per maand die de vereniging nog actief was tijdens de subsidieperiode.

Rubriek 1.  Basissubsidie

Art.10. Doel

Een duidelijke en eenvoudig te berekenen basissubsidie verlenen aan de erkende sportverenigingen.

Art 11. Samenstelling bedrag

Dat bedrag wordt samengesteld uit:

  1. Bedrag per sportvereniging
  2. Jeugdleden: bedrag per jeugdlid
  3. Bedrag voor verenigingen die een exclusieve G-sport-werking hebben

 

Art. 12 Criteria – voorwaarden – bewijsstukken - definities

criteria

voorwaarden en bewijsstukken

garantiebedrag

erkende sportvereniging

Gemeentelijk erkende sportvereniging en een regelmatige aanvraag ingediend gedurende het subsidiejaar.

 

200 €

 

 

 

aantal sportende jeugdleden

Ingediende lijst of bewijs van een erkende Vlaamse Sportfederatie waarbij de vereniging is aangesloten. Het aantal jeugdleden van die vereniging moet blijken uit dat bewijs.

4 € per jeugdlid met een maximum van 1.000 €

Indien geen bewijs of lijst van een erkende Vlaamse Sportfederatie wordt bezorgd: een lijst waaruit het  aantal jeugdleden kan bepaald worden met een attest van de verzekering als bewijs dat de sporters op die lijst verzekerd zijn.

 

2 € per jeugdlid met een maximum van 500 €

Exclusieve
G-sport werking binnen de sportvereniging

Exclusieve G-sportwerking aanwezig binnen de sportvereniging en de sportvereniging aangesloten bij of samenwerken met een erkende G-Sportfederatie.

 

200 €

 

Definities

  • Jeugdlid: ieder actief sportend lid van de sportvereniging dat de leeftijd van 19 jaar niet heeft bereikt op 31 december van het subsidiejaar.
  • Exclusieve G-sportwerking: exclusief wil zeggen dat de G-sporters samen in groep sporten, met of tegen elkaar. Dit kan een vereniging zijn die zich uitsluitend richt op G-sporters of een vereniging die een aparte afdeling heeft voor G-sporters en die daarvoor aangesloten is bij of samenwerkt met een van de erkende G-sport federaties.
  • Erkende G-sportfederatie: de sportfederaties die door Vlaanderen erkend worden als G-sportfederatie zoals ze ook voorkomen op de officiële recentste lijst van erkende sportfederaties.

Verduidelijkingen bewijsstukken

  • Het aantal sportende jeugdleden dient te worden bewezen aan de hand van een officieel document of digitaal bewijs dat uitgaat van de erkende sportfederatie waar de sportvereniging bij is aangesloten.

Moeten vermeld zijn: datum binnen de subsidieperiode, naam van de vereniging en aantal jeugdleden.

  • Indien het aantal jeugdleden niet bewezen wordt via een bewijs uitgaande van de erkende sportfederatie dan wordt het bedrag per jeugdlid gehalveerd op voorwaarde dat een bewijs wordt geleverd, van een verzekering, waaruit het aantal jeugdleden kan worden bepaald als bewijs dat de sporters die voorkomen op de lijst verzekerd zijn binnen de subsidieperiode.
  • Verenigingen die en aangesloten jeugdleden hebben bij een erkende sportfederatie en andere jeugdleden verzekerd hebben buiten de federatie om kunnen beide bewijsstukken indienen waarvoor een subsidie per jeugdlid wordt berekend. Elk jeugdlid kan slechts één maal meegeteld worden.
  • Het toegekende maximum voor jeugdleden kan nooit hoger zijn dan 1.000 €.
  • Exclusieve G-sportwerking: officieel bewijs te leveren van aansluiting bij of van samenwerking met een erkende G-sport federatie. Dat bewijs kan zowel digitaal als op papier worden bezorgd.

 

Rubriek 2.  Sporttechnische kwaliteit

Art. 13. Doel

Verlenen van subsidie voor het stimuleren van de sporttechnische kwaliteit van de sportverenigingen.

Met sporttechnische kwaliteit wordt bedoeld dat voor de sportieve begeleiding van de sportvereniging zo veel mogelijk een beroep wordt gedaan op professioneel gevormde en/of opgeleide sportbegeleiders (trainers en jeugdcoördinatoren).

De subsidie heeft dan ook tot doel om de sportverenigingen te ondersteunen die:

  1. inspanningen leveren om de sporttechnische kwaliteit te verhogen door te werken met gekwalificeerde trainers en jeugdcoördinatoren
  2. die aandacht hebben voor opleiding, vorming en bijscholing van die sportbegeleiders.

Speciale aandacht is er voor de begeleiders van jongeren en G-sporters binnen de sportvereniging.

Art. 14 Soorten subsidies

Om de kwaliteit van het sporttechnisch kader te stimuleren kunnen aan sportverenigingen volgende subsidies worden toegekend voor:

  1. de begeleiding door kwaliteitsvolle trainers van:
    1. volwassenen
    2. jeugd
    3. g-sporters

De ondersteuning houdt zowel rekening met het aantal als met de aard van de kwalificatie van de trainers

  1. het werken met een gediplomeerde jeugdsportcoördinator, de aard van de kwalificatie van die jeugdsportcoördinator en het aantal jeugdleden dat onder de verantwoordelijkheid van die jeugdcoördinator valt.
  2. vorming/opleiding sportbegeleiders
    1. kosten die gemaakt zijn voor het volgen van relevante cursussen en bijscholingen door trainers of jeugdsportcoördinatoren van de sportverenigingen
    2. zelf organiseren van cursussen van of erkend door de Vlaamse Trainersschool (VTS)

Art. 15. Onderverdeling krediet.

Het krediet dat is vastgesteld in het gemeentelijk budget voor rubriek 2, sporttechnische kwaliteit, wordt als volgt onderverdeeld in 3 sub-rubrieken

Sub-rubriek

% krediet

2.1          Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers

76

2.2          Werken met een jeugdcoördinator

12

2.3          Vorming en opleiding van de sportbegeleiders

12

 

Eventuele overschotten van sub-rubriek 3 (Vorming en opleiding van de sportbegeleiders) worden overgeheveld naar sub-rubriek 2.1 (Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers)

Sub-rubriek 2.1 Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers

Art. 16 Indeling sportcategorieën

Voor de toepassing van sub-rubriek 1 (Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers) worden de sportverenigingen onderverdeeld in sportcategorieën in functie van de beoefende sportdiscipline:

  1. ploegsporten: de sporten die niet op individuele basis worden beoefend.
  2. de andere sporten dan ploegsporten
  3. gevechtssporten: als overgangsmaatregel worden tot en met subsidiejaar 2019 de gevechtssporten als afzonderlijke derde categorie behouden.Vanaf 2020 worden zij ingedeeld bij de andere sporten.

Het bedrag bestemd voor rubriek 1 kwaliteitsvolle trainers wordt in principe als volgt verdeeld onder de sportcategorieën:

 

subsidiejaar

Categorieën

Vanaf 2020

Tot en met 2019

ploegsporten

50 %

50

andere sporten

50 %

37

gevechtssporten afzonderlijk

0%

13

 

Die procentuele verdeling kan, mits motivatie, aangepast worden bij de berekening van de subsidies.

Art. 17. Voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op subsidies voor de begeleiding door kwaliteitsvolle trainers

Bepalingen

Voor de beoordeling van de trainersdiploma’s wordt rekening gehouden met de referentietabellen van de Vlaamse trainersschool.

Sportgekwalificeerde trainer/sportbegeleider:

Persoon die een bepaalde kwalificatiegraad bezit: een algemeen sport-specifiek diploma (nl bachelor/regent LO of master/licentiaat LO) of een attest of diploma van of erkend door de Vlaamse trainersschool en die werkelijk training geeft aan de jeugdleden van de sportclub gedurende de subsidieperiode.

Kwalificatiegraad en aard.

De kwalificatiegraad is de graad van bekwaamheid die een trainer/sportbegeleider heeft.

De kwalificatiegraad wordt bepaald volgens de behaalde diploma’s en getuigschriften, de gevolgde cursussen, opleidingen, en dergelijke.

Enkel de kwalificatiegraden die betrekking hebben op de sportdiscipline(s) van de betrokken sportvereniging komen in aanmerking.

De kwalificatiegraden worden ingedeeld in een aantal types volgens de referentietabel en de assimilatietabel van opleidingsniveaus opgemaakt door de Vlaamse Trainersschool in verband met de trainersopleidingen.

Voorwaarden

Om aanspraak te kunnen maken op punten voor kwaliteitsvolle trainers moet een sportvereniging gedurende de subsidieperiode minstens gedurende 20 weken onder haar verantwoordelijkheid training laten geven aan de leden door sportgekwalificeerde sportbegeleiders.

Art. 18 Toekenning punten

  1. Aantal sportgekwalificeerde trainers

Voor iedere sportgekwalificeerde trainer (minstens instapniveau op tabel) die gedurende minstens 26 weken actief is als trainer in de sportvereniging gedurende de subsidieperiode worden 50 punten toegekend.

 

  1. Training/begeleiding geven aan jeugd

Voor iedere sportgekwalificeerde trainer (minstens instapniveau op tabel) die gedurende minstens 26 weken actief is als trainer in de sportvereniging en training geeft aan jeugd gedurende de subsidieperiode worden 50 punten extra toegekend

Het aantal punten kan worden verhoogd naarmate eenzelfde trainer meer dan 4 uren training per week geeft met een maximum van 20 punten per trainer op advies van de Sportraad.

