Subconcessies aan de watersportclubs 2017

 BESLUIT :

Art. 1. – Definities

bootpark: gedeelte op het strand, voorzien voor het plaatsen van zeilboten en/of motorboten

brandingsporten: elke sportactiviteit beoefend met tuigen voor brandingsporten die zee kiezen vanaf het strand met uitzondering van de vaartuigen bedoeld in artikel 37, § 1, van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981

Art. 2.

De subconcessie betreft het uitbaten van een watersportclub voor een periode van 1 jaar dus voor 2017.

Art. 3.

De duur van de subconcessie is bepaald onder het uitdrukkelijk voorbehoud dat de strandconcessie, die het bestuur bij toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1995 betreffende de strandconcessies dient te verkrijgen, verder toegestaan wordt.

In negatief geval eindigt de exploitatie van rechtswege op de datum waarop de aan het bestuur verleende concessie verstrijkt en zulks zonder dat deze voortijdige stopzetting de subconcessiehouder enig recht op schadevergoeding kan verlenen.

Art. 4.

De subconcessie kan verlengd worden voor een nieuwe termijn maximum gelijk aan de periode gelijk aan deze dat het gemeentebestuur op zijn beurt ook een concessie krijgt van de hogere overheid.

Art. 5. - Afbakening van de subconcessie

Iedere subconcessiehouder dient zich te houden aan de door de gemeente opgelegde afbakening van de zones, zoals aangeduid in de bijlagen.

Art. 6. - Afbakening van de insteekzones

Voor het in zee steken en landen met zeilbootjes en motorboten en beoefenen van brandingsporten zijn gedeelten van het strand en de zee voorzien.

  • Zone 1 - Heist.(Anemos)
    • Surfplanken: het gedeelte gelegen tussen het restant van strandhoofd nr. 51 en een denkbeeldige evenwijdige lijn 200 m oostwaarts van strandhoofd nr. 51.
    • Zeilbootjes: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr.1 en een denkbeeldige lijn 75 m westwaarts evenwijdig met het verlengde van strandhoofd nr. 1.
  • Zone 2 - Duinbergen. (RBSC Duinbergen)
    • Surfplanken: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 5 en een denkbeeldige evenwijdige lijn 75 m oostwaarts van strandhoofd nr. 3.
    • Boten: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 3 en een denkbeeldige lijn, 75 m oostwaarts evenwijdig met het verlengde van strandhoofd nr. 3.
  • Zone 3 - Het Zoute 1. (River Woods)
    • Surfplanken: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 8 (West- en Oosthinderstraat) en een denkbeeldige rechte lijn 75 m oostwaarts evenwijdig met het verlengde van strandhoofd nr. 7.
    • Boten: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 7 en een denkbeeldige evenwijdige lijn 75 m oostwaarts van strandhoofd nr. 7.
  • Zone 4 - Het Zoute 2. (RBSC Zoute)
    • Surfplanken: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 13 en een denkbeeldige rechte lijn 75 m oostwaarts evenwijdig met het verlengde van strandhoofd nr. 12.
    • Zeilbootjes: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 12 en een denkbeeldige evenwijdige lijn 75 m oostwaarts van strandhoofd nr. 12.
  • Zone 5 - Het Zoute 3. (Surfers Paradise)
    • Surfplanken: het gedeelte gelegen tussen strandhoofd nr. 13 en 14.

Art. 7. - Surfzone

Om de breedte van de zone brandingsporten aan te duiden, dient iedere subconcessiehouder op zijn kosten twee boeien te plaatsen aan de laagwaterlijn, één aan de oostkant en één aan de westkant van de zone (geen gele kleur om verwarring met de bewaakte badzones te voorkomen).

Zij worden geplaatst volgens de regels der kunst (zinkstuk, ketting en meerkabel) en worden geregeld door de subconcessiehouder nagezien en zo nodig hersteld, verplaatst of vervangen.

In het midden van iedere zone dienen de subconcessiehouders op hun kosten een houten paneel te plaatsen op het zand.  Deze borden moeten een hoogte hebben van 1,00 m en een breedte van 1,20 m.

