Huishoudelijk reglement - Cultuurraad

 

 

Artikel 1.

Het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke cultuurraad wordt goedgekeurd.

 

Art. 2.

Bij de voorbereiding en de uitvoering van het beleid op het stuk vermeld onder culturele materies bedoeld in artikel 3, 1°tot en met 10° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen met uitzondering van de aangelegenheden die onder de adviesbevoegdheid van de gemeentelijke sportraad, van de gemeentelijke jeugdraad en van de gemeentelijke raad voor toerisme ressorteren, evenals op het stuk van de vrijetijdsbesteding die met deze aangelegenheden verband houden, zal de gemeentelijke cultuurraad middels overleg en inspraak betrokken worden.

 

Art. 3.

Elke door de gemeentelijke cultuurraad aan te brengen wijziging of aanvulling aan zijn huishoudelijk reglement moeten door de gemeenteraad worden bekrachtigd. Deze aanvullingen en wijzigingen mogen in geen geval onverenigbaar zijn met de erkenningvoorwaarden, zoals deze worden bepaald in het decreet van 13 juli 2001.

 

Art. 4.

Onderhavig besluit zal ter kennisgeving worden meegedeeld aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

 

Aangenomen met eenparigheid van stemmen.

 

Ons bekend om gevoegd te worden bij gemeenteraadsbesluit van 18 december 2003 (punt 27 van de dagorde)

 

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT CULTUURRAAD

 

Artikel 1:

 

Het Huishoudelijk Reglement regelt de interne werking van de Cultuurraad en vormt een concretisering en een aanvulling op het Gemeentelijk Organiek Reglement (Gemeenteraadsbesluit van 1 oktober 1992) betreffende de gemeentelijke adviesraden voor cultuurbeleid.

 

Artikel 2:

 

Dit Huishoudelijk Reglement is slechts rechtsgeldig na bekrachtiging door de Gemeenteraad.

 

Artikel 3:

 

De Cultuurraad adviseert het Gemeentebestuur inzake de voorbereiding en de uitvoering van het gemeentelijk cultuurbeleid.

 

§ 1:

Het Gemeentebestuur vraagt de Cultuurraad om advies over alle culturele aangelegenheden omschreven onder de punten 1 tot en met 10 in artikel 4 van de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot Hervorming der Instellingen, met uitzondering van de materies lichamelijke opvoeding, sport en openluchtleven, jeugdbeleid en toerisme.

 

Deze culturele aangelegenheden zijn:

 

1.      bescherming en de luister van de taal (o.a. bij het geven van straatnamen);

2.      aanmoediging van de vorming van navorsers (o.a. studiebeurzen en prijzen voor kunstenaars);

3.      schone kunsten (plastische kunsten, toneel, muziek, dans, audiovisuele expressie)

4.      cultureel patrimonium (met inbegrip van monumenten en landschappen), musea en andere wetenschappelijk - culturele instellingen;

5.      bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten;

6.      (plaatselijke) radio-omroep en (regionale) televisie;

7.      jeugdbeleid;

8.      permanente vorming en culturele animatie;

9.      lichamelijke opvoeding, sport en openluchtleven;

10.   vrijetijdsbesteding en toerisme.

 

§ 2:

Daarnaast heeft de Cultuurraad het recht om op eigen initiatief over alle beleidsdossiers, waarvan zij vindt dat er culturele belangen in het geding zijn, advies uit te brengen aan het Gemeentebestuur.

 

Artikel 4:

 

De Cultuurraad heeft bovendien als opdrachten:

 

  1. het verzamelen van informatie en documentatie over het culturele leven en de culturele behoeften in het werkingsgebied;
  2. het bevorderen en het organiseren van overleg, coördinatie en samenwerking tussen de culturele organisaties;
  3. het stimuleren van de inspraak van de brede bevolking bij de opbouw van het gemeentelijke cultuurbeleid;
  4. het bevorderen van de deelname van de ruimere bevolking – en inzonderheid van groepen in achterstandssituaties aan het culturele werk;
  5. het mogelijk maken en het zelf nemen van op de behoeften afgestemde initiatieven in de culturele sector;
  6. het medebeheer van de gemeentelijke culturele accommodaties (zoals bepaald in artikel 8 en 9 van de Cultuurpactwet van 16/7/1973, inzonderheid van het Gemeentelijk Cultuurcentrum) zoals voorzien in artikel 5, &1, 3° van het decreet van 24/7/1991.

 

Artikel 5

 

§ 1:

De Cultuurraad is samengesteld uit een Algemene Vergadering en een Bestuur.

 

§ 2:

De Cultuurraad kan Secties per werksoort en per territoriale geleding (dorp, wijk of deelgemeente) oprichten, evenals Studiecommissies en Werkgroepen.

 

§ 3:

De Cultuurraad ontwikkelt een open, probleemgerichte werking. Meerdere vertegenwoordigers van de culturele organisaties en ander geïnteresseerden worden ook regelmatig in de werking van de Cultuurraad betrokken via overlegvergaderingen en andere vormen van informatie, inspraak en participatie.

 

I.          DE LEDEN:

 

Artikel 6:

 

De Cultuurraad wordt samengesteld uit stemgerechtigde leden en waarnemers:

 

§ 1:

a.      één afgevaardigde van elke culturele organisatie en vereniging, zowel private als publieke, die werken met vrijwilligers en een actieve culturele werking ontplooien op het grondgebied van de gemeente.

Op de samenkomsten van de Cultuurraad kan de effectieve afgevaardigde zich laten vervangen door zijn vaste plaatsvervanger;

 

b.      één afgevaardigde van elke culturele organisatie en instelling, zowel private of publieke, die werken met professionele beroepskrachten en een actieve culturele werking ontplooien op het grondgebied van de gemeente.

Op de samenkomsten van de Cultuurraad kan de effectieve afgevaardigde zich laten vervangen door zijn vaste plaatsvervanger;

 

c.      de leden die door de Gemeenteraad worden aangeduid, zoals bepaald onder § 4 van dit artikel;

 

d.      de leden die worden gecoöpteerd door de leden vermeld onder a), zoals verder omschreven onder § 5 van dit artikel.

 

§ 2:

Om een afgevaardigde te kunnen aanwijzen, moeten de private en publieke culturele organisaties voldoen aan volgende voorwaarden:

 

a.      een schriftelijke aanvraag doen bij het Bestuur van de Cultuurraad;

 

b.      hun zetel in de gemeente hebben en een culturele werking ontplooien op het grondgebied van de gemeente;

 

c.      activiteiten uitoefenen die behoren tot de culturele aangelegenheden vermeld onder artikel 3, §1;

 

d.      door het indienen van hun werkingsverslag over het voorbije jaar, laten blijken dat zij in die periode regelmatig culturele activiteiten hebben ingericht voor eigen leden of voor het ruime publiek.

 

e.      aantonen dat zij een culturele organisatie, vereniging of instelling (privaat of publiek) zijn door het indienen van hun statuten of doelstellingen, de samenstelling van het bestuur en het aantal leden of de omvang van het bereikte doelpubliek.

 

§ 3:

De effectieve afgevaardigde, evenals de vaste plaatsvervanger, worden in volle vrijheid aangeduid door de betrokken culturele organisatie en moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

 

a.      minimum 18 jaar oud zijn;

 

b.      actief betrokken zijn bij de werking van de organisatie die hen afvaardigt;

 

c.      geen lid zijn van de Gemeenteraad of van het College van Burgemeester en Schepenen of een ander politiek mandaat bekleden;

 

d.      zich bereid verklaren zich actief te engageren voor de opdrachten van de Cultuurraad, zoals omschreven in § 7 van dit artikel;

 

e.      niet reeds vanuit een andere hoedanigheid lid of plaatsvervanger zijn in de Cultuurraad.

 

§ 4:

De Gemeenteraad gaat over tot het aanduiden van één bijkomend stemgerechtigd lid voor de Cultuurraad op voordracht van een strekking, die wel aanwezig is in de Gemeenteraad, maar nog niet met stemrecht vertegenwoordigd is in de Cultuurraad.

 

Deze leden moeten voldoen aan de voorwaarden vermeld onder §3 van dit artikel.

 

§ 5:

De coöptatie van stemgerechtigde leden, zoals voorzien in § 1, d) van dit artikel gebeurt door de leden van de Algemene Vergadering zoals bepaald in § 1, a & b van dit artikel en bij volstrekte meerderheid op punt van:

 

  1. de culturele deskundigheid of de persoonlijke interesse van de betrokken persoon;

 

  1. het ondervertegenwoordigd zijn van een in de Gemeenteraad vertegenwoordigde ideologische of filosofische strekking;

 

  1. het ondervertegenwoordigd zijn van een bevolkings- en of leeftijdscategorie;

 

  1. het ondervertegenwoordigd zijn van deelgebieden in de gemeente.

 

De kandidaten voor coöptatie dienen een schriftelijke aanvraag in bij het Bestuur.

 

De gecoöpteerde leden moeten bovendien voldoen aan de voorwaarden vermeld onder § 3 (uitgezonderd a) van dit artikel.

 

§ 6:

Waarnemers met raadgevende stem zijn:

  1. de gemeentelijke ambtenaar, aangeduid door het College van Burgemeester en Schepenen om de vergaderingen van de Cultuurraad bij te wonen en het secretariaat ervan waar te nemen;

 

  1. andere ambtenaren van publieke culturele organisaties, aangeduid door het College van Burgemeester en Schepenen;
  2. de door het Bestuur aangeduide vaste waarnemers (met een permanente opdracht) of tijdelijke waarnemers (één of meerdere samenkomsten);

 

  1. de Schepen van Cultuur;

 

  1. één door elke politieke fractie van de Gemeenteraad aangeduid gemeenteraadslid.

 

De waarnemers dienen te voldoen aan de voorwaarden vermeld onder §3, e) van dit artikel.

 

§ 7:

Alle stemgerechtigde leden van de Cultuurraad worden gevraagd een engagementsverklaring voor de werking van de Cultuurraad te ondertekenen, waarin volgende elementen vastgelegd worden:

 

a)     Plichten van het stemgerechtigde lid:

-       Onderschrijven van de doelstellingen van de Cultuurraad en er zich toe verbinden om actief mee te werken aan de realisering ervan;

-       Het bijwonen van de vergaderingen van de Cultuurraad. Indien dit onmogelijk is, is het lid gebonden zich uitdrukkelijk te verontschuldigen. De afgevaardigden van de private en publieke culturele organisaties kunnen zich laten vertegenwoordigen door hun vaste plaatsvervanger;

-       Zich informeren over het cultuurbeleid door lectuur, door bijscholing en vorming, door contacten met organisaties en andere betrokkenen bij het cultuurbeleid;

-       Bewijzen dat men actief wenst mee te werken aan de Cultuurraad door een bestuursfunctie op te nemen en/of te participeren in minstens één Sectie, Werkgroep of Commissie;

-       Afgevaardigden van een private of publieke culturele organisatie en van een strekking dienen hun achterban grondig te informeren over de werkzaamheden van de Cultuurraad en ook geregeld overleg te plegen met deze achterban in functie van het opsporen van behoeften, ideeën en verwachtingen betreffende cultuurbeleid.

 

b)   Rechten van het stemgerechtigde lid:

-       Spreek- en stemrecht op de samenkomsten van de Algemene Vergadering en op de andere samenkomsten van de Cultuurraad waarop het lid wordt uitgenodigd;

-       Inzagerecht in alle documenten en dossiers die het Gemeentebestuur ter beschikking stelt van de Cultuurraad;

-       Gebruik maken van het budget van de Cultuurraad voor het volgen van studiedagen en vormingscursussen in functie van het verbeteren van de werking van de Cultuurraad, na goedkeuring door het Bestuur van de Raad.

 

Artikel 7:

 

§ 1:

Het Bestuur van de Cultuurraad onderzoekt de aanvragen tot lidmaatschap vanwege de culturele organisaties en vanwege de Gemeenteraad, evenals de kandidaturen voor coöptatie en deelt het advies van het Bestuur schriftelijk mee aan het kandidaat-lid, binnen de twee maanden. Het advies geeft aan of de organisatie (kandidaat vertegenwoordiger en plaatsvervanger) voldoet aan de onder artikel 6 gestelde voorwaarden. Op de eerstvolgende Algemene Vergadering wordt het lidmaatschap al dan niet bevestigd.