 

  1. Training/begeleiding geven aan G-sporters

Voor iedere sportgekwalificeerde trainer (minstens instapniveau op tabel) die gedurende minstens 26 weken actief is als trainer in de sportvereniging en training geeft aan g-sporter(s) gedurende de subsidieperiode worden 50 punten extra toegekend

 

  1. Kwalificatiegraad van de trainers

Per sportgekwalificeerde trainer wordt bijkomend een aantal punten toegekend volgens het type waarin zij ingedeeld worden op basis van de referentietabel van de Vlaamse Trainersschool (zie artikel 17).

 

Type –opleidingsniveau volgens VTS tabellen

Punten

1 (instapniveau)

5

2

10

3

20

4

30

5

40

6

50

7

55

8

60

 

  1. Verhouding aantal trainers aantal jeugdsportleden

Voor sportverenigingen die minstens 50 jeugdleden tellen wordt het puntenaantal per jeugdtrainer verhoogd met 10 punten indien het aantal jeugdsportbegeleiders die minstens 26 weken training geven meer bedraagt dan 1 per 25 jeugdleden.

 

  1. Wanneer een trainer geen 26 weken actief is geweest tijdens de subsidieperiode kunnen de punten in verhouding tot de effectieve actieve periode worden berekend.

 

  1. Correctiefactor

Voor sportverenigingen die een kantine uitbaten worden volgende correctiefactoren toegepast op het puntentotaal:

Correctiefactor

Soort uitbating door sportvereniging

0,5

gratis gemeentelijke kantines en meer dan 101 leden

0,7

  • gratis gemeentelijke kantine en minder dan 101 leden
  • niet gratis gemeentelijke kantine
  • niet gemeentelijke kantines

 

Art. 19 Puntentelling en berekening bedrag

Berekening

  1. Voor iedere sportvereniging worden de volgens artikel 18 toegekende punten opgeteld.
  2. Per sportcategorie
    1. het totaal van de behaalde punten (zie 1 ) van alle sportverenigingen wordt opgeteld
    2. het subsidiebedrag (art 16) wordt gedeeld door het totaal van alle behaalde punten (zie 2.a). Dit vertegenwoordigt de waarde van geld van 1 punt
    3. het aantal toegekende punten (zie 1) per sportvereniging wordt vermenigvuldigd met de waarde in geld van 1 punt (zie 2.b)

Sub-rubriek 2.2 Werken met gekwalificeerde jeugdsportcoördinator

Art.20 . Doel

Om de kwaliteit van de jeugdsportbegeleiding te stimuleren kunnen ook subsidies worden toegekend wanneer de club een jeugdsportcoördinator inzet voor de coördinatie van de jeugdsportbegeleiding binnen de sportvereniging.

Art. 21. Bepaling

Jeugdsportcoördinator: een sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleider die het jeugdsportbeleid in de erkende sportvereniging coördineert op het sporttechnische, beleidsmatige en organisatorische vlak.

Art. 22. Voorwaarden

Voorwaarden waaraan een jeugdsportcoördinator moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidies volgens dit reglement:

  1. heeft een sporttechnisch diploma van minstens het niveau initiator
  2. is jeugdsportcoördinator bij een sportvereniging met minstens 20 jeugdleden
  3. besteedt gemiddeld minstens 12 uur per maand aan de coördinatie van het jeugdsportbeleid binnen de vereniging
  4. stelt een sportplan op i.v.m. de jeugdopleiding binnen de sportvereniging
  5. is bekend als aanspreekpunt voor de jeugdsportbegeleiding van de sportvereniging en wordt als dusdanig vermeld in het organogram en de interne  en externe informatie- en communicatiekanalen van de sportvereniging

Art. 23 Toekenning punten

  1. De sportvereniging die werkt met een jeugdsportcoördinator zoals omschreven in artikel 21 en 22: 50 punten

 

  1. Aard van de kwalificatiegraad

Voor een hogere kwalificatiegraad van de jeugdsportcoördinator wordt bijkomend een aantal punten toegekend volgens het type waarin die ingedeeld wordt op basis van de referentietabel van de Vlaamse Trainersschool (zie artikel 17.

Type –opleidingsniveau volgens VTS tabellen

Punten

1 (instapniveau)

0

2

10

3

20

4

30

5

40

6

50

7

50

8

50

 

  1. De jeugdsportcoördinator die geslaagd is voor een specifieke opleiding van jeugdsportcoördinator ingericht of erkend door de  Vlaamse trainersschool of waarvan het diploma daarmee gelijkgesteld wordt: 30 punten extra.
  2. Volgens het aantal jeugdleden van de sportvereniging worden volgende bonuspunten toegekend

Aantal jeugdleden

Bonuspunten

Tussen 20 en 69

Zelfde aantal als in 1

Tussen 70 en 149

1,5 x het aantal als in 1

Meer dan 150

2 x het aantal als in 1

Art. 24. Puntentelling en Berekening

Punten:

Voor iedere sportvereniging worden de toegekende punten uit artikel 23 opgeteld.