De tekst moet luiden:

  • bovenaan de naam van de subconcessiehouder
  • onderaan een pijl met de vermelding ‘verplichte zone windsurfing’ en dat dit ‘alleen bij gehesen vlag mag gebeuren’.

In de zone voor brandingsporten is het verboden met zeilbootjes/motorboten in zee te steken of te landen.

 

Art. 8. - Zone voor zeilboten, motorboten

Motorboten zijn enkel toegelaten in de zones 1 (Duinbergen) Anemos en  2 (Duinbergen) RBSC en 3 (Het Zoute 1) River Woods.

Op de afvaartplaatsen voor zeilbootjes/motorboten mag men geen brandingsporten beoefenen.

Een bordje ‘verboden voor brandingsporten’ dient geplaatst daar waar de zeilbootjes en motorboten in zee steken en stranden.

Constructies of ruimtes op de subconcessie

Art. 9. - Paviljoenen.

Op de subconcessie mogen paviljoenen opgericht worden die dienst doen als clubhuis, kantoor en bergruimte.  Deze paviljoenen dienen in het wit geschilderd of in natuurhout opgetrokken te worden.

Art. 10. - EHBO-hulppost

Er dient op iedere subconcessie een EHBO-hulppost aanwezig te zijn.

De subconcessiehouder is verplicht om een personeelslid te hebben die in het bezit is van een EHBO brevet.

Art. 11. - Voertuigen en transport van vaartuigen

Het gebruik van voertuigen op de subconcessies is onderworpen aan een voorafgaande schriftelijke toelating van het college en van de Dienst der Kust.  Alle voertuigen vreemd aan de subconcessie dienen geweerd.

Jaarlijks moet vóór 15 februari het aantal en de aard van de voertuigen en het rollend materiaal meegedeeld worden.

De zeedijkwandelweg mag niet als parkeerplaats worden gebruikt.

De voertuigen die op het strand toegelaten zijn, moeten altijd stapvoets rijden.

De afritten van het strand moeten steeds vrij zijn om de hulpdiensten niet te belemmeren.

Op het strand mag voor het transport van de vaartuigen een net of een houten loopplank geplaatst worden. Dit mag de strandbezoekers niet hinderen of kwetsen.

Art. 12. - Surfplanken

Voor het plaatsen van surfplanken op het strand is een park voorzien van maximum 30 m diep en 30 m breed.  Op het strand dient een voldoende aantal droogrekken voorhanden te zijn.

Art. 13. - Bootparken

Zone 1 - Heist. (Anemos)

  • Een bootpark ter hoogte van de Anemonenlaan.

Zone 2 - Duinbergen.(RBSC Duinbergen)

  • Een bootpark ter hoogte van de Leeuwerikenlaan.

Zone 3 - Het Zoute 1. (River Woods)

  • Een bootpark ter hoogte van de Oosthinderstraat.

Zone 4 - Het Zoute 2. (RBSC Zoute)

  • Een bootpark ter hoogte van de Appelzakstraat.

Zone 5 - Het Zoute 3. (Surfers Paradise)

  • Geen bootpark

Art. 14. - Motorboten en zeilboten

Tussen 15 maart en 15 november mogen motorboten op het strand blijven liggen, binnen de bootparken.

Buiten deze periode mogen geen motorboten op het strand blijven liggen. Ze mogen enkel gebruik maken van voormelde afvaartplaatsen om in zee te steken.

Er mogen geen olie- of brandstofresten terechtkomen op het strand.

Art. 15. - Winterperiode

De subconcessiehouders mogen gedurende de winterperiode hun installaties laten staan, met inachtname van volgende voorwaarden:

  • de subconcessiehouder mag zijn infrastructuur gedurende de wintermaanden op eigen risico laten staan
  • hij dient een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten
  • noch het gewest noch het gemeentebestuur kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade.

Art. 16.

