Onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats

BESLUIT:

 

Hoofdstuk I: Definities

Artikel 1.  Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

Externe mutatie: het overbrengen van de hoofdverblijfplaats gelegen buiten de gemeente naar een hoofdverblijfplaats binnen de gemeente Knokke-Heist

 

Hoofdverblijfplaats:

de plaats waar de leden van een huishouden dat uit verschillende leden is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft.

Het is gebaseerd op een feitelijke situatie nl. de vaststelling van de effectieve verblijfplaats in Knokke-Heist gedurende het grootste deel van het jaar. Deze vaststelling gebeurt op basis van verschillende elementen.

Het is de plaats waar de betrokken persoon effectief de beschikking heeft over een woning die hij echt bewoont en die hij betrekt met de bedoeling er zijn hoofdverblijfplaats te vestigen

 

Interne mutatie: het overbrengen van de hoofdverblijfplaats gelegen in de gemeente, naar een andere hoofdverblijfplaats binnen de gemeente Knokke-Heist

 

Vreemdeling: een persoon die niet de Belgische nationaliteit heeft zoals bepaald in de Vreemdelingenwet

 

Referentiepersoon:

het gezinslid dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het gezin betreffen. Er kan maar één referentiepersoon per gezin worden aangeduid.

 

Hoofdstuk II: Aangifte van de adreswijziging

Artikel 2.

§1. Elke burger die zijn hoofdverblijfplaats wil vestigen in Knokke-Heist na een interne of externe mutatie, is verplicht aangifte te doen van zijn adreswijziging bij de dienst Burgerzaken binnen de 8 werkdagen na het betrekken van de woning.

 

§ 2. Elke Belg kan een aangifte van adreswijziging indienen

  • aan het loket van de dienst Burgerzaken;
  • via het e-loket op de gemeentelijke website - dienst Burgerzaken – verandering adres;
  • via burgerzaken@knokke-heist.be, met vermelding van het rijksregisternummer van alle personen die mee verhuizen;
  • per brief met vermelding van het rijksregisternummer van alle personen die mee verhuizen en gericht aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, Alfred Verweeplein 1, 8300 Knokke-Heist.

 

§ 3. Vreemdelingen, die voor het eerst een inschrijving vragen, melden zich persoonlijk aan het loket.

 

Artikel 3.

Elke aangifte van adreswijziging wordt onmiddellijk overgemaakt aan de directie gebiedsgebonden politie van de lokale politie.

Hoofdstuk III: Verblijfplaatsonderzoek

Artikel 4.

Het gemeentebestuur legt de modaliteiten vast van het onderzoek naar de hoofdverblijfplaats van personen of gezinnen op het grondgebied Knokke-Heist.  Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de vorm en de inhoud van het onderzoeksverslag.

 

Artikel 5.

De wijkagent is belast met het verblijfplaatsonderzoek en voert binnen de 15 werkdagen na de aangifte de woonstcontrole uit.

 

Bij de woonstcontrole moeten de betrokken personen en de referentiepersoon persoonlijk worden aangetroffen.

 

Artikel 6.

Als er geen twijfel bestaat over de adreswijziging, kan het dossier afgewerkt worden door de wijkagent en onmiddellijk worden overgemaakt aan de dienst Burgerzaken.

 

Artikel 7.

§ 1. Bij twijfel is er verder onderzoek vereist en wordt aan elke woonstcontrole een checklijst gevoegd.  Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de vorm van deze checklijst.

 

Deze checklijst wordt nauwkeurig ingevuld en vermeldt de data en uren van de woonstcontroles. Er worden minimaal 5 controles uitgevoerd gediversifieerd in tijd, in het bijzonder ook ’s avonds en in het weekend.

Na de 5de controle contacteert de wijkagent de betrokkene bij voorkeur via e-mail met de vraag hem binnen de 5 kalenderdagen te contacteren. Indien geen reactie wordt het onderzoek afgerond met een negatief advies.

 

§ 2. Het onderzoek wordt binnen de redelijke termijn van 15 werkdagen afgerond.