Berekening:

  1. Het aantal behaalde punten per sportvereniging wordt getotaliseerd.
  2. Het bedrag bestemd voor Werken met een jeugdsportcoördinator wordt gedeeld door het totaal van 1: dat vertegenwoordigt de waarde in geld van 1 punt.
  3. Per sportvereniging wordt het aantal toegekende punten vermenigvuldigd met de waarde in geld (zie 2).

 

Sub-rubriek 2.3 Vorming en opleiding van de sportbegeleiders

Art. 25. Volgen van cursussen of bijscholingen

Sportverenigingen kunnen deelnamekosten terugbetaald krijgen voor:

  • sportbegeleiders die een bijscholing volgen inzake de begeleiding op het sporttechnische, tactische of sociaal - pedagogische vlak.
  • jeugdsportcoördinatoren die een bijscholing volgen inzake de coördinatie van het jeugdsportbeleid in de sportvereniging op het sporttechnische, beleidsmatige, sociaal - pedagogische en organisatorische vlak.
  • sportbegeleiders of jeugdsportcoördinatoren die een bijscholing volgen omtrent aspecten van ethisch en medisch verantwoorde sportbeoefening.

Art. 26 Organiseren van opleidingen erkend door VTS

Sportverenigingen die zelf een opleiding, erkend door de Vlaamse Trainersschool, organiseren krijgen daarvoor een bedrag van 150 € per georganiseerde opleiding als de opleiding plaats heeft gevonden.

Art. 27. Berekening subsidie

  1. Per vereniging kan in één subsidiejaar voor het volgen van cursussen of bijscholingen maximum 2.500 € aan bewezen kosten in aanmerking komen
    1. Per vereniging worden de in aanmerking komende kosten uit 1 samengeteld en  eventueel verhoogd met de bedragen voor het zelf organiseren van VTS-cursussen (artikel 26)
    2. Indien het subsidiebedrag niet volstaat voor de terugbetaling van het berekende bedrag wordt het proportioneel verdeeld tussen de verschillende verenigingen op basis van de bedragen die bekomen zijn uit toepassing van punt 2.
    3. Wanneer er na verdeling van de subsidie voor sub-rubriek 3 Vorming en opleiding van de sportbegeleiders een bedrag overblijft wordt dat overgeheveld naar sub-rubriek 2.1 Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers

Art. 28 Bewijsstukken

Sportverenigingen die in aanmerking willen komen voor subsidies voor rubriek 2 van dit reglement moeten de nodige bewijsstukken indienen.

Uit die bewijsstukken moeten alle elementen blijken die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen

Voor sub-rubriek 1 Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers

  1. de diploma’s of attesten van de sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleiders
    diploma ’s die al ingediend zijn moeten niet opnieuw ingediend worden.
  2. de ingevulde tabel met het wekelijkse trainingsschema waarop duidelijk te zien is welke trainer wanneer jeugd- en andere training geeft en gedurende welke periode dat schema is toegepast.
    Voor elke gewijzigde situatie binnen het trainingsschema moet een nieuwe tabel worden ingediend.
  3. De ledenlijst van de sportvereniging
  • met aanduiding van de jeugdleden die actief participeren aan de sportactiviteiten van de sportvereniging
  • met aanduiding van de G-sportleden die actief participeren aan de sportactiviteiten van de sportvereniging
  • Indien training wordt gegeven aan g-sporters: aanduiding van de g-sporter(s) en bewijs van de beperking van de g-sporter(s)

Voor sub-rubriek 2 Werken met gekwalificeerde jeugdsportcoördinator

  1. het sporttechnisch diploma van de jeugdsportcoördinator en eventueel het specifieke diploma van jeugdsportcoördinator
    1. ledenlijst waarop de jeugdleden die actief participeren aan de sportactiviteiten duidelijk zijn aangeduid.

Eventueel kunnen ook worden opgevraagd:

  1. organogram en bewijzen van informatie- en communicatiekanalen waaruit de jeugdsportcoördinator als één van de aanspreekpunten voor de jeugdopleiding blijkt
  2. neerslag van de werking van de jeugdsportcoördinator gedurende de subsidieperiode: werkingsverslag, verslagen van vergaderingen, richtlijnen voor trainers, …
  3. het sportplan voor de jeugdopleiding opgesteld door de jeugdsportcoördinator

Voor sub-rubriek 3 Vorming en opleiding van de sportbegeleiders

  1. Volgen van cursussen en bijscholingen
  • Bewijs van het volgen van de opleiding, bedrag van de opleiding en eventueel bewijs van betaling
  1. Organiseren van opleidingen erkend door VTS
  • Bewijsstukken van organisatie van de cursus (deelnemers, lesgevers…)

De bewijsstukken in verband met cursussen moeten dateren van tijdens de subsidieperiode

Rubriek 3. Infrastructuur

 

Artikel 29. Doel

De gemeente Knokke-Heist kan infrastructuursubsidies verlenen aan de door de gemeente erkende sportverenigingen.

Het verlenen van infrastructuursubsidies heeft tot doel de kwaliteit te ondersteunen van de reguliere werking van die sportverenigingen door hun kosten voor sportinfrastructuur weg te nemen of merkelijk te verlichten.

Sportverenigingen die gestructureerde jeugdwerking hebben krijgen hierbij speciale aandacht.

Art. 30. Toepassingsgebied en vormen

Infrastructuursubsidie kan toegekend worden voor:

  1. Kosten voor huur van sportinfrastructuur of gebruik van accommodatie voor sportbeoefening
  2. Kosten voor investeringen, onderhoud en instandhouding van onroerende infrastructuur waarvoor de verenigingen zelf instaan

 

Art. 31. Onderverdeling krediet.

Het krediet dat is vastgesteld in de financiële nota van het budget voor rubriek 3 Infrastructuur wordt als volgt onderverdeeld in 2 sub-rubrieken

Sub-rubriek

% krediet

3.1          Kosten voor huur van sportinfrastructuur of gebruik van accommodatie voor sportbeoefening

50

3.2          Kosten voor investeringen, onderhoud en instandhouding van onroerende infrastructuur waarvoor de verenigingen zelf instaan

50

 

In eerste instantie wordt rubriek 3.1 Kosten voor huur van sportinfrastructuur of gebruik van accommodatie voor sportbeoefening berekend.

Eventuele overschotten van één rubriek kunnen tussen die beide sub-rubrieken worden overgeheveld als er in de andere rubriek een tekort is.

Art. 32. Indeling sportinfrastructuur voor die rubriek

Voor de toepassing worden volgende begrippen gedefinieerd.:

  1. 1.    Gemeentelijke sportinfrastructuur Knokke-Heist:

Sportinfrastructuur die in het beheer is van de gemeente, een gemeentelijke EVA of private partner

  1. 2.    Infrastructuur via concessie:
    Openbare ruimte die door een overheid of een van zijn verzelfstandigde agentschappen via concessie wordt ter beschikking gesteld

 

  1. 3.    Niet- gemeentelijke sportinfrastructuur Knokke-Heist

Sportinfrastructuur die niet in beheer is van de gemeente, een gemeentelijke EVA of private partner

Art. 33 Verenigingsaccommodatie - definitie:

De onroerende niet gemeentelijke infrastructuur (zoals bedoeld in art 32 punt 3) of de vaste constructies die door de vereniging worden gebruikt op de openbare ruimte (zoals bedoeld in art. 32 punt 2), gelegen op het grondgebied van Knokke-Heist, die een lokale vereniging of meerdere lokale verenigingen samen langdurig, permanent en in hoofdzaak in gebruik hebben, met uitsluiting van cafetaria’ s, kantines en logeerfaciliteiten.

Met langdurig, permanent en in hoofdzaak in gebruik hebben wordt bedoeld: het in gebruik hebben van de accommodatie voor de werking van de vereniging als eigenaar, ofwel met een huurcontract ofwel door een andere wettelijk aanvaarde overeenkomst.

Wordt niet beschouwd als verenigingsaccommodatie: accommodatie van of ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur die de vereniging langdurig, permanent en in hoofdzaak in gebruik krijgt door een overeenkomst met het gemeentebestuur.

langdurig, permanent en in hoofdzaak in gebruik hebben van een verenigingsaccommodatie: de accommodatie wordt voor een minimum periode van twee jaar in gebruik genomen om in aanmerking te komen voor de werkingssubsidie. Een minimumgebruik van 150 kalenderdagen per jaar wordt als permanent beschouwd. Van in hoofdzaak in gebruik hebben kan gesproken worden vanaf een verhouding 80/100

Art. 34 Gestructureerde en kwalitatieve Jeugdwerking:

Sportverenigingen die aan volgende voorwaarden voldoen, worden beschouwd als sportverenigingen met gestructureerde en kwalitatieve jeugdwerking

  1. De sportvereniging moet zijn aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie.
  2. De sportvereniging moet tijdens de subsidieperiode een minimum aantal jongeren tot en met 18 jaar tellen die zijn aangesloten.

Dit minimum wordt afhankelijk van het totaal aantal leden van de vereniging beoordeeld.