De duur van de subconcessie is bepaald onder het uitdrukkelijk voorbehoud dat de strandconcessie, die het bestuur bij toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1995 betreffende de strandconcessies dient te verkrijgen, verder toegestaan wordt.

In negatief geval eindigt de exploitatie van rechtswege op de datum waarop de aan het bestuur verleende concessie verstrijkt en zulks zonder dat deze voortijdige stopzetting de subconcessiehouder enig recht op schadevergoeding kan verlenen.

Uitbating van de subconcessie

Art. 17. – Openingsuren

  • § 1.         De subconcessie mag het hele jaar uitgebaat worden.
  • § 2.         Er mogen enkel activiteiten plaats hebben binnen het clubhuis van:
    • 15 maart tot en met 15 oktober tussen 7 u en 24 u.
    • 16 oktober tot en met 14 maart  tussen 10 u en 19 u.
    • § 1.         Een afwijking op deze openingsuren kan enkel mits voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.

    Art. 18. – Geluidsnormen.

    • § 1.         Definities.
      • Achtergrondmuziek: muziek die bedoeld is om niet direct of bewust naar te luisteren, maar die louter tot doel heeft sfeer verhogend te werken, om ongewenste geluiden of juist stilte te maskeren en een kalmerend effect te bereiken;
    • Evenement: een gebeurtenis van tijdelijke aard waarbij muziek, kunst, cultuur, sport, educatie, promotie of een combinatie daarvan centraal staat, een openbaar karakter heeft en vrij toegankelijk is voor het publiek en beperkt blijft tot de standplaats(en) van de uitbater(s) die de nodige toelating ertoe heeft/hebben bekomen.
    • § 2.         Volgende geluidsnormen zijn van toepassing.
      • De subconcessiehouders kunnen op hun subconcessie achtergrondmuziek produceren tussen 12 u. en  20 u.
      • De geluidsinstallatie(s) mag/mogen zich uitsluitend bevinden in of aan het clubhuis en moet(en) van die aard zijn dat de emissie uitsluitend gericht is naar de standplaats en niet naar de zeedijk.
    • Het geluidsniveau van al dan niet versterkte muziek mag nooit hoger zijn dan 80 dB(C) slow.
    • § 3.         Na een voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking bekomen worden op het bepaalde in §2, doch voor maximaal 8 gelegenheden per jaar en per uitbater.

    Procedure:

    • De aanvraag dient te gebeuren bij de evenementen coördinator, aan de hand van een daartoe voorzien formulier;
    • Het formulier “Evenementen aanvraag badkarhouders” is terug te vinden:
      • op de gemeentelijke website: www.knokke-heist.be ,via het e-loket;
      • aan het onthaal van de diverse gemeentelijke centra;
      • via e-mail: evenementen@knokke-heist.be.
      • Het ingevulde formulier dient terugbezorgd via website, e-mail, fax, of post. De referentiegegevens staan vermeld op het aanvraagformulier.
    • De aanvraag zal administratief behandeld worden door de dienst evenementen.
    • § 4.         Inbreuken op de exploitatievoorwaarden kunnen worden vastgesteld door gemeentelijke ambtenaren van minstens niveau C en leden van de lokale politie.

    Voor geluidsmetingen wordt gebruik gemaakt van een meet- en registratieapparatuur die minstens voldoet aan de nauwkeurigheidseisen gesteld voor klasse 2-meetingsinstrumenten in de NBN-normen (NBN EN 60651 – 1996). Daarbij wordt de C-weging toegepast gedurende minstens 3 minuten, dit ter hoogte van de kruin van de zeedijk aan de strandzijde en binnen de grenzen van de uitbating.

    • § 5.         De overeenkomstig §4 gedane vaststelling van overschrijding van het maximaal muziekniveau van 80 dB(C) slow wordt onweerlegbaar geacht hinderlijk te zijn voor de omliggende uitbatingen van horeca- en andere handelszaken, voor de bewoners van de appartementsgebouwen en voor de gebruikers van de zeedijk en dus geen achtergrondmuziek meer te zijn. Zij wordt geacht bewijskracht te hebben tot bewijs van het tegendeel.
    • § 6.         De uitbater mag evenmin door andere geluidsbronnen hinder of overlast veroorzaken en/of laten veroorzaken voor de omgevende handelszaken, bewoners van de appartementsgebouwen en gebruikers van de zeedijk. Dit is in zijnen hoofde een resultaatsverbintenis.

