Lastenboek badkarhouders dienstjaar 2017

 BESLUIT:

Preambule

Ingevolge artikel 538 van het burgerlijk wetboek wordt het strand beschouwd als behorend tot het openbaar domein.  Tot aan de laagwaterlijn maakt het deel uit van het openbaar domein van het Vlaamse gewest. Het besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995 (BS 29 augustus 1995) voorziet de mogelijkheid dat o.m. aan de gemeenten strandconcessies worden verleend om installaties aan te brengen voor zee- en zonnebaden, sport en spelen mits het betalen van een jaarlijkse cijns. Bij besluit van de bevoegde Vlaamse administratie wordt het daarin nader aangeduide gedeelte van het strand telkens aan de gemeente Knokke-Heist in concessie gegeven voor de duur van één jaar

Artikel 15 van het even genoemd besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995 laat de gemeente toe, mits akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor openbare werken, de haar verleende concessierechten geheel of deels in subconcessie te geven en zich daaromtrent met de subconcessionarissen te verstaan.

De gemeente kan echter geen meerdere en/of andere rechten overdragen en afstaan dan zij zelf van het Vlaams gewest verkrijgt. Dit houdt in dat zij enkel subconcessies kan verlenen voor maximaal één jaar, onder subconcessie wordt verstaan een domeinconcessie, dit wil zeggen een concessie waarbij door middel van een overeenkomst de overheid een persoon het recht verleent om een gedeelte van het openbaar domein tijdelijk, op een wijze die het recht van anderen uitsluit, in gebruik te nemen en die om redenen ontleend aan het openbaar belang eenzijdig kan worden herroepen.  Het betreft dus substantieel een overeenkomst met een precair karakter, wat niettemin voor de gebruiker het recht inhoudt om op het hem/haar in subconcessie gegeven gedeelte ter verwezenlijking van het doel waarvoor de subconcessie is verleend de noodzakelijke infrastructuur op te richten, mits zich te gedragen naar de toepasselijke wetten, decreten en verordeningen.  Op die precaire overeenkomst zijn de regelen van het burgerlijk recht niet onverkort van toepassing en voor de toewijzing van de subconcessies is de gemeente gehouden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel.

Bij deze wordt het lastenboek voor het exploiteren van de subconcessies door de badkarhouders voor het dienstjaar 2017 vastgesteld als hierna bepaald.  Door het onderschrijven van het in dit lastenboek opgenomen convenant, bekomt de subconcessie haar geëigend en van het gemeen recht afwijkend conventioneel karakter.

Het opzet van dit lastenboek is de kwalitatief hoogstaande uitstraling en exploitatie van de stranduitbating, die een belangrijke rol vervult in het toeristisch en recreatief aanbod van de gemeente, te garanderen en te versterken.

Artikel 1 - Strandgedeelten die in subconcessie worden gegeven.

A.

HEIST 1 (Heldenplein)

1 standplaats

B.

HEIST 2 (Parkstraat)

3 standplaatsen

C.

DUINBERGEN 1 (Anemonenlaan)

1 standplaats

D.

DUINBERGEN 2 (Jozef Stübbenpark)

1 standplaats

E.

ALBERTSTRAND 1 (Duinresidence)

1 standplaats

F.

ALBERTSTRAND 2 (Casino)

1 standplaats

G.

ALBERTSTRAND 3 (Rubensplein)

5 standplaatsen

H.

KNOKKE-MIDDEN (Lichttorenplein)

4 standplaatsen

I.

KNOKKE (Zandstraat)

1 standplaats

J.

KNOKKE (Duindistelstraat)

1 standplaats

K.

ZOUTESTRAND 1 (Albertplein - oost)

1 standplaats

L.

ZOUTESTRAND 2 (Zeewindstraat)

1 standplaats

M.

ZOUTESTRAND 3 (Westhinderstraat - west)

1 standplaats

N.

ZOUTESTRAND 4 (Westhinderstraat - oost)

1 standplaats

O.

LEKKERBEK (Appelzakstraat)

1 standplaats

Art. 2. – Aard van de subconcessie

  • § 1.         De subconcessie is strikt persoonlijk, onverschillig of de subconcessie aan een fysisch persoon dan wel aan een rechtspersoon is verleend.  Overdracht onder de levenden, ten welken titel ook, inbegrepen inbreng in een vennootschap of andere rechtspersoon, is strikt verboden. De subconcessie  eindigt derhalve in beginsel bij het overlijden van de subconcessionaris, de afsluiting van de vereffening van de rechtspersoon-subconcessionaris of een gerechtelijke maatregel houdende een definitief exploitatieverbod.
  • § 2.             In afwijking nochtans van §1 gaan in geval van overlijden van de subconcessionaris de rechten en plichten over op de wettelijke erfgenamen.  Ieder van hen kan de lopende exploitatie voortzetten en om de verlenging vragen, als hierna bepaald in artikel 3. §1.1 t.e.m. §1.4. Indien er echter meerdere erfgenamen zijn, dienen zij binnen de drie maanden na het overlijden aan het gemeentebestuur mede te delen wie van hen de lopende exploitatie zal verderzetten en/of om de verlenging zal vragen, met mededeling, in dit laatste geval, van de passende stukken waaruit blijkt dat daaromtrent tussen de erfgenamen een akkoord is bereikt.  Steeds in het geval van pluraliteit van erfgenamen dienen zij ten laatste tegen 1 januari 2018 per aangetekend schrijven aan het gemeentebestuur te bevestigen wie onder hen de eventueel reeds door de overledene vóór 30 september 2017 gevraagde verlenging zal handhaven.  Bij gebreke daarvan, alsook in geval de erfgenamen daaromtrent geen akkoord mochten bereikt hebben, wordt de door de overledene gedane verlengingsaanvraag geacht onbestaande te zijn. Een en ander onder voorbehoud van overmacht, waarover het college van burgemeester en schepenen beslist.  Het staat het college van burgemeester en schepenen vrij de voorgestelde erfopvolging al dan niet te aanvaarden.
  • § 3.             Terloops de exploitatie en in afwijking van §1 is inbreng van de subconcessie mogelijk in een vennootschap die de vorm aanneemt of heeft aangenomen ofwel van een personenvennootschap waarvan de vennoten uitsluitend bestaan uit ascendenten, echtgeno(o)t(en), wettelijk samenwonende partners, hun afstammelingen of aangenomen kinderen of die van wettelijke samenwonende partners of echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen of uit personenvennootschappen met hetzelfde aandeelhouderschap, ofwel van een eenpersoonsvennootschap. De inbreng is slechts mogelijk na uitdrukkelijke schriftelijke instemming van het college van burgemeester en schepenen op voorlegging (a) van een attest van goed gedrag en zeden van diegene die als werkende vennoot zal optreden en (b) van het ontwerp van de akte van inbreng, die slechts mag worden aangegaan onder opschortende voorwaarde van de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, dat aan het voorgelegde ontwerp de passend geachte amenderingen zal mogen aanbrengen of ze zal mogen weigeren zo aan de voormelde voorwaarden niet is voldaan.
    • § 4.         Steeds terloops de exploitatie en mits continuering ervan is, in afwijking van §1, overdracht van aandelen van de subconcessionaris-vennootschap slechts mogelijk onder de voorwaarden en vormen als bepaald in §3, met dien verstande dat de overdracht ook mogelijk is aan personen of vennootschappen die reeds vennoot waren op het ogenblik van de toekenning van de standplaats.
    • § 5.         In afwijking op §1 is bij bedrijfsstopzetting terloops de exploitatie overdracht van de subconcessie mogelijk aan de ascendenten, echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner, aan zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of aan die van zijn wettelijk samenwonende partner of aan de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen of aan een vennootschap of andere rechtspersoon waarvan enkel de voormelde personen aandeelhouder of vennoot zijn. Die overdracht is slechts mogelijk na uitdrukkelijke schriftelijke instemming van het college van burgemeester en schepenen op voorlegging van het ontwerp van overdrachtakte, die slechts mag worden aangegaan onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, aan wie het vrij staat het voorstel van overdracht al dan niet te aanvaarden.
    • § 6.         Inbreuk op deze bepalingen zal voor het gemeentebestuur een reden zijn om de subconcessie meteen te herroepen zonder enig recht op schadevergoeding.

Art. 3. – Duur van de subconcessie – ontruiming van de standplaats.

  • § 1.         De subconcessie gaat in de dag van de ondertekening van het convenant en eindigt van rechtswege op 15 oktober 2017, onder voorbehoud van de gemeente om, gelet op het precair karakter van de domeinconcessie, er steeds een einde aan te stellen om redenen van algemeen belang en zonder recht op schadevergoeding
  • § 2.         De uitbater die dit wenst kan de verlenging van zijn subconcessie vragen. Die aanvraag moet tot het college van burgemeester en schepenen gericht zijn. Zij gebeurt bij aangetekend schrijven dat bij het college moet aangekomen zijn op 30 september 2017 (de datum van verzending is dus niet relevant, wel de datum van aanbieding). Ze vermeldt het postadres en het elektronisch adres. Ze kan ook gebeuren door afgifte op het gemeentebestuur tegen ontvangstbewijs. Een en ander behoudens overmacht, waarover het college van burgemeester en schepenen beslist.

    De aanvraag tot verlenging kan uitsluitend uitgaan van en gedaan worden ten voordele van de zittende exploitant. Ze moet diens precieze identiteit, woonplaats of maatschappelijke zetel en KBO-nummer vermelden. Indien de zittende exploitant een rechtspersoon is, dient de aanvraag eveneens een volledig overzicht te bevatten van de identiteit en de woonplaats van de aandeelhouder(s), of het nummer in het rechtspersonenregister, naam en zetel in geval het een aandeelhouder-vennootschap betreft. Hetzelfde geldt voor en ingeval één of meerdere vennoten zelf rechtspersonen zijn. In ieder geval dient steeds de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk begunstigde aandeelhouder(s) vermeld te worden.

    Zo de aanvraag niet voldoet aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden, zal de aanvrager bij aangetekend schrijven daarvan op de hoogte gebracht worden met mededeling dat de aanvraag alsnog kan geregulariseerd worden, mits dit gebeurt binnen de termijn van 15 kalenderdagen, die aanvangt daags na de afgifte van de door het bestuur aangetekend gevraagde aanvulling. Indien aan dit regularisatieverzoek niet, niet tijdig of niet correct voldaan wordt, wordt de verlengingsaanvraag definitief als onontvankelijk beschouwd.

  • § 3.         Afhankelijk van de omstandigheid dat de gemeente van het Vlaamse gewest zelf een nieuwe concessie bekomt na 31 december 2017, zal zij de gevraagde verlenging van de subconcessie toestaan of weigeren en dit ter kennis brengen van de betrokkene per aangetekende zending ten laatste binnen de maand nadat zij vanwege het Vlaams gewest een nieuwe concessie heeft bekomen. De verlenging is verbonden aan het aanvaarden van de voorwaarden van het lastenboek voor het dienstjaar 2018, o.m. wat de concessievergoeding betreft.  In geval van weigering van de verlengingsaanvraag zal de kennisgeving de reden(en) daarvan mededelen, dewelke o.m. gelegen kunnen zijn in de wijze waarop de uitbater het afgelopen jaar zijn standplaats heeft geëxploiteerd in het licht van de hierbij gestelde en conventioneel aanvaarde exploitatievoorwaarden.
  • § 4.         Stilzwijgende verlenging kan nooit ingeroepen worden, zelfs al mocht de uitbater in het bezit van de standplaats gebleven zijn.
  • § 5.         Alle subconcessionarissen dienen hun standplaats tegen 15 oktober volledig te hebben ontruimd. Alle nutsleidingen moeten 2 meter onder het maaiveld ingegraven worden.  De septische put dient omheind te zijn met strandhagen, ter beschikking gesteld door de gemeentelijke technisch uitvoerende dienst.
  • § 6.         De uitbater wiens verlengingsaanvraag onontvankelijk werd bevonden of werd geweigerd en/of aan wie een definitief uitvoerbaar rechterlijk exploitatieverbod is opgelegd, dient binnen de twintig kalenderdagen na daarvan per aangetekend schrijven verwittigd te zijn, ook de nutsleidingen en septische put, waarvan sprake in § 5 te verwijderen.
  • § 7.         Zo de § 5 en § 6 bedoelde ontruiming binnen de gestelde termijn niet is gerealiseerd, zal de subconcessionaris een forfaitaire schadevergoeding verschuldigd zijn van € 100 per dag vertraging en zonder dat daartoe vooraf een ingebrekestelling vereist is.

Art. 4. – Toewijzing.

  • § 1.         Toewijzing bij de aanvang van het dienstjaar.

Aan de uitbater die in het dienstjaar 2016 een subconcessie heeft bekomen en/of hun algemene of bijzondere rechtsopvolgers die tijdig om verlenging hebben gevraagd als bepaald in artikel 3,§1.2, zal, zo de gevraagde verlenging wordt toegestaan, na de ondertekening van het convenant voor het dienstjaar 2017, als bepaald in art. 21 hierna, dezelfde standplaats worden toegewezen als in het dienstjaar 2016.

  • § 2.         Toewijzing in geval van stopzetting op eigen initiatief tijdens de exploitatieperiode.

1°.    Bij het vrijkomen van standplaatsen in geval van stopzetting van de bedrijfsactiviteit op eigen initiatief behoudt het gemeentebestuur zich het recht voor de vrijgekomen standplaatsen ofwel niet toe te wijzen ofwel bij lottrekking toe te wijzen.

2°.    Bij lottrekking zal het gemeentebestuur het geïnteresseerd publiek daarvan kennis geven door publicatie op de gemeentelijke website en in één West-Vlaamse krant.  In dit bericht wordt volgende info meegegeven:

  • Dag, plaats en uur van de loting;
  • Plaats en tijdstip waar lastenboek ter inzage ligt;
  • Datum waarop de gegadigden hun belangstelling bij aangetekend schrijven aan het gemeentebestuur moeten kenbaar maken.

Van deze lottrekking zal een proces verbaal worden opgemaakt.

3°.    De belangstellenden moeten hun kandidatuur uiterlijk 15 kalenderdagen vóór de datum van de lottrekking met aangetekend schrijven aan het gemeentebestuur kenbaar maken en mededeling doen van zijn/haar elektronisch adres.

4°.    Rechtspersonen kunnen zich enkel als kandidaat aanbieden wanneer zij de vorm hebben aangenomen, ofwel van een personenvennootschap, met maximaal vier vennoten, ofwel van een één-persoonsvennootschap. Enkel fysische personen kunnen van deze vennootschap vennoot zijn.

5°.    Bovendien moet de kandidaat in dat schrijven uitdrukkelijk de verbintenis aangaan om alle bestanddelen van de stopgezette exploitatie, zowel materiële als immateriële, over te nemen tegen de prijs die zal worden vastgesteld door een, door de stoppende subconcessionaris aangestelde en erkende beëdigde bedrijfsrevisor, wiens rapport uiterlijk 30 kalenderdagen vóór de datum van de lottrekking aan het gemeentebestuur zal overgemaakt worden. De kandidatuur moet een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankwaarborg bevatten voor het door de bedrijfsrevisor vastgestelde bedrag. Binnen de 14 dagen na de toewijzing dient dit bedrag betaald te worden aan de vorige uitbater

6°.    Zo de kandidatuur uitgaat van een fysisch persoon, dient zij bovendien een zo recent mogelijk attest van goed gedrag en zeden te bevatten.  In geval van vennootschap dient dergelijk attest ten name van alle bestuurders en zaakvoerders toegevoegd te worden.

7°.    Zijn er gelijktijdig meerdere standplaatsen vacant, kan een aan de voormelde voorwaarden voldoend bod voor iedere standplaats ingediend worden. Heeft de kandidaat slechts belangstelling voor één standplaats, dient hij/zij dit mee te delen; in dat geval zal zijn/haar kandidatuur enkel voor die standplaats bij de lottrekking weerhouden worden.

  • § 3.         Toewijzing in geval van onontvankelijkheid van de gevraagde verlenging, van stopzetting na weigering van de verlenging, gerechtelijke maatregel of beëindiging door het bestuur.

In geval er standplaatsen vrijkomen wegens niet ontvankelijkheid van de gevraagde verlenging, wegens weigering van de gevraagde verlenging of wegens beëindiging van de subconcessie als bedoeld door artikel 3,§1.1 of wegens een definitieve gerechtelijke maatregel (zoals bij faillissement, beroepsverbod, bedrijfssluiting) zal gehandeld worden als bepaald in §2.

Art. 5. - Concessievergoeding.

De concessieprijs bestaat uit een standgeld voor de inname van een subconcessie op het strand en een schenkingsvergoeding voor de verkoop van drank op de concessie (raamverkooppunt).

Standgelden

Voor de bepaling van het standgeld wordt het strand van Knokke-Heist ingedeeld in drie sectoren:

  • Sector 1 :
    Stranduitbatingen gelegen op het strand vanaf de Swolfsstraat tot aan de Zeehelling.
  • Sector 2 :
    Stranduitbatingen gelegen op het strand vanaf de Anemonenlaan tot de Swolfsstraat en tussen de Zeehelling en de Belgisch-Nederlandse grens.
  • Sector 3 :
    Stranduitbatingen gelegen op het strand vanaf de Zeebrugse grens tot de Anemonenlaan.

Het standgeld voor het dienstjaar 2017 wordt als volgt bepaald:

Ligging

 

Tarief per m² uitbating

Per strandcabine

Sector 1

0,75 EUR

220,00 EUR

Sector 2

0,50 EUR

190,00 EUR

Sector 3

0,25 EUR

160,00 EUR

met dien verstande dat geen standgeld verschuldigd is voor vijf strandcabines met elk een oppervlakte van maximaal 4 m² per subconcessie.

Schenkingsvergoeding

Voor de verkoop van drank is overeenkomstig de in paragraaf 1 opgegeven sectorindeling per raamverkooppunt volgende schenkingsvergoeding verschuldigd:

Ligging

 

Raamverkooppunt

Sector 1

8000,00 EUR

Sector 2

6000,00 EUR

Sector 3

4000,00 EUR

Art. 6. - Betalen van de concessievergoeding.

  • § 1.         De uitbater dient de concessievergoeding te vereffenen ten laatste 30 dagen na factuurdatum, door overschrijving op reknr. BE65 0910 1212 2096 van het gemeentebestuur.
  • § 2.         Ingeval van niet betaling binnen de gestelde termijn, leveren de verschuldigde bedragen van rechtswege en zonder verdere aanmaning ten voordele van het gemeentebestuur verwijlintresten op, berekend pro rata van het aantal dagen vertraging (kalenderdagen), tegen het gewoon tarief van de voorschotten in rekening courant vastgesteld door de nationale bank en geldig op de twintigste dag van de voorafgaande maand aan deze waarin de vertraging optreedt.

Art. 7. - Nivelleren van het strand.

  • § 1.         Het gemeentebestuur zal slechts één keer per jaar het strand in de meest geschikte toestand brengen (dit in de laatste weken voor aanvang van het seizoen).

Ingeval de uitbater een herhaling hiervan wenst, zal dit op zijn  kosten gebeuren, behalve in uitzonderlijke omstandigheden (zoals zware storm). Hiervoor zal een retributie worden aangerekend volgens het retributiereglement op technische prestaties.

Het van college burgemeester en schepenen spreekt zich uit of er al dan niet sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.

 § 2.        Schade, ontstaan door het nivelleren, aan kabels, leidingen en/of aftakkingen, welke niet gegroepeerd werden, valt niet ten laste van het gemeentebestuur, alsook de schade aan kabels, leidingen en/of aftakkingen welke te ondiep zijn aangebracht.

Leidingen dienen minimaal op diepte van 2 meter te worden ingegraven om nivelleringswerken niet te hinderen.

In geen geval kan wegens wijziging in de toestand van het strand vermindering van de concessieprijs noch enige schadeloosstelling worden bekomen, tenzij elke uitbating van de standplaats onmogelijk is geworden; in dit geval wordt een evenredige vermindering van de concessieprijs gegeven.

Art. 8. - Uitbating van de standplaats.

  • § 1.         De uitbater moet de hem toegewezen standplaats en het verkooppunt zelf uitbaten. Hij mag zich echter laten bijstaan door aangestelden.
  • § 2.         Zowel de voorbereiding als de exploitatie kunnen ten vroegste op woensdag 15 maart 2017 aanvangen.
  • § 3.         Tijdens de periodes voor het opstellen en verwijderen van de strandconcessie, is het voor de personen die de installaties opstellen en verwijderen toegelaten om stapvoets, via de veiligste en kortste weg met hun voertuig op de wandelweg van de Zeedijk en het strand te rijden om de nodige werkzaamheden uit te voeren. Tijdens die periodes blijft de toegang tot de wandelweg van de Zeedijk en het strand echter verboden op zon- en feestdagen tussen 10 u. en 18 u.
  • § 4.         Alle activiteiten (bar, verhuur strandstoelen,…) evenals elke mogelijke muziekproductie op de standplaats dienen gestopt te zijn om 20 u. De standplaats dient ten laatste tegen 21 u. volledig ontruimd, gesloten en inactief te zijn, ook voor het eigen personeel. De volledige ontruiming en sluiting van de exploitatie van de standplaats is een resultaatsverplichting van de uitbater, met dien verstande dat de standplaats steeds toegankelijk moet blijven voor de passanten en toevallige strandbezoekers.

Na een voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking bekomen worden.

  • § 5.         De uitbater dient ervoor te zorgen dat er voldoende vuilnisbakjes op zijn standplaats voorhanden zijn. Op de vuilnisbakjes mag geen reclameopdruk voorkomen.

De uitbater staat zelf in voor ophaling van zijn bedrijfsafval. Een kopie van het contract voor de ophaling dient 8 dagen voor aanvang van de exploitatie overgemaakt te worden aan het bestuur/dienst strand en concessies.

Verzameling van het afval gebeurt door gebruik te maken van ondergrondse afvalbakken die gedurende de uitbatingsperiode op de concessie mogen geplaatst worden. Indien die niet op de concessie kunnen geplaatst worden omwille van de onbereikbaarheid door de ophaaldienst, mogen deze opgesteld worden op een overeengekomen plaats met het bestuur/dienst strand en concessies.

 

 
   


De ophalingen/ledigingen van de ondergrondse containers mogen slechts plaatsvinden tussen middernacht en 8 u.

  • § 6.         Alle afval, inclusief glasafval, dient dagelijks van de uitbating verwijderd te worden.
  • § 7.         Na het einde van de exploitatieperiode dient de uitbater de door het gemeentebestuur in bruikleen gegeven strandhagen tegenaan de blauwsteen ter hoogte van hun standplaats te verzamelen. Beschadigde strandhagen dienen vergoed te worden overeenkomstig de door het gemeentebestuur op te maken factuur, tenzij de beschadiging het gevolg is van overmacht of fouten van derden waarvoor de uitbater niet moet instaan.
  • § 8.         Stroomkasten dienen steeds afgesloten te zijn, dus ontoegankelijk voor onbevoegden. Elektrische stroomkasten moeten elke 5 jaar gekeurd worden door een erkende firma. Het bekomen keuringsverslag moet overgemaakt worden aan het gemeentebestuur en Eandis om aangesloten te kunnen worden bij begin van het exploitatieseizoen.

Art. 9. – Toegelaten en verboden verkoop.

  • § 1.         De verkoop van dranken is toegelaten tussen 8.30 u. en 20 u.
  • § 2.         Het laten aanleveren, zelf bereiden of opdienen van koude of warme maaltijden door de uitbater is strikt verboden.

Belegde broodjes, panini, croque monsieur en hotdogs, aangemaakt en geleverd door in de gemeente gevestigde etablissementen, mogen wel verkocht worden door de uitbater.
Borrelhapjes mogen wel gegeven worden bij de verkochte dranken.

De uitbater dient er ten titel van resultaatsverbintenis voor in te staan dat ze uitsluitend op de standplaats verbruikt worden.  De naam van de leverancier mag op de prijslijst vermeld worden en enkel aan het raamverkooppunt – niet zichtbaar vanaf de zeedijk - aangebracht worden.

  • § 3.         Een niet-verhard zandterras, nl losse stoelen en tafels in het zand, wordt toegelaten met een maximale oppervlakte van 350m².
  • § 4.         Op het zandterras wordt geen bediening toegelaten.
  • § 5.         Er mag enkel vanuit het raamverkooppunt worden verkocht. Enkel aan het raamverkooppunt mag er een prijslijst aangebracht worden – niet zichtbaar vanaf de wandelweg van de Zeedijk.
  • § 6.         Elke andere verkoop is strikt verboden, inzonderheid doch niet limitatief, kleding, speelgoed, zonnecrème en ijscrème, zowel aan de bezoekers van de standplaats als aan de voorbijgaande kust- en strandbezoekers.
  • § 7.         Voor de verkoop van drank mag slechts één verkooppunt per standplaats worden ingericht, ook in geval van naast mekaar gelegen en samengevoegde standplaatsen.

De bergruimte niet- inbegrepen, mag het verkooppunt maximaal 20 m² bedragen.

Er dient steeds een vrije zone van 8 meter tussen het verkooppunt en de bestaande terrassen palend aan de wandelweg van de Zeedijk voorzien te zijn.

Art. 10. – Materiaal toegelaten op de standplaats.

  • § 1.         De uitbater mag, behoudens strandcabines, strandzetels, zetels, relax-zetels, decoratieve en sfeerbrengende planten, parasols en zeilen, geen andere voorwerpen op zijn uitbating plaatsen. Het plaatsen van voormelde voorwerpen mag niet tot gevolg hebben dat het principieel open visueel karakter van de uitbating geschaad wordt en het zeezicht aanzienlijk beperkt wordt.
  • § 2.         Strandpasserellen dienen derwijze geplaatst dat zij enkel dienen als toegang; zij mogen in geen geval aangewend worden als terras of een daarmee vergelijkbare functie.
  • § 3.         De op de uitbating aanwezige constructies en materialen (zeilen, parasols, stoelen, kussens...) mogen niet voorzien zijn van enige publiciteit, tenzij na voorlegging en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
  • § 4.         Het plaatsen van douches is toegelaten en aanbevolen. Het aansluiten op het openbaar net is ten laste van de uitbater.
  • § 5.         Het plaatsen van toiletten is verplicht. Deze toiletten moeten aangesloten worden op het openbaar rioleringsstelsel. Het plaatsen van andere toiletten zoals o.a. chemische toiletten is verboden.
  • § 6.         Mits voorafgaandelijke toelating, door het college van burgemeester en schepenen of zijn gelastigde te verlenen op voorlegging van een plan, kunnen kinderspelen voor peuters en kleuters toegelaten worden met een maximale nokhoogte van 3,50m. Springkastelen mogen niet op een concessie geplaatst worden.
  • § 7.         Het gebruik van vlaggen of kleuren dient zo te gebeuren dat verwarring met de reddingsdiensten uitgesloten wordt. Driehoekige vlaggen in rode, groene of gele kleuren zijn verboden.  Er zijn vlaggenmasten met bijhorende vlag toegestaan, maar enkel met de naamvermelding van de subconcessionaris, zonder bijkomende reclamevermelding.
  • § 8.         Voor het dienstjaar 2018 dient uiterlijk op 31 december 2017 een plan met de indeling van de concessie ter goedkeuring door het college van Burgemeester en schepenen te worden ingediend met vermelding van:
    • oppervlakte
    • plaats en bestemming van alle voorgenomen constructies en voorwerpen met enige visuele impact
    • aangewende materialen
    • ligging van de nutsvoorzieningen
    • plaats(en) waar en hoe de muziekinstallatie(s) en de eventuele elektronische versterkers zullen worden opgesteld

Zonder goedgekeurd plan zal door het bestuur geen convenant onderschreven worden.

Indien vóór 1 oktober 2017 een verlenging is aangevraagd die werd toegestaan, zal voormeld plan ten laatste tegen 31 januari 2018 ter goedkeuring worden voorgelegd. Pas na de goedkeuring van het plan, wordt het convenant ter ondertekening voorgelegd.  De reeds eerder verleende verlenging is slechts gegeven onder de voorwaarde van tijdige indiening en goedkeuring van het bedoelde plan.

  • § 9.         Eventuele beplanting mag niet rechtstreeks in het zand aangebracht worden, maar enkel in wegneembare materialen (bloembakken). Alle beplanting dient van het strand verwijderd te zijn op 15 oktober. Bij het laten staan van deze materialen zullen deze, door de diensten van het gemeentebestuur worden weggenomen. Voor de verwijdering zal een retributie worden aangerekend volgens het retributiereglement op de technische prestaties.
  • § 10.         De strandzetels dienen in goede staat en net te zijn. Ze mogen slechts worden geplaatst op de toegewezen standplaats.
  • § 11.         Al het voor de uitbating aangewend materieel (relaxzetels, kussens, tafels, stoelen, …) met uitzondering van de onder artikel 13 vermelde vaste houten windschermen en palen, dient op het einde van iedere dag (21 u.) te zijn ondergebracht in de aanwezige bergruimten op de concessie.  Wat niet in de bergruimte kan ondergebracht worden, moet met een wit zeil afgedekt worden.

Art. 11. - Strandcabines.

  • § 1.         De strandcabines moeten beantwoorden aan het bepaalde in artikel 1 van het reglement voor het plaatsen van strandcabines op het strand, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 februari 2016. Er mogen geen reclameborden noch aanplakbrieven aan worden opgehangen.
  • § 2.         De strandcabines moeten van binnen kunnen gesloten worden.
  • § 3.         Het is de uitbater toegelaten op één strandcabine een uithangbord aan te brengen voor de verhuring van strandtenten. Het bord is wit van kleur met 25 op 40 cm als maximale afmetingen.
  • § 4.         Daarenboven moet elke dag op een zichtbare plaats aan één der strandcabines een bord uithangen of een sandwichbord staan met daarop de toegepaste prijzen.

Art. 12. - Plaatsen van een trap of toegangshelling.

  • § 1.         De uitbater, die een standplaats toegewezen krijgt op een badzone waar een niveauverschil is tussen het strand en de wandelweg, mag op de schuine helling van de zeedijk, naar gelang de noodzaak, één of meer trappen of toegangshellingen plaatsen, die moeten voorzien zijn van een stevige leuning.
  • § 2.         De trap of helling moet van degelijke constructie zijn en aan de volgende voorwaarden voldoen:
    • vrije doorgang breedte = 1,2 m
    • de hoogte en diepte van de treden moet voldoen aan de passende en desgevallend normatieve comforts- en de veiligheidsnormen
    • verankerd zijn in de helling van de zeedijk
    • helling volgend van de zeedijk en zonder hindernis aansluitend aan zeedijk en strand
  • § 3.         De trap of helling moet vrij toegankelijk zijn.

Art. 13. – Zeilen en schermen.

  • § 1.         Teneinde de gebruikers van strandzetels te beschermen tegen wind en opwaaiend zand is het de uitbater toegelaten om naast zeilen ook vaste houten windschermen op de hem toegewezen standplaats te plaatsen. De zeilen en houten windschermen dienen wit van kleur te zijn.
  • § 2.         De zeilen en houten windschermen mogen echter nooit zo worden geplaatst dat de standplaats aan de zeekant volledig zou zijn afgesloten. Bij hoogwater moet er altijd een vrije strook van 5 (vijf) meter vrij blijven.  Op Knokke-Midden dient de afrit altijd vrij te blijven over zijn volle breedte als doorgang voor de veiligheidsdiensten.
  • § 3.         De zeilen en houten windschermen vanaf meer dan 40 meter lengte dienen een opening te hebben van 10 meter.
  • § 4.         De maximumhoogte van de zeilen is bepaald op 1,60 meter en van de houten windschermen op 1,20 meter.  De houten windschermen kunnen verhoogd worden tot 1,60 meter  voor zover het gedeelte tussen 1,20 meter en 1,60 meter uit doorzichtig splintervrij glas bestaat.
    • § 5.         Na iedere seizoensdag dienen de zeilen evenals de daartoe gebruikte palen verwijderd en opgeborgen te worden met uitzondering van de hierboven vermelde houten windschermen en bijkomende palen.

 

 

Art. 14. – Vrije toegankelijkheid.

  • § 1.         Het strand moet altijd kosteloos voor de voetgangers toegankelijk blijven (artikel 8 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 1995) en de doorgang aan voetgangers door de in subconcessie gegeven zone mag niet geweigerd of verhinderd worden, ook na de sluitings- en ontruimingsplicht van de exploitatie op zich bepaald in art. 8, §3.
  • § 2.         Er moet altijd een strook strand van minstens 5 meter vanaf de hoogwaterlijn vrij blijven.
  • § 3.         Het is de uitbater verboden de houders van een regelmatige vergunning of machtiging voor het verkopen van ijscrème, gebak of voor het nemen van foto's de uitoefening van hun activiteit te verhinderen.

Art. 15. – Houding ten aanzien van het publiek, toezichthoudende ambtenaren en politie.

  • § 1.         De uitbater en zijn personeel dienen verzorgde kledij te dragen.
  • § 2.         De uitbater én zijn personeel dienen tegenover het publiek, toezichthoudende ambtenaren en politie steeds de meest hoffelijke en correcte houding aan te nemen en in de geest van het lastenboek te handelen en te communiceren; het is hen o.a. ten strengste verboden publiek te ronselen of lastig te vallen.

De uitbater is wat dit betreft verantwoordelijk voor het gedrag van zijn personeel.

Art. 16. - Exploitatiebeperkingen.

