Politieverordening: verhuring van kustrijwielen

Artikel 1.

De voor verhuring bestemde voertuigen of kinderspeelgoed, fietsen uitgezonderd, die worden voortbewogen door middel van pedalen, moeten voorzien zijn van een voorschokweerder die bekleed is met een zacht materiaal, zoals rubber of schuimplastic, dat zodanig is aangebracht dat bij een aanrijding geen kwetsuren kunnen ontstaan door deze schokweerder.

 

Art. 2.

Alle bovenvermelde voertuigen, kinderspeelgoed inbegrepen, dienen te beantwoorden aan de voorschriften van de artikel 81.6.1. en 81.6.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer betreffende gevaarlijke versierselen, uitsteeksels of beschadigingen.

 

Art. 3.

Het is verboden om door pedalen voortbewogen vierwielers te verhuren die meer dan vier zitplaatsen hebben. Een enkel kinderzitplaatsje, niet voorzien van pedalen, is echter toegestaan boven het maximum van vier zitplaatsen.

 

Art. 4.:

Het is verboden elektrisch aangedreven speelgoedbromfietsen, alsook alle voertuigen die overeenkomstig het koninklijk besluit van 1 december 1975 als bromfiets klasse A of B worden beschouwd te verhuren voor het gebruik door kinderen jonger dan 16 jaar.

 

Art. 5.

Het gemeenteraadsbesluit van 21 februari 1986 op de verhuring van kustrijwielen wordt opgeheven.

 

Art. 6.

De inbreuken op de beschikkingen van deze verordening zullen gestraft worden met politiestraffen, voor zover door wetten, algemene of provinciale verordeningen die op het stuk zouden bestaan, geen andere straffen voorzien zijn.

 

Art. 7.

Afschriften hiervan zullen worden toegestuurd aan :

  • de heer Gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen;
  • de Griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het ambtsgebied;
  • de Griffie van de Politierechtbank van het Kanton;
  • de Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Politierechtbank;
  • de Bevelhebber van de rijkswacht te Knokke-Heist.

 

Datum goedkeuring: 28 maart 1996

Datum bekendmaking: 2 april 1996

 

Bijlage: