Gemeentelijk reglement - Plaatsen van huurrijwielen en/of kindervoertuigen op het strand

Enig artikel

Het ‘Gemeentelijk reglement voor het plaatsen van huurrijwielen en/of kindervoertuigen op het strand’ wordt goedgekeurd.

 

Gemeentelijk reglement voor het plaatsen van huurrijwielen en/of kindervoertuigen op het strand

 

Vergunning

 

Artikel 1. Aanvragen van een vergunning

De verhuurders van rijwielen en/of kindervoertuigen op het niveau van de openbare wegenis gelegen aan de zeedijk kunnen een vergunning krijgen voor het plaatsen van rijwielen en/of kindervoertuigen op het strand voor hun eigen zaak.

De vergunning dient schriftelijk aangevraagd te worden bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Art. 2.

De vergunning, onder de vorm van een besluit van het college van burgemeester en schepenen, wordt uitgereikt voor onbepaalde duur en bepaalt de plaats die mag worden ingenomen en eventuele bijkomende modaliteiten die het college van burgemeester en schepenen nodig acht.

 

Art. 3.

De vergunning is strikt persoonlijk en kan niet aan derden worden overgedragen.

Bij stopzetting van de uitbating vervalt de bestaande vergunning. De nieuwe uitbater dient een vergunning aan te vragen.

De uitbating mag enkel gebeuren door de vergunninghouder zelf.

 

Art. 4. Indeling van de zones

Zone 1: standplaatsen zonder onderbouw van de gemeente

  • tussen de Oostelijke Havendam en het Rubensplein (Zeedijk-Albertstrand 600)
  • tussen het Albertplein (Zeedijk-Het Zoute 748) en de Westhinderstraat

 

Zone 2: standplaatsen met onderbouw van de gemeente

  • tussen het Rubensplein (Zeedijk-Albertstrand 600) en het Albertplein (Zeedijk-Het Zoute 747).

 

Art. 5. Intrekking of herziening van de vergunning

Het college van burgemeester en schepenen heeft altijd het recht om met een aangetekend schrijven de vergunning in te trekken, te herzien of aan te vullen.

Bij intrekking van de vergunning is de vergunninghouder verplicht om het terras te verwijderen.

Bij aanpassing van het reglement is de vergunninghouder verplicht om het vergunde terras aan te passen aan de nieuwe voorwaarden, dit binnen de vastgestelde termijn.

 

Technische bepalingen

Art. 6.

Algemeen

  • De standplaatsen sluiten aan op de blauwe hardsteen van de wandelweg van de zeedijk over een diepte van zes meter.
  • De standplaatsen bestaan uit een houten vloer.
  • De standplaatsen moeten volledig worden opgetrokken in wegneembare materialen. De volledige constructie moet een net en esthetisch uitzicht hebben.
  • De standplaatsen moeten vrij blijven van allerhande publiciteit.
  • De breedte van de standplaats is maximaal gelijk aan de breedte van het gebouw ter hoogte van de rooilijn, gemeten langs de gevelzijde van de inrichting. Indien meerdere zaken in eenzelfde gebouw gelegen zijn, mogen de standplaatsen in de breedte uitgebreid worden met de breedte van de toegangsdeur tot het gebouw, die pro rata over de zaken wordt verdeeld.

Bij inrichtingen gelegen op hoekpercelen met een rooilijn van minder dan tien meter mag de standplaats worden geplaatst voor de naastliggende rijweg, mits

  • de maximale breedte 10 m bedraagt
  • de as van deze rijweg niet wordt overschreden

De standplaats mag niet worden uitgebreid met de breedte van het aanpalende gebouw waar geen uitbating is.

 

Voor zone 1

De ondervloer dient te worden geplaatst door de vergunninghouder, zodanig dat na verwijdering nergens een bevestigingsstuk overblijft, dat gevaar zou kunnen opleveren voor ongevallen.

De standplaatsen hebben een diepte van 6 meter

 

Voor zone 2

De gemeente plaatst:

  • een onderbouw op de zeedijkhelling
  • een ondervloer op de onderbouw
  • een vaste balustrade op de onderbouw om de veiligheid te waarborgen.