De betrokken organisaties of personen kunnen beroep aantekenen bij de Algemene Vergadering tegen de beslissing van het Bestuur. De Algemene Vergadering neemt een eindbeslissing over betwiste gevallen.

 

§ 2:

Het Bestuur waakt over de representativiteit van de Algemene Vergadering en onderzoekt het werkingsverslag, als bedoeld in artikel 6, § 2, d), dat elk jaar door de culturele organisaties moet ingediend worden om het bewijs te leveren van o.a. de regelmatig uitgeoefende culturele activiteiten in het voorbije jaar.

 

Artikel 8:

 

§ 1:

De duur van het lidmaatschap bedraagt zes jaar. De mandaten vervallen ten laatste binnen de vier maanden volgend op de installatie van een nieuwe Gemeenteraad.

 

§ 2:

De organisatie van de nieuwe samenstelling wordt voorbereid door het Bestuur.

Aan alle vertegenwoordigde organisaties, de leden aangeduid door de Gemeenteraad, de gecoöpteerde leden en de waarnemers, wordt een invulformulier bezorgd met de oproep om zich voor een vastgestelde datum (terug) kandidaat te stellen voor de Cultuurraad. Bij de nieuwe samenstelling dient rekening gehouden te worden met de voorwaarden en de procedures, zoals voorzien in artikel 6.

 

§ 3:

Tevens wordt via verschillende informatiekanalen een open oproep gedaan opdat geïnteresseerde inwoners zich kandidaat zouden stellen voor coöptatie als waarnemer van de Cultuurraad.

 

Artikel 9:

 

Aan het mandaat van lid van de Algemene Vergadering komt tussentijds een einde door:

 

1.      het ontslag uit de Cultuurraad of uit de afvaardigende organisatie;

 

2.      de intrekking van de opdracht door de afvaardigende organisatie;

 

3.      overlijden of rechtsonbekwaamheid;

 

4.      de intrekking door het Bestuur van de erkenning van de afvaardigende organisatie, omdat deze niet meer beantwoordt aan de in artikel 6, §3 voor het lidmaatschap gestelde criteria;

 

5.      de intrekking door het Bestuur van het lidmaatschap, omdat het betrokken lid niet meer voldoet aan de onder artikel 6 voor het lidmaatschap gestelde criteria;

 

6.      een niet-gemotiveerde afwezigheid van het lid op drie opeenvolgende vergaderingen van de Cultuurraad waarvoor het lid een uitnodiging ontving.

 

Artikel 10:

 

De eventuele tussentijdse intrekking door het Bestuur van de erkenning van een afvaardigende organisatie of de tussentijdse intrekking van het lidmaatschap van een stemgerechtigd lid, een plaatsvervanger of een waarnemer, is onmiddellijk van kracht na schriftelijke mededeling aan de belanghebbende culturele organisatie of strekking en aan het betrokken lid.

 

Bij eventueel opnieuw aanvragen van het lidmaatschap of bij eventueel voordragen van opvolgers, moet rekening gehouden worden met de voorwaarden en de procedures vermeld onder artikel 6.

 

Als een einde komt aan het lidmaatschap van een stemgerechtigd lid dat afgevaardigd word door een private of publieke culturele organisatie (art. 6, §4, a & b), dient de belanghebbende organisatie binnen de drie maanden in de vervanging te voorzien. Als dit niet gebeurt, vervalt het lidmaatschap van de betrokken organisatie en kan het alleen worden terug verkregen na het indienen van een nieuwe aanvraag, zoals voorzien onder artikel 6, §2.

 

II          DE ALGEMENE VERGADERING

 

Artikel 11:

 

De Algemene Vergadering komt tenminste tweemaal per jaar samen. In naam van het Bestuur, worden de oproepingsbrieven ondertekend door de Voorzitter (of bij ontstentenis door de Ondervoorzitter) en door de Secretaris (of bij ontstentenis door de Administratief Medewerker).

 

De uitnodiging wordt tenminste acht dagen voor de bijeenkomst verstuurd naar de stemgerechtigde leden en naar de waarnemers. De agenda wordt bij de uitnodiging gevoegd.

 

De samenkomsten van de Algemene Vergadering zijn openbaar. De agenda, vergaderdatum en –plaats worden daarom ruim bekend gemaakt in de gemeente. Het stemrecht blijft voorbehouden aan de stemgerechtigde leden.