    Art. 19. – Maatregelen.

    • § 1.         Wanneer de uitbater gedurende de exploitatie inbreuken begaat op de onderhavige bepalingen, zal de toezichthoudende dienst hiervan een schriftelijk verslag overmaken aan het college van burgemeester en schepenen.
    • § 2.         Bij een eerste overtreding volgt een waarschuwing, gegeven door het college van burgemeester en schepenen of de gedelegeerde schepen. De waarschuwing zal via elektronische post bezorgd worden en per aangetekend schrijven bevestigd worden aan de betrokkene of door een bevoegd ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar.
    • § 3.         In geval van een tweede en volgende overtreding kan het college van burgemeester en schepenen één of meerdere passend geachte maatregelen opleggen, zoals een tijdelijke sluiting, het tijdelijk beperken van de openingsuren, het tijdelijk sluiten van de bar of een tijdelijk muziekverbod. Naar omstandigheden kan het college van burgemeester en schepenen deze maatregelen eveneens verbinden aan de verlenging van de subconcessie.
    • § 4.         In het geval van § 3 , zal de betrokkene per elektronische post, bevestigd door een aangetekend schrijven op de hoogte worden gebracht. Dit aangetekend schrijven kan worden vervangen door een afgifte tegen ontvangstbewijs door een gemeentelijk ambtenaar of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar en waarin worden vermeld:
    • de datum en aard van de (bij herhaling) vastgestelde inbreuk(en);
    • waar en wanneer hij van het dossier inzage kan nemen;

    de dag en uur waarop hij zal gehoord worden welke hoorzitting niet vastgesteld zal worden vóór 10 kalenderdagen verstreken zijn sedert de verzending van het aangetekend schrijven waarvan hoger sprake en welke hoorzitting zal gehouden worden door het college, of een gedelegeerd lid

  • ervan, desgewenst in aanwezigheid van een raadsman, zal gehoord worden, tenzij hij verkozen heeft voorafgaandelijk zijn verweer per elektronische post, bevestigd door een aangetekend schrijven, te laten gelden.
    • § 2.         Per elektronische post, bevestigd bij aangetekend schrijven, zal het college van burgemeester en schepenen, of het gedelegeerd lid ervan,  kennis geven van de beslissing die werd genomen. Dit aangetekend schrijven kan worden vervangen door een afgifte tegen ontvangstbewijs door een gemeentelijk ambtenaar. of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar. De betrokken uitbater dient er onmiddellijk gevolg aan te geven, bij gebreke waaraan de gemeente, op kosten van de betrokken uitbater, alle nodige maatregelen zal kunnen treffen om de sanctie dwangmatig uit te voeren, desnoods door verzegeling van toestellen of gedeeltelijke of gehele sluiting van de uitbating.
    • § 3.         Het nemen van voormelde conventioneel bepaalde maatregel(en), staat niet in de weg dat eveneens door de bevoegde overheid opgetreden wordt zo de inbreuken op de hierbij bepaalde exploitatievoorwaarden een inbreuk mochten zijn op de van kracht zijnde wetten of reglementen.

Watersporten

Art. 20.

De subconcessiehouder:

  • heeft geen exclusiviteit in de zones voor brandingsporten of in de afvaartplaatsen voor zeilbootjes/motorboten;
  • moet niet-leden, brandingsporters, zeilers of pleziervaarders met motorboten, vrij gebruik laten maken van deze afvaartplaatsen;
  • moet erop toezien dat leden én niet-leden niet met voertuigen op de subconcessie komen.  Voor het vervoer van hun boten naar de waterlijn dienen ze een beroep te doen op de plaatselijke subconcessiehouder, hiervoor kan een vergoeding gevraagd worden;
  • moet ook toezicht houden op de niet-leden.