De kosten voor de aanleg van de ondervloer zijn ten laste van de vergunninghouder.

De standplaatsen worden geplaatst op de onderbouw, ze hebben een diepte van slechts 4,75 m, uit te breiden met 0,25 m van de blauwe hardsteen.

In de blauwe hardsteen mogen geen bevestigingen worden aangebracht.

 

Uitbating

Art. 7. Uitbatingperiode

De standplaatsen mogen het hele jaar worden ingenomen en uitgebaat.

 

Vergunningsprijs

Art. 8. Vergunningprijs

Voor het plaatsen van een standplaats op het strand is een vergoeding verschuldigd die bestaat uit:

  • een eenmalige vaste retributie van 62,00 EUR, te betalen bij afgifte van de vergunning
  • een jaarlijkse variabele retributie van 12,50 EUR/m² voor de inname en uitbating van de standplaats.

 

Deze vergoedingen zijn gekoppeld aan de schommeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen en worden berekend aan de hand van de volgende formule:

verschuldigd bedrag x nieuw indexcijfer

                       basisindexcijfer

Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de vergoeding slaat.

Het basisindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van december 2001.

 

De vergunningsprijs dient betaald vóór 1 mei en voor het eerste jaar uiterlijk binnen 14 dagen na de kennisgeving van de gunning.

De bedragen worden gestort op rekeningnummer 091-0121220-96 van het gemeentebestuur van Knokke-Heist.

Ingeval van niet-betaling voor de gestelde datum behoudt het college van burgemeester en schepenen zich het recht voor om deze vergunningen in te trekken.

 

Algemene bepalingen

Art. 9.

De verleende vergunning ontslaat de vergunninghouder niet van eventuele machtigingen die op grond van wettelijke en reglementaire bepalingen door andere instanties worden vereist.

Onverminderd de verleende vergunning dient de vergunninghouder de nodige toelatingen te verkrijgen van alle andere openbare besturen en instellingen die bij deze zaak betrokken zijn. De vergunninghouder dient zich volledig te voegen naar de voorwaarden en bepalingen door al deze andere betrokken besturen en instellingen opgelegd.

 

Art. 10.

Het is verboden om voorwerpen op de wandelweg of het strand te plaatsen zonder vereiste vergunning of buiten de omschrijving van de vergunning.

Voorwerpen die de veiligheid van de voetgangers hinderen, zullen van de wandelweg of het strand verwijderd moeten worden op het eerste verzoek van het college van burgemeester en schepenen of zijn afgevaardigde.

Bij weigering aan dit verzoek te voldoen zal op bevel van het college van burgemeester en schepenen overgegaan kunnen worden tot ambtshalve wegneming op kosten en risico van de overtreders of van de burgerlijk aansprakelijke personen.

 

Art. 11.

De vergunninghouder moet altijd werkzaamheden voor openbaar nut toelaten.

 

Art. 12. Verantwoordelijkheid

De vergunninghouder is geheel en alleen verantwoordelijk, zowel tegenover het gemeentebestuur als tegenover derden, voor alle mogelijke schade en/of ongevallen die voort zouden kunnen vloeien uit deze vergunning.

In zone 1 is de vergunninghouder verantwoordelijk voor de stabiliteit en de veiligheid van de volledige constructie.

In zone 2 is de vergunninghouder geheel en alleen verantwoordelijk voor de door hem geplaatste constructies.

 

Het gemeentebestuur is niet verantwoordelijk voor schade, toegebracht aan de door de vergunninghouder geplaatste constructies, tengevolge van storm, golfslag, zandoverlast enz.

 

Art. 13.

De vergunninghouder kan in geen enkel geval aanspraak maken op enig recht tot schadeloosstelling van de gemeente.

 

Art. 14.

Bij niet naleving van dit reglement kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot de intrekking of schorsing van de vergunning.

 

Art. 15.

De vergunninghouders zijn eveneens onderworpen aan de gemeentebelasting op de terrassen.

 

Datum goedkeuring: 19 februari 2009

Datum bekendmaking: 26 februari 2009

 

Gemeenteraadsbesluit - Reglement voor het plaatsen van huurrijwielen en of kindervoertuigen op het strand