  • § 1.         De subconcessie beperkt op generlei wijze het recht van het Vlaamse Gewest om openbare werken op het strand, aan de zeedijken of langs de kust uit te voeren, om zand op te spuiten, weg te nemen of te laten wegnemen, waar het dit nuttig acht.
  • § 2.         Het bestuur houdt zich steeds het recht voor om het strand tijdelijk in gebruik te nemen voor het houden van feesten, plechtigheden, culturele, toeristische en sportmanifestaties, ingericht door of met medewerking van het bestuur of de hogere overheid.

In voorkomend geval, met uitzondering van wat is bepaald in artikel 7, §3 in geval van elke onmogelijkheid tot uitbating, zal geen vermindering van de concessievergoeding, noch enige schadevergoeding kunnen worden geëist.

Art. 17. – Primauteit van door het Vlaamse Gewest verleende concessieovereenkomsten en/of op gemeentelijke politieverordeningen.

Voor zover dit lastenboek bepalingen mocht bevatten die niet in overeenstemming zijn met de ‘Concessie voor het aanbrengen en exploiteren van installaties voor zee-en zonnebaden, sport en spelen’ overeenkomstig het besluit van het intern verzelfstandigd agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust tot het verlenen van de strandconcessie 2017 Knokke-Heist en de ‘Concessieovereenkomst zeedijk en strand niet gedekt door de strandconcessie gemeente Knokke-Heist voor de jaren 2010-2012, verlenging 2017’, hebben de conflicterende bepalingen van deze concessies en besluiten voorrang op de bepalingen van het onderhavig lastenboek. Het gemeentebestuur behoudt  zich het recht voor desgevallend de bepalingen van dit lastenboek daarmee in overeenstemming te brengen.

Art. 18.– Andere besluiten en regelgevingen.

De bepalingen van dit lastenboek doen uiteraard in geen enkele mate afbreuk aan de bepalingen van internationale verdragen, die rechtstreeks in België toepasselijk zijn, aan de wetten, decreten, besluiten, verordeningen of reglementen die voor de exploitatie van de standplaats strengere of in dit lastenboek niet voorziene bepalingen mochten bevatten, noch aan de sanctieregeling die in die publiekrechtelijke regelgeving is voorzien.

Inzonderheid, doch niet limitatief, wordt daarbij gedacht aan:

  • de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 die de handelingen bepaalt waarvoor voorafgaandelijk een stedenbouwkundige vergunning moet worden bekomen, alsook de gevallen waarin een staking van werken of het strijdig gebruik kan worden opgelegd;
  • de verordenende bepalingen van het PRUP Strand en Dijk Knokke-Heist, vastgesteld door de provincieraad in zitting van 27 juni 2013 en goedgekeurd door de bevoegde Vlaamse minister (BS 17 september 2013), inzonderheid artikel 4, §14 omtrent de terrassen en artikel 4, §15 omtrent de verbruiksruimte, waarvan de niet eerbiediging strafbaar is gesteld door artikel 6.1.1, 2° VCRO met mogelijkheid tot onmiddellijk stakingsbevel, als bepaald door artikel 6.1.47 VCRO;
  • het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en natuurlijk milieu en zijn latere wijzigingen;

Art. 19. – Geluidsnormen.

  • § 1.         Definities.
    • Achtergrondmuziek: muziek die bedoeld is om niet direct of bewust naar te luisteren, maar die louter tot doel heeft sfeerverhogend te werken, om ongewenste geluiden of juist stilte te maskeren en een kalmerend effect te bereiken;
    • Evenement: een gebeurtenis van tijdelijke aard waarbij muziek, kunst, cultuur, sport, educatie, promotie of een combinatie daarvan centraal staat, een openbaar karakter heeft en vrij toegankelijk is voor het publiek en beperkt blijft tot de standplaats(en) van de uitbater(s) die de nodige toelating ertoe heeft/hebben bekomen.
  • § 2.         Volgende geluidsnormen zijn van toepassing.

1°.    De badkarhouders kunnen op hun standplaats achtergrondmuziek produceren tussen 12 u. en  20 u.

2°.    De geluidsinstallatie(s) mag/mogen zich uitsluitend bevinden in of aan het raamverkooppunt en moet(en) van die aard zijn dat de emissie uitsluitend gericht is naar de standplaats en niet naar de zeedijk.

3°.    Het geluidsniveau van al dan niet versterkte muziek mag nooit hoger zijn dan 80 dB(C) slow.

  • § 3.         Na een voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking bekomen worden op het bepaalde in §2, doch voor maximaal 8 gelegenheden per jaar en per uitbater.

Procedure:

  • De aanvraag dient te gebeuren bij de evenementen coördinator, aan de hand van een daartoe voorzien formulier.

Het formulier “Evenementen aanvraag badkarhouders” is terug te vinden:

  • Op de gemeentelijke website: www.knokke-heist.be , via het e-loket
  • Aan het onthaal van de diverse gemeentelijke centra
  • Via e-mail: evenementen@knokke-heist.be
  • Het ingevulde formulier dient terugbezorgd via website, e-mail, fax, of post. De referentiegegevens staan vermeld op het aanvraagformulier.
  • De aanvraag zal administratief behandeld worden door de dienst evenementen.
    • § 4.         Inbreuken op de exploitatievoorwaarden kunnen worden vastgesteld door gemeentelijke ambtenaren van minstens niveau C en leden van de lokale politie.

Voor geluidsmetingen wordt gebruik gemaakt van een meet- en registratieapparatuur die minstens voldoet aan de nauwkeurigheidseisen gesteld voor klasse 2-meetingsinstrumenten in de NBN-normen (NBN EN 60651 – 1996). Daarbij wordt de C-weging toegepast gedurende minstens 3 minuten, dit ter hoogte van de kruin (blauwsteen) van de zeedijk aan de strandzijde en binnen de grenzen van de uitbating.