De resultaten van het onderzoek worden binnen de maand overgemaakt aan de burger.

 

Tijdens de zomermaanden kan na één maand, mits een gemotiveerd verslag, maximaal 2 maal een verlenging worden toegekend van één maand.  Na deze verlengingen wordt het onderzoek onmiddellijk afgerond en wordt het resultaat meegedeeld aan de burger.

 

Hoofdstuk IV: Effectieve inschrijving

Artikel 8.

§ 1. De datum van inschrijving stemt overeen met de datum waarop de aangifte van verandering van hoofdverblijfplaats of van vestiging op het grondgebied van Knokke-Heist uitgevoerd werd. Indien de aangifte per brief gebeurt, stemt de datum van inschrijving overeen met de datum van ontvangstvan de aangifte door het gemeentebestuur. Gebeurt de aanvraag per mail of het e-loket dan is de ontvangstdatum de datum van de eerste werkdag na het versturen van de aanvraag.

 

§ 2. Indien het verblijfplaatsonderzoek duidelijk aantoont dat de verandering van verblijfplaats nog niet gebeurd is op de datum van de aangifte, zal de inschrijvingsdatum overeenstemmen met de datum van de positieve vaststelling van de effectieve verblijfplaats.

 

§ 3. Specifieke feiten die invloed hebben op het onderzoek moeten onmiddellijk gemeld worden aan de dienst Burgerzaken.

 

 

Hoofdstuk V: Onderzoeksverslag

Artikel 9.

De wijkagent stelt een onderzoeksverslag op van zijn vaststellingen in de digitale toepassing.

 

Dit verslag moet conform de algemene onderrichtingen volgende gegevens bevatten:

 

  • data en uren waarop de controles hebben plaatsgevonden
  • de identiteit van de aangetroffen personen
  • de gezinssamenstelling van de betrokkenen
  • de vaststellingen waaruit blijkt dat de betrokkenen effectief hun hoofdverblijfplaats hebben op het in de aangifte vermelde adres
  • eventuele relevante opmerkingen over de woning zelf
  • conclusies van het onderzoek
  • datum van het verslag
  • naam en graad van de politieambtenaar die het onderzoek heeft gevoerd.

 

Hoofdstuk VI: Adreswijzigingen van niet-ontvoogde minderjarigen

Artikel 10.

De minderjarige wordt ingeschreven op het adres waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft, d.w.z. de plaats waar hij effectief verblijft gedurende het grootste deel van het jaar.

 

Artikel 11.

Als de ouders niet samenleven, verwittigt de gemeente de andere ouder per gewone brief van de adreswijziging. Indien de andere ouder in het buitenland woont of ambtshalve is afgevoerd wordt er geen brief gestuurd.

Deze kennisgeving stelt de ouder in staat om de nodige elementen aan te brengen waaruit blijkt dat de feitelijke en/of juridische situatie anders is en om, indien nodig, een afschrift voor te leggen van een gerechtelijke uitspraak waarbij hem/haar het exclusief ouderlijk gezag werd toegewezen of om aan te tonen dat de andere ouder uit het ouderlijk gezag werd ontzet. In dit geval zal de adreswijziging NIET uitgevoerd worden.

 

Artikel 12.

Het is noodzakelijk dat het onderzoek m.b.t. de reële verblijfplaats van een minderjarige door de wijkagent grondig wordt uitgevoerd. Dit houdt in dat er meerdere bezoeken ter plaatse worden verricht, in bepaalde gevallen bij elk van de ouders, en dit gespreid over een langere periode en niet alleen in de schoolvakanties.

Indien co-ouderschap wordt toegepast en er geen onderling of gerechtelijk akkoord is over de domicilie van het kind, blijft het minderjarig kind ingeschreven op het adres van de laatste ouderlijke woonplaats.

Bij gebrek aan dergelijk adres wordt het kind ingeschreven bij de ouder die de kinderbijslag ontvangt, in afwachting van een uitspraak van de rechtbank.