  1. De sportvereniging moet die jongeren specifieke jeugdtraining geven onder deskundige begeleiding.
  2. De sportvereniging moet blijk geven van een engagement om deel te nemen aan jeugdsportpromotiecampagnes.
  3. Sportverenigingen met meer dan 100 leden engageren zich om mee te werken aan minimum 2 jeugdsportpromotiecampagnes per jaar.
  4. Sportverenigingen met minder dan 100 leden engageren zich om mee te werken aan minimum 1 jeugdsportpromotiecampagne per jaar.
  5. De vereniging moet voor die jeugdopleiding een beroep doen op gekwalificeerde trainer(s) en gedurende minimum 20 weken per jaar minstens wekelijks jeugdtraining geven onder die deskundige leiding.
    In voorkomend geval dient die jeugdtraining per leeftijdsgroep of niveau georganiseerd.
  6. De sportvereniging moet beschikken over een jeugdcoördinator en/of een jeugdcommissie.
  7. De sportvereniging moet beschikken over een sportplan in verband met de jeugdopleiding en dat voor kunnen leggen als het wordt gevraagd.

 

Sub-rubriek 3.1 Kosten voor huur van sportinfrastructuur of gebruik van accommodatie voor sportbeoefening

Art. 35 Kosten voor huur van sportinfrastructuur of gebruik van accommodatie voor sportbeoefening

Om de kosten te verlichten voor het gebruik van sportinfrastructuur kunnen sportverenigingen gesubsidieerd worden volgens onderstaande tabel (zie art 35. 1).

Er wordt in die tabel een onderscheid gemaakt tussen de sportverenigingen met gestructureerde jeugdwerking omdat ze aan de voorwaarden voldoen uit artikel 34 en de sportverenigingen die geen gestructureerde jeugdwerking hebben.

  1. 1.    Tabel

 

soort infrastructuur (art. 32)

gestructureerde jeugdwerking(art. 5)

geen gestructureerde jeugdwerking

1. gemeentelijke

uitbating gemeente of EVA

gratis gebruik(*)

max. 40% factuurbedrag

uitbating via derden

max. 75 % maar enkel van het factuurbedrag voor het beoefenen van de eigen sportdiscipline van de sportvereniging

max. 25 % maar enkel van het factuurbedrag voor het beoefenen van de eigen sportdiscipline van de sportvereniging

2. via concessie

max. 30 % concessiebedrag

max. 15 % concessiebedrag

3. niet gemeentelijke

max. 50 % maar enkel van het factuurbedrag voor het beoefenen van de eigen sportdiscipline van de sportvereniging

max. 25 % maar enkel van het factuurbedrag voor het beoefenen van de eigen sportdiscipline van de sportvereniging

(*) gratis gebruik enkel op de terreinen van de gemeentelijke sportcentra die daarvoor in aanmerking komen volgens het gebruiksreglement

 

  1. 2.    Bijkomende voorwaarden
  • Gemeentelijke sportinfrastructuur uitgebaat door gemeente of EVA
    • De gratis ter beschikking gestelde gemeentelijke sportinfrastructuur moet via reservatie worden aangevraagd door de sportvereniging.
    • Gratis sportinfrastructuur die niet of onvoldoende wordt gebruikt zonder rechtmatige voorafgaande annulering zal worden gefactureerd aan de sportvereniging volgens de tarieven van categorie B uit in het gebruiksreglement van die sportinfrastructuur.
    • De gemeentelijke sportinfrastructuur die gefactureerd werd en die niet of onvoldoende wordt gebruikt zonder rechtmatige voorafgaande annulering, komt niet in aanmerking voor subsidie.
    • Facturen die het gevolg zijn van onvoldoende benutting voor sportverenigingen met gestructureerde jeugdwerking komen niet in aanmerking voor deze subsidie
    • Facturen voor terreinen waarop geen gratis tarief van toepassing is komen niet in aanmerking voor sportverenigingen met gestructureerde jeugdwerking
  • Gemeentelijke sportinfrastructuur uitgebaat via derden en niet gemeentelijke sportinfrastructuur
    Voor de gemeentelijke infrastructuur uitgebaat door derden en niet gemeentelijke sportinfrastructuur worden enkel kosten gesubsidieerd voor sportinfrastructuur die de sportvereniging voldoende benut. Kosten voor niet gebruikte of onvoldoende bezette sportinfrastructuur zullen niet worden gesubsidieerd.

Jaarlijks vraagt de gemeente aan de uitbaters op hoeveel gefactureerd werd per sportvereniging tijdens de subsidieperiode en welke gefactureerde sportinfrastructuur van de betrokken verenigingen niet of onvoldoende was bezet.

  1. 3.    In aanmerking komende facturen

Voor terugbetaling van kosten voor gebruik infrastructuur komen die facturen in aanmerking die dateren van tijdens de subsidieperiode

Facturen voor het forfaitair jaartarief die dateren van voor de toepassing van dit reglement komen niet in aanmerking voor subsidie omdat die reeds gesubsidieerd zijn

  1. 4.    Kredietbeperking

Er wordt naar gestreefd om de percentages van de kosten vermeld in de tabel te subsidiëren binnen de perken van de voorziene kredieten.

Indien de voorziene kredieten onvoldoende zijn om de berekende bedragen per sportvereniging te subsidiëren, zal het krediet proportioneel verdeeld worden volgens de berekende bedragen per sportvereniging.