Art. 21. - Reddingsdienst

De subconcessiehouder moet instaan voor een eigen reddingsdienst, uitgerust met minstens één reddingsboot met motor en met de nodige redders in het bezit van een brevet van redder.

Art. 22. - Signalisatie

De volgende signalisatie is verplicht:

  • een vlaggen- en seinmast ter hoogte van de vergunde zone;
  • een dagmerk op de seinmast om het verbod tot varen aan te duiden, dit door middel van een diabolo (zwarte figuur met twee kegelpunten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere);
  • een kenteken ‘verboden te baden’ om het verbod tot baden aan te duiden in de afvaartplaatsen voor pleziervaartuigen en de zones voor plankzeilen;
  • het gebruik van vlaggen of kleuren dient zo te gebeuren dat verwarring met de reddingsdiensten uitgesloten wordt.; driehoekige vlaggen in rode, groene of gele kleuren zijn verboden.

Art.23. – Brandingsporten

  • § 1.         Brandingsporten mogen enkel in de toegelaten zone beoefend worden.
  • § 2.         De brandingsporten dienen steeds op veilige afstand te blijven van strandhoofden en kunstwerken.
  • § 3.         De brandingsporten mogen zich niet verder van het strand verwijderen dan een halve zeemijl (926 m) zeewaarts van de laagwaterlijn.
  • § 4.         Het is hun verboden op enigerlei wijze de strandreddingsdiensten of om het even welke vaartuigen te hinderen.
  • § 5.         Kitesurfers dienen er bovendien over te waken dat:
    • het op- en neerlaten van de kite gebeurt op minstens 30 meter van een hindernis en zo dicht mogelijk bij de waterlijn.; in geen geval mag het op- en neerlaten van de kite gebeuren binnen de omheining van de watersportclub, in de onmiddellijke omgeving ervan, of op strandgedeelten waar zich andere strandgebruikers bevinden en waar een vallende vlieger een ernstig en onmiddellijk gevaar voor het publiek kan uitmaken.
    • ze minstens de gebruikelijke veiligheidsvoorschriften voor het kitesurfen, op het vlak van materiaal, gedragsregels en vaardigheden, opgesteld door of in samenspraak met Vlaamse Yachting Federatie (VYF) of de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW) in acht nemen.
    • § 6.         Het uitoefenen van brandingsporten wordt slechts toegelaten:
      • van zonsopgang tot zonsondergang en tijdens de uren van toezicht
      • bij helder weer

Het feit dat aan deze voorwaarden is voldaan, is te herkennen aan de groene driehoeksvlag met het silhouet van een windsurfer.

 

 

Tijdens de bewakingsuren wordt een verbod tot brandingsporten kenbaar gemaakt door een rode driehoeksvlag met het silhouet van een windsurfer.

 

 

Art.24. - Zeil- en motorboten

  • § 1.         Het toezicht is verplicht op de zeewaardigheid van de boten en op de wettelijke voorgeschreven veiligheidsuitrusting van de boten en de bemanning.
  • § 2.         In hoofdzaak moet toezicht worden gehouden op het effectief dragen van een reddingsgordel door alle opvarenden en moet worden nagegaan of minstens één van de opvarenden een minimale ondervinding heeft.
  • De boten mogen enkel in zee steken en stranden in de voorbehouden strook.
  • Ze moeten steeds op veilige afstand van strandhoofden en kunstwerken blijven, zowel bij het in zee steken en stranden, als bij het varen.
  • Buiten de gevallen van overmacht is het verboden het strand te naderen op een afstand van 200 m vanaf de laagwaterlijn, behalve in de strook voorbehouden voor het in zee steken.
    • De scheepvaart en de strandreddingsboten mogen niet worden gehinderd.
    • § 1.         Het varen met zeilbootjes en motorboten wordt slechts toegelaten:
      • van zonsopgang tot zonsondergang en tijdens de uren van toezicht
      • bij helder weer
      • bij een windkracht van minder dan 3 Beaufort (vanuit zee waaiend) of 4 Beaufort (vanuit land waaiend).
      • Het verbod tot varen wordt aangeduid door een dagmerk op de seinmast door middel van een diabolo (zwarte figuur met twee kegelpunten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere).