 

Artikel 12:

 

De definitieve agenda wordt samengesteld door het Bestuur. Op de agenda moet elk voorstel worden ingeschreven dat minstens één maand voor de samenkomst schriftelijk door een stemgerechtigd lid werd ingediend bij de Voorzitter.

 

Over onderwerpen die niet op de agenda voorkomen, kan niet geldig beraadslaagd worden, tenzij mits het akkoord van twee derden van de aanwezige stemgerechtigde leden.

 

Het Bestuur kan Buitengewone Algemene Vergaderingen beleggen telkens als hij dit nodig acht. Het Bestuur moet daartoe overgaan wanneer één tiende van de stemgerechtigde leden daarom schriftelijk verzoekt bij de voorzitter, met een opgave van de te bespreken agenda.

De gevraagde samenkomst dient plaats te vinden binnen de maand na het indienen van het verzoek.

 

Buitengewone vergaderingen op verzoek van de leden, kunnen niet worden opgeroepen tijdens de maanden juli en augustus.

 

Artikel 13:

 

De samenkomsten van de Algemene Vergadering worden voorgezeten door de voorzitter, bij diens afwezigheid door de ondervoorzitter, en als ook deze niet aanwezig is, door het aanwezige bestuurslid met de hoogste leeftijd.

 

Elke samenkomst begint met het voorleggen van de notulen van de vorige vergadering. De op de agenda gestelde punten worden besproken in de volgorde waarin zijn op het oproepingsbericht voorkomen. Alleen bij een beslissing van de Algemene Vergadering kan de agenda worden gewijzigd.

 

Als een bepaald punt niet (volledig) kan afgehandeld worden, wordt het automatisch verzonden naar de agenda van de volgende bijeenkomst en dan bij prioriteit behandeld.

 

Artikel 14:

 

De Algemene Vergadering kan geldige besluiten treffen of gemotiveerde adviezen geven ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden.

 

De leden kunnen zich op de samenkomsten van de Algemene Vergadering laten vervangen door hun vaste plaatsvervanger.

 

De besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen, behalve in de gevallen bepaald in onderhavig Huishoudelijk Reglement.

 

Het Huishoudelijk Reglement wordt opgesteld en gewijzigd bij een gewone meerderheid van stemmen op een aanwezigheid van tenminste twee derden van de stemgerechtigde leden of hun vast plaatsvervangers. Als er op de eerste samenkomst onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, die geldig kan beraadslagen ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden.

 

Het Huishoudelijk Reglement en de eventuele wijzigingen zijn slechts rechtsgeldig na bekrachtiging door de Gemeenteraad.

 

Artikel 15:

 

Als er gestemd wordt over personen of functies, of op verzoek van minstens één derde van de aanwezige stemgerechtigde leden, gebeurt de stemming geheim en schriftelijk. In de andere gevallen is de stemming publiek.

 

Bij publieke stemming is de stem van de Voorzitter van de vergadering beslissend ingeval van staking van stemmen.

 

Bij geheime stemming over een aan te nemen of te verwerpen punt, wordt het punt verworpen bij staking van stemmen.

 

Wanneer er bij geheime stemming over personen, staking van stemmen is, heeft een nieuwe stemronde plaats tussen de kandidaten met het gelijke aantal stemmen. Wanneer ook deze stemronde geen beslissend resultaat oplevert, is de jongste kandidaat gekozen.

 

Artikel 16:

Personeelsleden van publieke culturele organisaties ressorterend onder de inrichtende overheid, hebben in de Cultuurraad nooit stemrecht over aangelegenheden die betrekking hebben op hun eigen instelling of dienst, ook al zouden zijn in de Cultuurraad een private culturele organisatie of een strekking vertegenwoordigen of gecoöpteerd lid zijn.

 

Artikel 17:

Van elke zitting van de Algemene Vergadering wordt, onder de verantwoordelijkheid van de verkozen Secretaris, een verslag opgesteld door de gemeentelijke ambtenaar die het Gemeentebestuur ter beschikking stelt om de vergadering van de Cultuurraad bij te wonen en het secretariaat ervan waar te nemen. De notulen worden opgenomen in een register ad hoc en door de Voorzitter en de Secretaris ondertekend na goedkeuring op de volgende samenkomst. Elk lid ontvangt een beknopt verslag van de zittingen van de Algemene Vergadering binnen een maand na de bijeenkomst.

 

Conform de bepalingen van het Gemeentelijk Organiek Reglement, worden de besluiten en gemotiveerde adviezen van de Algemene Vergadering binnen de vastgestelde termijn en volgens de voorgeschreven procedure overgemaakt aan de desbetreffende instanties.

 

Op vraag van een stemgerechtigd lid, kan een minderheidsnota aan de adviezen worden toegevoegd.

Minderheidsnota’s maken een onafscheidelijk deel uit van de adviezen.

 

Elke inwoner van de gemeente kan inzage nemen in de verslagen en de documenten van de Cultuurraad bij een gemeentelijke ambtenaar die het secretariaat van de Cultuurraad waarneemt. Verslagen en adviezen worden via verschillende kanalen bekend gemaakt in de gemeente.

 

III         HET BESTUUR

 

Artikel 18:

Het Bestuur wordt verkozen uit en door de stemgerechtigde leden van de Algemene Vergadering. Eerst worden de leden van het Bestuur verkozen. Onder de verkozen bestuursleden kiest de Algemene Vergadering daarna bij volstrekte meerderheid de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris en de penningmeester.

 

Bij de verkiezing van de bestuursleden wordt volgende werkwijze in acht genomen:

 

§ 1:

Ieder stemgerechtigd lid dat afgevaardigd wordt vanuit een vereniging opteert voor één van de volgende Secties:

 

-       Algemene Vorming

-       Actieve Kunstbeoefening

-       Sociaal-Cultureel

-       Hobby, Vrije Tijd en Toerisme

 

§ 2:

Ieder stemgerechtigd lid dat afgevaardigd wordt door een organisatie of een strekking, bekent zich voor deze organisatie of strekking. Elk ander stemgerechtigd lid als persoon bekent zich tot één ideologische of één filosofische strekking, of deelt mee dat het zich niet tot een strekking wenst te bekennen.

Onder een ideologische strekking wordt verstaan een strekking die aanleunt bij een politieke fractie in de Gemeenteraad. Onder een filosofische strekking wordt verstaan een levensbeschouwing (humanistisch-vrijzinnige strekking of een strekking die aanleunt bij een erkende eredienst).

 

§ 3:

Het aantal bestuursmandaten wordt bepaald door de Algemene Vergadering. Dit aantal moet het aantal ideologische en filosofische strekkingen bedragen, dat aanwezig is in de Algemene Vergadering van de Cultuurraad.

Het dienstdoende Bestuur, dat de kiesverrichtingen organiseert, verdeelt het aantal bestuursmandaten over de ideologische of filosofische strekkingen volgen het gemengd stelsel Dhondt (LISO).

 

§ 4:

Er worden lijsten met kandidaten samengesteld per strekking. Er wordt tevens een lijst samengesteld van deze die zich niet tot een strekking wensen te bekennen. Alleen effectieve stemgerechtigde leden van de Cultuurraad kunnen zich kandidaat stellen. Op iedere lijst is een spreiding van kandidaten over de Secties gewenst.

 

§ 5:

Er kan slechts worden gestemd op de lijst van de strekking waartoe het stemgerechtigde lid zich heeft bekend. Men moet voor evenveel kandidaten stemmen als er bestuursmandaten in zijn strekking te geven zijn.

 

§ 6:

Als na de stemmingen per strekking zou blijken dat niet elke Sectie in het Bestuur is vertegenwoordigd, wordt in de grootste strekking die voor vertegenwoordiging van de ontbrekende Sectie(s) kan zorgen, de in de eerste stemronde gekozene met het minst aantal stemmen en die behoort tot een Sectie die reeds met meerdere gekozenen in het Bestuur vertegenwoordigd is, vervangen door de eerstvolgende kandidaat met het hoogst aantal stemmen tijdens de eerste stemronde binnen de betrokken strekking en die zich bekend heeft tot de nog niet vertegenwoordigde Sectie. Zo zich vanuit deze Sectie voor de eerste stemronde niemand kandidaat gesteld had, worden nieuwe kandidaturen ingewacht vanuit deze Sectie in de betrokken strekking, waartussen dan een bijkomende stemming binnen de strekking plaatsvindt.