Sub-rubriek 3.2 Kosten voor investeringen, onderhoud en instandhouding van onroerende infrastructuur waarvoor de sportverenigingen zelf instaan

Art. 36. Kosten voor investeringen, onderhoud en instandhouding van onroerende infrastructuur waarvoor de verenigingen zelf instaan

Om de kosten te verlichten voor de eigen verenigingsaccommodatie  kunnen sportverenigingen  die zelf instaan voor die accommodatie gesubsidieerd worden volgens onderstaande tabellen (zie art. 36 punten 3 en  5).

Er wordt in die tabel een onderscheid gemaakt tussen de sportverenigingen met gestructureerde jeugdwerking omdat ze aan de voorwaarden voldoen uit artikel 34 en de sportverenigingen die geen gestructureerde jeugdwerking hebben.

  1. 1.    Wat kan gesubsidieerd worden?

Voor die subsidie komen in aanmerking: kosten van werken en leveringen aan/voor de onroerende verenigingsaccommodatie die dienen voor:

  • onderhoud
  • instandhouding
  • kwaliteitsverbetering

van de verenigingsaccommodatie

De kwaliteitsverbeteringswerken moeten leiden tot een kwaliteitsverbetering op het vlak van één of meer van de volgende elementen: verbetering sportieve infrastructuur, beschikbaarheid, toegankelijkheid, inrichting van de directe omgeving, hygiëne en sanitair, isolatie, energiebesparing, bruikbaarheid, veiligheid, inbraak- en vandalismepreventie of een meer efficiënt gebruik van de natuurlijke hulpbronnen.

Uitsluiting: werken aan of voor kantines/cafetaria’s die behoren tot de verenigingsaccommodatie komen niet in aanmerking voor die subsidie.

Uitzonderingen ingeval andere subsidie werd ontvangen

  • Wanneer voor werken/leveringen zoals hierboven bedoeld reeds een andere subsidie wordt toegekend door de gemeente komen die kosten niet in aanmerking voor subsidie volgens dit reglement.
  • Wanneer voor werken/leveringen zoals hierboven bedoeld reeds een andere subsidie wordt toegekend door een andere overheid dan de gemeente komen die kosten slechts voor dat gedeelte in aanmerking dat niet werd gesubsidieerd door die andere overheid.

 

  1. 2.    Bepaling basis subsidiebedrag

Van de gemaakte kosten voor werken/leveringen zoals bedoeld in art. 36 punt 1 komen in aanmerking

  • enkel facturen die gericht zijn aan de sportvereniging
  • facturen die gedateerd zijn binnen de subsidieperiode
  • enkel bedragen zonder BTW
  1. 3.    Tabel berekening subsidie

 

Verenigingsaccommodatie

gestructureerde jeugdwerking (art. 34)

geen gestructureerde jeugdwerking

Kosten sportvereniging volgens art 7.1

Max. 80 % (zie art. 36.2)

Max. 40 % (zie art. 36.2)

 

  1. 4.    Kredietbeperking

 

Indien de voorziene kredieten onvoldoende zijn om de berekende bedragen per sportvereniging te subsidiëren, zal het krediet proportioneel verdeeld worden volgens de berekende bedragen per sportvereniging.

 

  1. 5.    Absolute maxima

 

Het toegekende bedrag per subsidiejaar kan echter nooit meer zijn dan volgende maxima

Verenigingsaccommodatie

gestructureerde jeugdwerking(art. 34)

geen gestructureerde jeugdwerking

Absoluut maximum per sportvereniging

30.000 €

12.000 €

 

Art. 37. Bewijsstukken

De sportverenigingen die in aanmerking wensen te komen voor subsidiering van kosten wegens het gebruik van sportinfrastructuur van sportcentrum Knokke-Heist, dienen van de gemaakte kosten de nodige facturen en/of bewijsstukken in te dienen.

De facturen die ingediend worden, moeten dateren van tijdens de subsidieperiode.

Rubriek 4.  Organiseren van sportevents van uitzonderlijke aard

 

Artikel 38. Doel

De gemeente Knokke-Heist kan subsidies verlenen aan de door de gemeente erkende sportverenigingen voor het organiseren van sportevents of sportevenementen van uitzonderlijke aard

Artikel 39. Voorwaarden

Sportevents of sportevenementen moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

  • het zwaartepunt van het event/evenement vindt plaats op het grondgebied van Knokke-Heist
  • de events/evenementen moeten de reguliere clubwerking overstijgen tenzij de organisatie van dergelijke events/evenementen het voornaamste doel is van die sportvereniging.
  • de aanvrager mag voor dezelfde events/evenementen geen andere subsidie van de gemeente ontvangen.
  • de events/evenementen moeten plaatsvinden tijdens de subsidieperiode.
    Wanneer de events/evenementen plaatsvinden voor het einde van de maand juli volgend op de subsidieperiode kan dat event/evenement toch nog in aanmerking worden genomen in het subsidiejaar alsof het in de subsidieperiode plaats vond. Dat event/evenement kan het jaar daaropvolgend niet meer in aanmerking komen voor subsidie.
  • Per subsidieperiode kunnen maximum 3 events/evenementen per sportvereniging in aanmerking worden genomen voor subsidie via dit reglement.