Art.25. - Wedstrijden

  • § 1.         Met het oog op de veiligheid van de scheepvaart mogen geen wedstrijden, sport- of ontspanningsactiviteiten in groepsverband in de Belgische territoriale zee worden gehouden of verricht, behalve met vergunning van de nautische directeur van de Dienst van het Loodswezen. Deze vergunning moet ten minste drie weken voor de vastgestelde datum worden aangevraagd. Deze ambtenaar beslist onverwijld over de aanvraag en bepaalt de voorwaarden waaronder de wedstrijden of activiteiten worden gehouden.

 

 

  • § 2.         Voor het organiseren van wedstrijden is naast de vergunning van de nautische directeur van de Dienst voor het Loodswezen ook een voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het college nodig. Deze dient aangevraagd vóór 1 mei van elk jaar, om die in te passen in de toeristische programmatie van de gemeente (zie art 17).

Art.26.

Jetski’s, jetscooters, waterscooters, andere jet- of luchtkussentuigen zijn verboden, behalve deze die worden gebruikt voor doeleinden van algemeen belang of in opdracht van de bevoegde overheid.

Clubhuis

Art.27.

  • § 1.         De verkoop van dranken is toegelaten op voorwaarde dat de subconcessie verder toegestaan wordt, die de gemeente bij toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2002 betreffende het toekennen van vergunningen voor het privatieve gebruik van het domein van de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken, dient te verkrijgen.
  • § 2.         In het clubhuis mogen naast de verkoop van dranken, enkel snacks en versnaperingen worden verkocht.
  • § 3.         De verkoop van dranken is toegelaten tijdens de uren zoals bepaald in artikel 17.  De verkoop van dranken is slechts toegelaten na 8.30 u. ’s morgens.

 

Art.28.

In het clubhuis zijn enkel activiteiten of evenementen toegelaten die rechtstreeks verband houden met de sportactiviteiten van de club.

Het is verboden om:

  • een barbecue, een kampvuur, een fuif of andere animatieactiviteiten te organiseren op de concessie;
  • activiteiten met commerciële doeleinden én voor derden te organiseren.

dit overeenkomstig de politieverordening op het strand, enhet akkoord van de Maritieme Dienst der Kust.

Ingeval van uitzonderlijke evenementen en met voorafgaandelijke aanvraag (zie art. 17) kan hiervoor door het college van burgemeester en schepenen toelating verleend worden.

Art. 29. – Afval- en nutsvoorzieningen

De uitbater dient ervoor te zorgen dat er voldoende vuilnisbakjes op zijn standplaats voorhanden zijn. Op de vuilnisbakjes mag geen reclameopdruk voorkomen.

De uitbater staat zelf in voor ophaling van zijn bedrijfsafval. Een kopie van het contract voor de ophaling dient 8 dagen voor aanvang van de exploitatie overgemaakt te worden aan het bestuur/dienst strand en concessies.

Verzameling van het afval gebeurt door gebruik te maken van ondergrondse afvalbakken die gedurende de uitbatingsperiode op de concessie mogen geplaatst worden. Indien die niet op de concessie kunnen geplaatst worden omwille van de onbereikbaarheid door de ophaaldienst, mogen deze opgesteld worden op een overeengekomen plaats met het bestuur/dienst strand en concessies.

De ophalingen/ledigingen van de ondergrondse containers mogen slechts plaatsvinden tussen middernacht en 8 u. ’s morgens.

Alle afval, inclusief glasafval, dient dagelijks van de uitbating verwijderd te worden.