 

§ 7:

De vergaderingen van het bestuur worden, zonder stemrecht bijgewoond door:

-       De gemeentelijke ambtenaar, vermeld onder artikel 6, § 6, om het secretariaat van de Cultuurraad waar te nemen;

-       De Schepen van Cultuur:

-       De door het Bestuur aangeduide vaste waarnemers (met een permanente opdracht) of tijdelijke waarnemers (één of meerder samenkomsten) bij het Bestuur.

 

Artikel 19:

De duur van de bestuursmandaten bedraagt 6 jaar. De bestuursmandaten vervallen op de eerstvolgende Algemene Vergadering na de nieuwe samenstelling van de Algemene Vergadering zoals voorzien onder artikel 8. De organisatie van de verkiezingen wordt voorbereid door het uittredend Bestuur.

 

Artikel 20:

Bij het voortijdig wegvallen, om welke reden ook, van een bestuurslid, wordt in de opvolging tot het einde van het betrokken bestuursmandaat voorzien door een tussentijdse verkiezing in de strekking waartoe het uittredend bestuurslid behoorde.

 

Indien door het uittreden van een bestuurslid ook een Sectie niet meer zou vertegenwoordigd zijn in het Bestuur, moet het nieuwe bestuurslid van de betrokken strekking tevens uit deze niet meer vertegenwoordigde Sectie komen.

 

Artikel 21:

Het Bestuur vergadert tenminste om de maand, de maanden juli en augustus niet meegerekend.

 

Verder wordt de werking van het Bestuur geregeld volgens bepalingen vermeld onder artikels 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 17 die ook gelden voor de Algemene Vergadering.

 

In afwijking van deze artikels, moet op de agenda van het Bestuur elk voorstel worden ingeschreven dat ten laatste bij de start van de samenkomst wordt ingediend door een stemgerechtigd bestuurslid. Buitengewone samenkomsten van het Bestuur moeten belegd worden, wanneer één vijfde van de stemgerechtigde bestuursleden daarom schriftelijk verzoeken bij de Voorzitter, met opgave van de te bespreken agenda.

De gevraagde samenkomst dient plaats te vinden binnen de veertien dagen na het indienen van het verzoek.

 

Bestuursleden kunnen zich op de samenkomsten van het Bestuur niet laten vervangen door hun vaste plaatsvervanger. De samenkomsten van het Bestuur zijn niet openbaar.

 

Het beknopte verslag van de samenkomsten van het Bestuur wordt aan alle bestuursleden bezorgd binnen de drie weken na de bijeenkomst.

 

Artikel 22:

Het Bestuur is bevoegd om het dagelijks beheer van de Cultuurraad te voeren.

 

Het bepaalt de houding van de Cultuurraad ten overstaan van dringende en actuele problemen, op voorwaarde dat de Algemene Vergadering niet tijdig kan samengeroepen worden en onder voorbehoud van goedkeuring door de eerstvolgende Algemene Vergadering.

 

Het Bestuur onderzoekt de aanvragen tot lidmaatschap, waakt over de representativiteit van de Algemene Vergadering en bereidt de nieuwe samenstelling van de Cultuurraad voor, zoals voorzien in dit Huishoudelijk Reglement onder de artikels 6, 7, 8, 9 en 10.

 

Het Bestuur stelt het ontwerp van begroting en rekeningen en het ontwerp van jaarprogramma en jaarverslag op. Het is bevoegd over alle aangelegenheden die niet aan de Algemene Vergadering zijn toevertrouwd.

 

Artikel 23:

Het Bestuur bereidt de samenkomsten van de Algemene Vergadering voor, stelt de agenda ervan samen en bepaalt, met in acht name van artikel 12 van dit Huishoudelijk Reglement, de datum van de Buitengewone Vergaderingen. Het voert de beslissingen van de Algemene Vergadering uit.

 

Het bestuur neemt kennis van de binnengekomen briefwisseling en zorgt ervoor dat daaraan het nodige gevolg wordt gegeven.