 

Artikel 40. Categorieën

De sportevents/evenementen worden ingedeeld in een aantal categorieën:

De categorieën  zullen worden beoordeeld en daarna ingedeeld op basis van volgende criteria:

  • Financiële impact voor de vereniging
  • Attractieve waarde
  • Sportieve uitstraling
  • Kampioenschappen (provinciaal – Vlaams – Belgisch – Internationaal)
  • Sportieve waarde
  • Aantal toeschouwers
  • Aantal deelnemers of deelnemende ploegen
  • Actieve en/of passieve sportbeoefening

Categorie

Omschrijving

basisbedrag

kosten

Maximum subsidie

0

Events/evenementen die niet kunnen worden aanvaard als uitzonderlijk

0 €

0 €

0  €

1

Kleinere events/evenementen

50 €

250 €

300 €

2

Middelgrote events/evenementen

100 €

500 €

600 €

3

Grote events/evenementen

150 €

1.000 €

1.150 €

4

Buitengewone events/evenementen

250 €

3.000 €

3.250 €

 

Artikel 41. Berekening subsidie

  1. Indeling in categorieën

Op voorstel van de werkgroep subsidie adviseert de Sportraad de indeling in categorieën op basis van de criteria uit artikel 40.

Bij die indeling in events kan ook overgegaan worden tot het samennemen van één of meer events van één sportvereniging om beschouwd te worden als 1 event/evenement dat dan wordt toegewezen aan 1 van de 4 categorieën.

 

  1. Berekening (zie ook tabel artikel 40)

Bij indeling in categorie 1 tot en met 4 wordt een basisbedrag toegekend per categorie.

De rest van het subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van de financiële afrekening van de events/evenementen die op die manier zijn ingedeeld in de verschillende categorieën: van elk ingedeeld event/evenement wordt het tekort tussen uitgaven en inkomsten geheel of gedeeltelijk gefinancierd.

Het ontbreken van de nodige gegevens over uitgaven en ontvangsten kan aanleiding zijn om ingedeeld te worden in categorie 0.

  1. Beperkingen
  • Het totaal toegekende bedrag per event/evenement wordt beperkt tot het maximum bedrag dat is bepaald per categorie. (zie kolom 5 van de tabel in artikel 40) waartoe dat event/evenement werd ingedeeld.
  • Indien het krediet per rubriek onvoldoende is, wordt het krediet proportioneel verdeeld op basis van de bedragen die per sportvereniging worden bekomen bij de oorspronkelijke berekening van de subsidiebedragen binnen die rubriek (zie artikel 41 punt 2).

Art. 42. Bewijsstukken

Alle bewijsstukken waarop de organisatie kan beoordeeld worden zoals :

  1. Een financieel overzicht van het georganiseerde event met de uitgaven en de inkomsten getotaliseerd
  2. Bewijsstukken (o.m. facturen) van de gemaakte uitgaven
  3. Alle bewijsstukken die kunnen bijdragen tot het beoordelen van de criteria uit artikel 40 maar in elk geval bewijstukken die kunnen helpen bij het boordelen:
  • Gaat het om een kampioenschap (provinciaal – Vlaams – Belgisch – Internationaal…)
  • Aantal toeschouwers
  • Aantal deelnemers of deelnemende ploegen
  • Andere nuttige informatie i.v.m. het georganiseerde sportevent…

Art 43. Kredietoverheveling

Indien het voorziene krediet van rubriek 4 niet volledig is uitgeput kan het restant overgeheveld worden naar rubriek 2 sporttechnische kwaliteit - sub-rubriek 2.1 Begeleiding door kwaliteitsvolle trainers

Art. 2.

Het Gemeenteraadsbesluit van 24 april 2014 houdende vaststelling van het reglement op de basiswerking van de sportverenigingen wordt opgeheven;

Het Gemeenteraadsbesluit van 24 april 2014 houdende vaststelling van het reglement op de kwaliteit van de sportverenigingen wordt opgeheven;

Het Gemeenteraadsbesluit van 24 april 2014 houdende vaststelling van het reglement tot het stimuleren van de professionalisering van de sportverenigingen wordt opgeheven;

 

Datum goedkeuring: 30 maart 2017

Datum bekendmaking: 4 april 2017

 

 

GR Besluit

 

 

 

Contact

Sportdienst Edward Verheyestraat 14 8300 Knokke-Heist

Openingsuren

050 630 480 050 630 499  Sport@knokke-heist.be