 

Hoofdstuk VII: Inschrijving van ambtswege

Artikel 13.

§ 1. Het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats kan ook gevoerd worden op initiatief van de lokale politie of op verzoek van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Dit gebeurt als er een vermoeden is dat een persoon of een gezin zich gevestigd heeft op het grondgebied van Knokke-Heist, zonder hiervan aangifte te doen.

 

§ 2. In dergelijk geval zal de wijkagent betrokkene(n) oproepen om de nodige stappen te ondernemen om de adreswijziging te doen en zo de toestand te regulariseren.

Als de wijkagent later vaststelt de betrokkene geen gevolg geeft aan deze oproep, stelt hij een verslag van ambtshalve inschrijving op.

 

Artikel 14.

§ 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist tot inschrijving van ambtswege of tot niet-inschrijving in de bevolkingsregister.

De beslissing tot niet-inschrijving moet gemotiveerd zijn.

 

§ 2. De beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de inschrijving van ambtswege wordt door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand gemotiveerd en aangetekend opgestuurd naar betrokkene EN referentiepersoon (wanneer dit niet dezelfde is).

 

Hoofdstuk VIII: Vertrek zonder aangifte en afvoering van ambtswege

Artikel 15.

Wanneer uit onderzoek naar de werkelijke hoofdverblijfplaats blijkt dat betrokkene niet op het aangegeven adres woont en de nieuwe verblijfplaats niet achterhaald kan worden, zal de wijkagent de afvoering van ambtswege voorstellen.

Dit kan enkel op basis van een grondige woonstcontrole en een gemotiveerd verslag van de wijkagent. Er worden minstens 8 controles gedaan waarvan minstens 2 buiten de normale kantooruren en 2 in het weekend. Na de 8ste controle laat de wijkagent een boodschap achter met het verzoek om zich binnen de 5 kalenderdagen aan te melden bij de lokale politie.

Als blijkt dat de woning bewoond is door derden, is één controle ter plaatse voldoende.

De wijkagent zal alle middelen gebruiken om het nieuwe adres van betrokkene te achterhalen (informeren bij ouders, werk,…).

 

Artikel 16.

De afvoering van ambtswege is een UITZONDERINGSMAATREGEL en kan slechts uitgevoerd worden als er geen andere oplossing mogelijk blijkt.

 

Artikel 17.

§ 1. Als uit onderzoek blijkt dat de betrokkene en/of zijn gezin zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd op een ander adres in Knokke-Heist, kan de wijkagent dit melden aan de dienst Burgerzaken via de digitale toepassing.

Een eventuele schrapping wordt dan uitgesteld tot na het onderzoek van de wijkagent die belast wordt met dat onderzoek.

 

§ 2. Als uit onderzoek blijkt dat betrokkene en/of gezin zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd in een andere gemeente, brengt de ambtenaar van de Burgerlijke Stand de andere gemeente hiervan op de hoogte via model 6.

Een eventuele schrapping wordt dan uitgesteld tot na het onderzoek in de andere gemeente.

 

Artikel 18.

§ 1. De wijkagent zal de afvoering van ambtswege ook voorstellen in volgende gevallen:

  • betrokkene heeft zich in het buitenland gevestigd en bevindt zich niet in een situatie van tijdelijke afwezigheid;
  • betrokkene en/of gezin is ingeschreven op een referentieadres bij een natuurlijke persoon, maar voldoet niet meer aan de voorwaarde voor dergelijke inschrijving omdat de natuurlijke persoon van adres is veranderd, overleden is of ambtshalve werd afgevoerd;
  • vreemde onderdanen die hun recht of toelating tot verblijf van meer dan 3 maanden of tot vestiging verloren hebben.

 

§ 2. Wanneer betrokkene en/of gezin is ingeschreven op een referentieadres van het Sociaal Huis volstaat een voorstel van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn voor de afvoering van ambtswege. In dit geval wordt het onderzoek gevoerd door de ambtenaren van het Sociaal Huis.

Wanneer er onvoldoende elementen zijn om tot een besluit te komen, kan de dienst Burgerzaken bijkomend onderzoek vragen aan de wijkagent.

 

Artikel 19.

Het college van burgemeester en schepenen besluit tot afvoering van ambtswege wanneer uit het verslag blijkt dat het onmogelijk is de nieuwe verblijfplaats te achterhalen.

De afvoering van ambtswege gaat in op datum van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Artikel 20.

Wanneer de afvoering noodzakelijk is, omdat betrokkene een verlies van recht van verblijf heeft ten gevolge een beslissing van de dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), is geen controle door de lokale politie en geen beslissing van het college van burgemeester en schepenen nodig en gaat de afvoering in op datum van de beslissing van DVZ.

 

Hoofdstuk IX: Bewoners van woon- en zorgcentra

Artikel 21.

De aanvraag om inschrijving van personen die opgenomen zijn in een woon- en zorgcentrum, kan gedaan worden door de directeur van dit centrum of door de persoon die hij hiervoor machtigt. In dit geval is er geen woonstcontrole nodig door de lokale politie op voorwaarde dat er een attest is van de directeur of zijn gemachtigde.

 

Artikel 22.

Als de aangifte gebeurt door de persoon zelf of door een familielid, dan neemt de dienst Burgerzaken via e-mail contact op met het woon- en zorgcentrum om na te gaan of de betrokken persoon daar effectief verblijft en wordt de bevestiging van de directeur of zijn gemachtigde bewaard.

 

Artikel 23.

De inschrijvingen en bevestigingen gebeuren via e-mail met daarbij telkens kennisgeving aan de lokale politie.

 

Hoofdstuk X: Referentieadres

Artikel 24.

§ 1. De mogelijkheid om op een referentieadres ingeschreven te worden, is strikt beperkt tot de hierna vermelde categorieën van personen:

 

  • Personen die in een mobiele woning verblijven in België gedurende ten minste 6 maanden per jaar en geen vast  hoofdverblijf hebben. (vb. kermisreizigers, woonwagenbewoners, schippers…)
  • Personen die maximaal één jaar afwezig zijn voor beroeps- of studieredenen en geen hoofdverblijfplaats hebben
  • Militairen, politieagenten en hun gezinsleden die in het buitenland zijn tijdens hun zending
  • Leden van het diplomatiek of consulair personeel en hun gezin tijdens hun zending
  • Personen die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen hoofdverblijfplaats (meer) hebben, bekomen een inschrijving op het adres van het OCMW
  • Ontwikkelingshelpers en hun gezin gedurende hun zending voor erkende organisaties bij Departement Ontwikkelingssamenwerking
  • Gedetineerden, die niet voldoen aan de voorwaarden voor een tijdelijke afwezigheid en opgesloten zijn in België, bekomen een inschrijving op het adres van het OCMW.

 

§ 2. De mogelijkheid om een referentieadres te hebben bij een rechtspersoon is strikt beperkt tot:

  • De rondtrekkende bevolkingsgroepen op het adres van een vzw, een stichting of een vennootschep met sociaal oogmerk die minstens vijf jaar rechtspersoonlijkheid geniet.  Deze rechtspersonen dienen zich in hun statuten onder meer tot doel hebben gesteld om de belangen van één of meer rondtrekkende bevolkingsgroepen te behartigen of te verdedigen;
  • De daklozen op het adres van het OCMW van de gemeente waar zij gewoonlijk vertoeven;

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen gelast de afvoering van ambtswege van de personen die ingeschreven zijn op een referentieadres wanneer zij niet meer voldoen aan de voorwaarden voor deze inschrijving en wanneer de verblijfstoestand niet kan geregulariseerd worden.

Artikel 25.

Voor een inschrijving op referentieadres bij het Sociaal Huis is enkel een beslissing nodig van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. Er is geen controle nodig door de lokale politie, het onderzoek wordt immers gevoerd door de medewerkers van het Sociaal Huis.