 

Het bezit van de Cultuurraad, dat hem door het Gemeentebestuur en anderen ter beschikking wordt gesteld, wordt gezamenlijk beheerd door het Bestuur. Het College van Burgemeester en Schepenen houdt toezicht op de rekeningen en kan een ambtenaar belasten met de controle op de financiële verrichtingen.

 

Voor het vervullen van zijn taak kan het Bestuur, zoals omschreven onder artikel 6 § 6, van dit Huishoudelijk Reglement, vaste of tijdelijke waarnemers uitnodigen op zijn bijeenkomsten en opdrachten geven aan derden.

 

Artikel 24:

De verkozen Secretaris is verantwoordelijk voor het administratieve werk van de Cultuurraad, in afspraak met de gemeentelijke ambtenaar die door het College van Burgemeester en Schepenen ter beschikking wordt gesteld van de Cultuurraad, zoals voorzien in het Organiek Reglement voor de Gemeentelijke Adviesraden voor Cultuurbeleid en onder artikel 6 § 6, a) van dit Huishoudelijk Reglement.

 

De penningmeester zorgt voor de bewaring van de gelden van de Cultuurraad op een post- of bankrekening en met de Voorzitter ondertekent hij/zij de bevelen tot betaling, die in opdracht van het Bestuur dienen te gebeuren. Hij/zij houdt tevens een regelmatig ingevuld kasboek bij.

 

IV SECTIES, STUDIECOMMISSIE, WERKGROEPEN

 

Artikel 25:

De Secties per werksoort of per territoriale geleding, de Studiecommissies en de Werkgroepen, voorzien onder artikel 5, § 2 van dit Huishoudelijk Reglement, worden opgericht door de Algemene Vergadering, op voorstel van het Bestuur.

 

De Secties hebben een voortdurende algemene opdracht. De Studiecommissies bereiden onderwerpen voor ter bespreking, ter uitvoering of ter goedkeuring. De Werkgroepen kunnen belast worden met de praktische uitvoering van beslissingen of met het organiseren van activiteiten.

 

Naast leden van de Algemene Vergadering kunnen ook deskundigen of geïnteresseerden, die geen lid zijn van de Cultuurraad, deel uitmaken van deze groepen.

 

Zij kunnen afzonderlijk vergaderen om te beraadslagen over problemen eigen aan de hen toegewezen opdracht; Alle voorstellen en ontworpen adviezen worden, naargelang van de gekregen opdracht, ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering of aan het Bestuur. Voor dringende aangelegenheden worden zij aan het Bestuur ter goedkeuring voorgelegd, mits bekrachtiging op de eerstvolgende samenkomst van de Algemene Vergadering.

 

V VERTEGENWOORDIGINGEN

 

Artikel 26:

Met inachtneming van de Cultuurpactwet en van de decreten en besluiten die het voorzien, worden permanente vertegenwoordigers van de Cultuurraad, bvb. in overlegorganen, in beheersorganen van culturele accommodaties, aangeduid door de Algemene Vergadering en vertegenwoordigers voor éénmalige aangelegenheden, bvb. vergaderingen of plechtigheden, door het Bestuur. Deze vertegenwoordigingsopdrachten worden herzien bij een nieuwe verkiezing van het Bestuur van de Cultuurraad.

 

VI SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 27:

De ‘statuten’ van de Cultuurraad zoals goedgekeurd op haar Algemene vergadering van 4 november 1992 worden opgeheven.

 

Artikel 28:

Het ‘Huishoudelijk Reglement’ van de Cultuurraad zoals goedgekeurd op haar Algemene vergadering van 4 november 1992 wordt opgeheven.

 

Artikel 29:

Alle overige bepalingen m.b.t. de samenstelling, de werking en de bevoegdheden van de Cultuurraad, die op basis van de Statuten, resp. het Huishoudelijk Reglement dd. 4 november 1992 werden getroffen, worden opgeheven.

 

Artikel 30:

Dit Huishoudelijk Reglement treedt in voege, na goedkeuring door de Algemene Vergadering van de Cultuurraad op 5 juni 2003, op de datum van bekrachtiging door de Gemeenteraad op 18 december 2003.

 

Datum goedkeuring: 18 december 2003

Datum bekendmaking: 19 december 2003

 

Gemeenteraadsbesluit - Huishoudelijk reglement - Cultuurraad