Na het einde van de exploitatieperiode dient de uitbater de door het gemeentebestuur in bruikleen gegeven strandhagen tegenaan de blauwsteen ter hoogte van hun standplaats te verzamelen. Beschadigde strandhagen dienen vergoed te worden overeenkomstig de door het gemeentebestuur op te maken factuur, tenzij de beschadiging het gevolg is van overmacht of fouten van derden waarvoor de uitbater niet moet instaan.

Stroomkasten dienen steeds afgesloten te zijn, dus ontoegankelijk voor onbevoegden. Elektrische stroomkasten moeten elke 5 jaar gekeurd worden door een erkende firma. Het bekomen keuringsverslag moet overgemaakt worden aan het gemeentebestuur en Eandis om aangesloten te kunnen worden bij begin van het exploitatieseizoen.

Concessieprijs

Art. 30.

De subconcessieprijs bestaat uit een standgeld voor de inname van een subconcessie op het strand; (min de oppervlakte van de primaire doorgang van de wandeldijk naar de zee over een breedte van 4 meter)

Standgelden

Voor de bepaling van het standgeld wordt het strand van Knokke-Heist ingedeeld in drie sectoren:

  • Sector 1 :
    Strandconcessies gelegen op het strand vanaf de Swolfsstraat tot de Belgisch-Nederlandse grens.
  • Sector 2 :
    Strandconcessies gelegen op het strand vanaf de Anemonenlaan tot de Swolfsstraat.
    • Sector 3 :
      Strandconcessies gelegen op het strand vanaf de grens met Zeebrugge tot Anemonenlaan.

    Het standgeld voor het huidig dienstjaar wordt als volgt bepaald:

    Ligging

     

    Tarief per m² uitbating

    Sector 1

    0,75 EUR

    Sector 2

    0,50 EUR

    Sector 3

    0,25 EUR

    Per subconcessie wordt een vrijstelling van het standgeld toegekend voor vijf strandcabines met elk een oppervlakte van maximaal 4 m².

    Art. 31. - Betalen van de concessievergoeding.

    De stranduitbaters dienen de concessievergoeding te vereffenen ten laatste 30 dagen na factuurdatum, door overschrijving op reknr. BE65 0910 1212 2096 van het gemeentebestuur.

    Ingeval van niet betaling binnen de gestelde termijn leveren de verschuldigde bedragen van rechtswege en zonder verdere aanmaning ten voordele van het gemeentebestuur verwijlintresten op berekend naar rata van het aantal dagen vertraging (kalenderdagen), tegen het gewoon tarief der voorschotten in rekening courant vastgesteld door de nationale bank en geldig op de twintigste dag van de voorafgaande maand aan deze waarin de vertraging optreedt.

    Algemene bepalingen

    Art. 32. - Niet-uitbating van de subconcessie

    Wanneer, om welke reden ook, de exploitatie niet uitgebaat wordt, heeft het college het recht, na een aanmaning bij aangetekend schrijven, een andere subconcessiehouder aan te duiden, zonder dat de huidige subconcessiehouder zich daartegen kan verzetten of schadevergoeding kan eisen. De subconcessiehouder heeft geen recht op terugbetaling, zelfs niet van een gedeelte.

    Art. 33. - Overdracht van de subconcessie

    Het is de subconcessiehouder verboden zijn subconcessie aan derden over te dragen of af te staan zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen.

    Het college zal vrij mogen beschikken over iedere standplaats die zonder zijn toestemming aan derde personen afgestaan werd zonder dat de huidige subconcessiehouder zich daartegen kan verzetten of schadevergoeding eisen.

    Art. 34. - Belastingen

 

De subconcessiehouder draagt alle rechtstreekse en onrechtstreekse betalingen van welke aard, omslag en vorm zij ook zijn, die ten bate van de Staat, het Gewest, de Gemeenschap, de Provincie of de gemeente ingevoerd zijn of worden en in verband staan met de uitbating.

 

Art. 35. - Verzekeringen

 

Binnen vijftien kalenderdagen na de dag waarop hem kennis is gegeven van de toewijzing van zijn subconcessie, legt de subconcessiehouder aan het bestuur de bewijsstukken voor waaruit blijkt dat hij een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid heeft afgesloten.