De dienst Burgerzaken doet kennisgave aan de lokale politie.

 

Artikel 26.

Gedetineerden die geen deel meer uitmaken van een gezin, worden ingeschreven op referentieadres van het Sociaal Huis.

 

Hoofdstuk XI: Voorlopige inschrijving

Artikel 27.

§ 1. Wanneer personen hun inschrijving vragen in gebouwen waar permanente bewoning niet is toegestaan omwille van redenen van veiligheid, gezondheid, urbanisme of ruimtelijke ordening, wordt bijzondere aandacht besteed aan de controle van de hoofdverblijfplaats.

 

§ 2. Alle betrokken diensten kunnen elementen bijdragen die leiden tot de beslissing dat in een bepaald pand geen permanente bewoning is toegestaan. Het verblijfsonderzoek ter plaatse is zeer belangrijk voor elementen die te maken hebben met veiligheid en gezondheid, maar ook voor het niet-vergund opdelen van woningen.

 

Artikel 28.

Wanneer wordt vastgesteld dat de effectieve hoofdverblijfplaats wel degelijk op het aangegeven adres is, volgt een voorlopige inschrijving. Het dossier wordt overgemaakt aan de dienst Stadsontwikkeling voor verdere opvolging.

 

Hoofdstuk XII: Tijdelijke afwezigheid

Artikel 29.

De tijdelijke afwezigheid wordt gedefinieerd als “het feit van niet effectief te verblijven op zijn/haar hoofdverblijfplaats tijdens een bepaalde periode, waarbij er voldoende belangen behouden worden die aantonen dat de re-integratie in de hoofdverblijfplaats op elk moment mogelijk is”.

 

Artikel 30.

De burger heeft de mogelijkheid en wordt sterk aanbevolen om elke tijdelijke afwezigheid van meer dan 3 maanden aan te geven bij de dienst Burgerzaken. Daartoe vult hij/zij het daartoe bestemde formulier in.

 

Artikel 31.

De tijdelijke afwezigheid mag niet langer duren dan één jaar.

Een tijdelijke afwezigheid kan éénmaal verlengd worden, zodat men uiteindelijk maximaal twee jaar tijdelijk afwezig mag zijn.

 

Artikel 32.

Er kan in bijzondere situaties afgeweken worden van het principe van de beperkte duur van de tijdelijke afwezigheid, als dat bij de gemeente aangegeven wordt. De burger moet de redenen die de afwezigheid verantwoorden invullen op het daartoe bestemde formulier. Nalatigheid kan leiden tot een afvoering van ambtswege.

 

Artikel 33.

Volgende categorieën komen wettelijk gezien in aanmerking voor tijdelijke afwezigheid:

  • Personen die niet meer thuis verblijven om gezondheidsredenen.
    Deze personen zullen beschouwd worden als zijnde tijdelijk afwezig tijdens de ganse periode  van hun verblijf in een ziekenhuis of in alle andere verwante instellingen, in een rust- of verzorgingstehuis of bij een particulier.  
    Deze personen moeten echter op het Belgisch grondgebied verblijven. Als zij in het buitenland verblijven, zal het “gewone” stelsel van de tijdelijke afwezigheid van toepassing zijn: maximaal twee jaar met aangifte van verlenging.  
  • Personen die opgesloten zitten in strafinrichtingen.
    Deze personen zullen beschouwd kunnen worden als zijnde tijdelijk afwezig tijdens de ganse duur van hun opsluiting op voorwaarde dat zij een hoofdverblijfplaats blijven behouden.
  • Minderjarigen die door de jeugdrechter in een gemeenschapsinstelling geplaatst zijn of  in de gevangenis, voor de ganse duur van hun plaatsing. 
  • Het  Belgisch militair personeel en burgerpersoneel van het Belgisch leger in het buitenland, de militairen bij internationale of supranationale organismen en de leden van hun gezin, tijdens de ganse duur van  hun stationering aldaar.
  • De personeelsleden van de federale politie in het buitenland alsook, in voorkomend geval, de leden van hun gezin, tijdens de ganse duur   van  hun opdracht.
  • De dienstplichtigen onder de wapens en de gewetensbezwaarden voor de duur van hun dienst.
  • De federale, gewestelijke en gemeenschapsambtenaren die een functie opnemen op een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in  het   buitenland  alsook, in voorkomend geval, de leden van hun gezin, tijdens de ganse duur van de opdracht.
  • De personen die op coöperatieopdracht gestuurd worden door verenigingen