  • § 5.         De overeenkomstig §4 gedane vaststelling van overschrijding van het maximaal muziekniveau van 80 dB(C) slow wordt onweerlegbaar geacht hinderlijk te zijn voor de omliggende uitbatingen van horeca- en andere handelszaken, voor de bewoners van de appartementsgebouwen en voor de gebruikers van de zeedijk en dus geen achtergrondmuziek meer te zijn. Zij wordt geacht bewijskracht te hebben tot bewijs van het tegendeel.
  • § 6.         De uitbater mag evenmin door andere geluidsbronnen hinder of overlast veroorzaken en/of laten veroorzaken voor de omgevende handelszaken, bewoners van de appartementsgebouwen en gebruikers van de zeedijk. Dit is in zijnen hoofde een resultaatsverbintenis.

Art. 20. – Maatregelen.

  • § 1.         Wanneer de uitbater gedurende de exploitatie inbreuken begaat op de onderhavige bepalingen, zal de toezichthoudende dienst hiervan een schriftelijk verslag overmaken aan het college van burgemeester en schepenen.
  • § 2.         Bij een eerste overtreding volgt een waarschuwing, gegeven door het college van burgemeester en schepenen of de gedelegeerde schepen. De waarschuwing zal via elektronische post bezorgd worden en per aangetekend schrijven bevestigd worden aan de betrokkene of door een bevoegd ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar. Die zendingen worden gedaan op het overeenkomstig artikel 3,§1,2 medegedeeld adres.
  • § 3.         In geval van een tweede en volgende overtreding kan het college van burgemeester en schepenen één of meerdere passend geachte maatregelen opleggen, zoals een tijdelijke sluiting, het tijdelijk beperken van de openingsuren, het tijdelijk sluiten van de bar of een tijdelijk muziekverbod. Naar omstandigheden kan het college van burgemeester en schepenen deze maatregelen eveneens verbinden aan de verlenging van de subconcessie.
  • § 4.         In het geval van § 3, zal de betrokkene per elektronische post, bevestigd door een aangetekend schrijven op de hoogte worden gebracht . Dit aangetekend schrijven kan worden vervangen door een afgifte tegen ontvangstbewijs door een gemeentelijk ambtenaar of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar en waarin worden vermeld:
    • ·       de datum en aard van de (bij herhaling) vastgestelde inbreuk(en);
    • waar en wanneer hij van het dossier inzage kan nemen;
    • de dag en uur waarop hij zal gehoord worden, welke hoorzitting niet vastgesteld zal worden vóór 10 kalenderdagen verstreken zijn sedert de verzending van het aangetekend schrijven waarvan hoger sprake en welke hoorzitting zal gehouden worden door het college of een gedelegeerd lid ervan, desgewenst in aanwezigheid van een raadsman, tenzij de betrokkene verkozen heeft voorafgaandelijk zijn verweer per elektronische post, bevestigd door een aangetekend schrijven, te laten gelden.
  • § 5.         Per elektronische post, bevestigd bij aangetekend schrijven zal het college van burgemeester en schepenen, of het gedelegeerd lid ervan, kennis geven van de beslissing die werd genomen. Dit aangetekend schrijven kan worden vervangen door een afgifte tegen ontvangstbewijs door een gemeentelijk ambtenaar. of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar. De betrokken uitbater dient er onmiddellijk gevolg aan te geven, bij gebreke waaraan de gemeente, op kosten van de betrokken uitbater, alle nodige maatregelen zal kunnen treffen om de sanctie dwangmatig uit te voeren, desnoods door verzegeling van toestellen of gedeeltelijke of gehele sluiting van de uitbating.
  • § 6.         De niet onmiddellijk vrijwillige en aanhoudende naleving van de getroffen maatregel wordt geacht een ernstige inbreuk te zijn op de onderhavige exploitatievoorwaarden, als bedoeld in §1, in welk geval kan gehandeld worden als bepaald in §§ 3, 4 en 5. Bovendien zal in dat geval het college van burgemeester en schepenen de exploitatie onmiddellijk kunnen beëindigen zonder enig recht op schadevergoeding.
  • § 7.         Het nemen van voormelde conventioneel bepaalde maatregel(en), staat niet in de weg dat eveneens door de bevoegde overheid opgetreden wordt zo de inbreuken op de hierbij bepaalde exploitatievoorwaarden een inbreuk mochten zijn op de van kracht zijnde wetten of reglementen.

 

Art. 21. – Aan de kandidaten-subconcessionarissen zal volgend convenant ter ondertekening voorgelegd worden:

 

CONVENANT BETREFFENDE DE STRANDCONCESSIES AAN DE BADKARHOUDERS VOOR HET DIENSTJAAR 2017

Artikel 1.

Ten overstaan van het gemeentebestuur Knokke-Heist, vertegenwoordigd door:

(………), gemachtigde schepen

En mevrouw Miet Gobert, secretaris

Wordt door ondergetekende uitbater bevestigd wat volgt.

De uitbater bevestigt kennis te hebben genomen van het door de gemeenteraad goedgekeurd lastenboek, houdende de lasten en voorwaarden voor de subconcessies aan de badkarhouders voor het dienstjaar 2017, er een exemplaar van ontvangen te hebben en ze zonder enig voorbehoud te aanvaarden en te zullen naleven.

Art. 2.

Door de ondertekening van dit convenant bekomen alle in dit lastenboek bepaalde voorwaarden et karakter van conventionele bedingen en ontstaat er tussen de partijen een overeenkomst van het type domeinconcessie.

 

Art. 22.

Het gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2016 betreffende de goedkeuring van het lastenboek en de voorwaarden voor de stranduitbaters voor dienstjaar 2016, wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van huidig besluit.

 

Lastenboek badkarhoudes 2017

 

Datum goedkeuring: 23 februari 2017

Datum bekendmaking: 28 februari 2017