 

Telkens als dit van hem wordt gevraagd, levert hij het bewijs dat de vervallen premies betaald zijn.

 

Art. 36 - Houding ten aanzien van het publiek, toezichthoudende ambtenaren en politie

 

De subconcessiehouder moet over bevoegd en voldoende personeel beschikken.

 

De subconcessiehouder en zijn aangestelde dienen de gecoördineerde wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken na te leven.

 

De subconcessiehouders en hun personeel dienen steeds tegenover het publiek, toezichthoudende ambtenaren en politie de meest hoffelijke en correcte houding aan te nemen; het is hen onder meer ten strengste verboden het publiek lastig te vallen.

 

Het gemeentebestuur kan zich verzetten tegen het verder in dienst houden van personeelsleden die wegens hun houding tegenover derden of op morele gronden niet de vereiste waarborgen bieden.

 

Art. 37.

 

§1.       De subconcessiehouders dienen te beschikken over:

 

  • een huishoudelijk reglement
  • een inplantingsplan van hun subconcessie.

 

§2.       De op de uitbating aanwezige constructies en materialen mogen niet voorzien zijn van enige publiciteit, tenzij na voorlegging en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 38.

 

De subconcessiehouder is ertoe gehouden, na akkoord van het college van burgemeester en Schepenen, vóór aanvang van de exploitatie aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, afdeling Waterwegen Kust, Vrijhavenstraat 3, 8400 Oostende een vergunning aan te vragen voor:

 

  • het oprichten van bootparken en paviljoenen
  • het kruisen van de zeedijk met leidingen voor nutsvoorzieningen; de nutsvoorzieningen mogen in geen geval gebeuren via luchtleidingen
  • alle andere vormen van pleziervaart zoals parasailing, waterski, jetski, ...

 

Art. 39. - Schadevergoeding

 

De subconcessiehouder kan geen aanspraak maken op schadevergoeding of vermindering van de vergunningsprijs door:

 

  • schade wegens onweer, overstromingen, storm of welk geval ook van overmacht
  • verbod, beperking of schorsing van de exploitatie opgelegd door het bestuur of de hogere overheid omwille van het algemeen belang of om redenen vermeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1995 betreffende de strandconcessies
  • een tijdelijke ingebruikname van het strand en de zeedijk voor het houden van feesten, plechtigheden, culturele, toeristische en sportevenementen georganiseerd door of met medewerking van het bestuur of de hogere overheid
  • het tijdens de exploitatie in vergunning geven van bijkomende en/of gelijkaardige standplaatsen of loten door het bestuur.

 

Art. 40. – Aan de kandidaten-subconcessionarissen zal volgend convenant ter ondertekening voorgelegd worden:

 

 

 

CONVENANT BETREFFENDE DE SUBCONCESSIES AAN DE WATERSPORTCLUBS VOOR HET DIENSTJAAR 2017

 

Artikel 1.

 

Ten overstaan van het gemeentebestuur Knokke-Heist, vertegenwoordigd door:

 

(………), gemachtigde schepen

 

En mevrouw Miet Gobert, secretaris

 

Wordt door ondergetekende uitbater bevestigd wat volgt.

 

De uitbater bevestigt kennis te hebben genomen van het door de gemeenteraad goedgekeurd lastenboek, houdende de lasten en voorwaarden voor de subconcessies aan de watersportclubs voor het dienstjaar 2017, er een exemplaar van ontvangen te hebben en ze zonder enig voorbehoud te aanvaarden en te zullen naleven.

 

Art. 2.

 

Door de ondertekening van dit convenant bekomen alle in dit lastenboek bepaalde voorwaarden het karakter van conventionele bedingen en ontstaat er tussen de partijen een overeenkomst van het type domeinconcessie.

 

 

Art. 41.

Het gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2016 betreffende de goedkeuring van de subconcessie watersportclubs 2016, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit besluit.

 

Lastenboek watersportclubs 2017

 

Datum bekendmaking: 23 februari  2017

Datum goedkeuring: 28 februari 2017