(NGO ’s) die erkend zijn door het Belgisch departement ontwikkelingssamenwerking, alsook de   leden van hun gezin, voor de ganse duur van hun opdracht.

  • De personen verdwenen sinds zes maanden of langer, gesignaleerd aan de politie. De tijdelijke afwezigheid eindigt met de terugkeer of  met de  vaststelling van het overlijden.
  • De personen die, in het kader van beroepsactiviteiten, een  specifiek werk of een bepaalde opdracht uitvoeren, in een andere gemeente of in het buitenland, alsook de leden van hun gezin, voor de uitvoering van hun werk of opdracht.
  • De leerlingen en studenten ouder dan zestien jaar die financieel nog ten laste zijn van hun ouders, voor de duur van hun studies in België of in het buitenland. 

 

Artikel 34.

De tijdelijke afwezigheid wordt ook toegepast in het geval dat een persoon of gezin maximaal 6 maanden niet in zijn woning kan verblijven door werken of beschadiging van de woning.

De goedkeuring hiervoor gebeurt altijd in overleg met de betrokkenen en de bevoegde diensten.

 

Hoofdstuk XIII: Speciale woonvormen

Artikel 35.

Elke nieuwe woonvorm, bijvoorbeeld kangoeroewonen, wordt afzonderlijk onderzocht.

De wijkagent gaat na of de betrokken woning uit afzonderlijke wooneenheden bestaat en of de woning voldoet aan de voorwaarden omtrent de woonvorm zoals bepaald in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Hoofdstuk XIV: Verhuis naar het buitenland

Artikel 36.

Bij verhuis naar het buitenland, moet de betrokkene hiervan aangifte doen bij de dienst Burgerzaken.

Dit kan door persoonlijke aangifte aan het loket of via e-mail, in dit geval dient een handgeschreven ondertekende brief en een kopie recto verso van de EID van alle betrokkenen bijgevoegd te worden.

 

Hoofdstuk XV: Betwisting

Artikel 37.

Betrokkene en/of gezin kan zijn bezwaren betreffende een inschrijving of afvoering van ambtswege schriftelijk meedelen aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, binnen de 8 kalenderdagen vanaf de kennisgeving.

 

Artikel 38.

§ 1. Betwistingen m.b.t. de werkelijke hoofdverblijfplaats vallen onder de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken.

 

§ 2. Betrokkene en/of gezin kan beroep indienen tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of tegen de beslissing van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, schriftelijk bij de FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Instellingen en Burgerzaken, dienst Burgerzaken en Identiteitskaarten, Park Atrium, Koloniënstraat 11, 1000 Brussel en dit binnen de 30 kalenderdagen na de gemeentelijke kennisgeving.

 

Hoofdstuk XVI: Opheffingsbesluiten

Artikel 39.

De politieverordening betreffende het onderzoek naar de verblijfplaats van personen en het verlag hieromtrent, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 7 januari 1993, wordt opgeheven.

 

Artikel 40.

Het reglement van inwendige orde betreffende de modaliteiten van het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van de personen op het grondgebied van de gemeente en de vorm en de inhoud van het onderzoeksverslag, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 7 januari 1993, wordt opgeheven.

 

Hoofdstuk XVII: Inwerkingtreding

Artikel 41.

Dit reglement is van kracht vanaf 01/01/2018.

 

Besluit:Werkelijke verblijfplaats

 

 

Datum goedkeuring: 25 januari 2018

Datum bekendmaking: 30 januari 2018