Gemeentelijk reglement - Actualisering reglement zomerpersoneel

Enig artikel.

Het reglement op het zomerpersoneel wordt als volgt geactualiseerd en vastgesteld:

 

DEEL 1. Toepassingsgebied

 

 

Artikel 1.

§1. Dit reglement omvat de bijzondere bepalingen voor de rechtspositieregeling van de volgende personeelscategorieën :

-       zomermedewerkers

-       speelpleinpersoneel

-       eerstehulpverleners

-       redders (met uitzondering van de (adjunct) hoofdredder)

 

§2. De bepalingen van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel zijn van aanvullende toepassing op deze specifieke regelingen voor het zomerpersoneel, met uitzondering van volgende onderdelen:

 

-       Titel 2,

Hoofdstuk IX en X (evaluatie), XII (adm. anciënniteit), XIV (bevordering) en XV (personeelsmobiliteit)

-       Titel 3 (opdrachthouderschap)

-       Titel 4 (ambtshalve herplaatsing)

-       Titel 5 (verlies hoedanigheid statutair personeelslid en definitieve ambtsneerlegging)

-       Titel 6,

Hoofdstuk I (salaris), II (toekenning periodiek salarisverhoging door opbouw geldelijke anciënniteit) en III (bijzondere bepalingen)

-       Titel 7,

Hoofdstuk III, afdeling 1 (zaterdag-, zondag-, feestdag- en nachtprestaties), IV (andere toelagen), VI, afdeling 1 en 2 (maaltijdcheques en hospitalisatieverzekering) en VII (vergoeding van de conciërge)

-       Titel 8,

Hoofdstuk I (algemeen), II (jaarlijkse vakantiedagen), VI (bevallings- en opvangverlof), VII (verlof deeltijdse prestaties), VIII (verlof voor opdracht), XI (loopbaanonderbreking), XII (politiek) en XIV (dienstvrijstellingen)

-       Titel 9  (slotbepalingen)

 

 

DEEL 2. De algemene toelatings- en aanwervingsvoorwaarden

 

1. Algemene toelatingsvoorwaarden

 

Artikel 2.

§1. De kandidaten moeten aan volgende algemene voorwaarden voldoen :

 

  1. een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor ze solliciteren.
  2. de burgerlijke en politieke rechten genieten.
  3. medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie.
  4. Minimumleeftijd :
  • voor de zomermedewerkers, eerstehulpverleners en de reddingsdienst 18 jaar zijn op datum van de indiensttreding, d.w.z. uiterlijk vóór de aanvang van de eerstvolgende nuttige tewerkstellingsperiode.
  • voor het speelpleinpersoneel 16 jaar zijn op datum van de indiensttreding, d.w.z. uiterlijk vóór de aanvang van de eerstvolgende nuttige tewerkstellingsperiode.

§2. De medische geschiktheid van de kandidaat wordt afgetoetst op grond van art. 27 van het KB 28/05/2003 betreffende het gezondheidstoezicht op het personeelslid.

Conform bovenstaande bepalingen dienen :

  • zomermedewerkers, speelpleinpersoneel en eerstehulpverleners geen doktersattest af te leveren of een aannemingsonderzoek te ondergaan.

Uitzondering:

-  een zomermedewerker “Onderhoud” dient een bewijs af te leveren van een vaccinatie tegen tetanus.

-  een eerstehulpverlener dient wel een bewijs af te leveren van een vaccinatie tegen tetanus en hepatitis B.

  • redders geen doktersattest af te leveren maar wel voorafgaandelijk aan de tewerkstelling een aannemingsonderzoek te ondergaan.

 

§3. Het passend gedrag wordt afgetoetst aan de hand van een uittreksel uit het strafregister. Als daarop een ongunstige vermelding voorkomt, mag de kandidaat daarover een schriftelijke toelichting voorleggen.

 

 

 

2. Aanwervingsvoorwaarden

 

Zomermedewerker

 

Artikel 3.

§1 Voor alle zomermedewerkers wordt voorkeur gegeven aan studenten van het hoger onderwijs van het korte type, van het hoger onderwijs van het lange type of van het hoger universitair onderwijs.

 

§2 Voor de zomermedewerker informatica dient de kandidaat student te zijn in de richting van informatica en voldoende kennis hebben van officetoepassingen en Windows. Beschikt bij voorkeur over basiskennis van PHP, Mysql, linux en dreamweaver.

 

§3 Voor de zomermedewerker vakantieplus-sport (chauffeur) dient de kandidaat bij voorkeur student te zijn in de richting lichamelijke opvoeding. De houder van een diploma sporthumaniora komt eveneens in aanmerking. Bijkomend moet de kandidaat beschikken over een geldig rijbewijs B en een rijgeschiktheidsattest bekomen bij de arbeidsgeneesheer.

 

§4 Voor de zomermedewerker vakantieplus-jeugd (chauffeur)moet de kandidaat beschikken over een geldig rijbewijs B en een rijgeschiktheidsattest bekomen bij de arbeidsgeneesheer.

 

SPEELPLEINPERSONEEL

 

Artikel 4.

§1. De monitor moet:

 

  1. Een attest Basisvorming Jeugdverantwoordelijke hebben, toegekend door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Bestuur voor sociaal-cultureel werk- dienst jeugdwerk), en ten minste 16 jaar zijn op datum van de indiensttreding.;

OF

  1. tenminste 20 jaar zijn op de dag van de tewerkstelling en 2 jaar ervaring hebben als begeleider binnen het erkend jeugdwerk 

OF

  1. Een diploma of getuigschrift van hoger secundair onderwijs of hoger onderwijs hebben dat tenminste 60 uur pedagogische en / of psychologische vorming omvat, of ten minste één jaar van deze opleiding met vrucht hebben afgelegd, ten minste 16 jaar zijn op datum van de indiensttreding en met goed gevolg een onbezoldigde stage van tenminste 70 uren hebben doorlopen, overeenkomstig de bepalingen van het attest basisvorming jeugdverantwoordelijke.

 

§2. De kandidaten mogen deelnemen aan het sollicitatiegesprek zodra zij aan de voorwaarden van §1. voldoen of zodra zij de kadervormingssessie van tenminste 60 uren voor het attest Basisvorming Jeugdverantwoordelijke gevolgd hebben en tenminste 16 jaar zijn op datum van de indiensttreding.

§3. De pleinverantwoordelijke moet voldoen aan:

 

- de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden als monitor

- EN minimum 18 jaar zijn op datum van de indiensttreding.

- EN minimum 2 jaar ervaring hebben m.b.t. de speelpleinwerking van ons bestuur

- EN een diploma van minstens Hoger Secundair onderwijs hebben.

     Het brevet van hoofdanimator geeft de kandidaat voorrang.

 

§4. De pedagogisch consulent moet voldoen aan:

 

- de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden als monitor

- EN het brevet van hoofdanimator bezitten

- EN minimum 21 jaar zijn op datum van de indiensttreding.

- EN minimum 4 jaar ervaring hebben m.b.t. de speelpleinwerking van ons bestuur

- EN een diploma van minstens Hoger Secundair onderwijs hebben.

 

§5. De hoofdverantwoordelijke speelpleinwerking moet voldoen aan:

 

- de aanwervingsvoorwaarden als monitor

- EN het brevet van hoofdanimator bezitten

- EN minimum 21 jaar zijn op datum van de indiensttreding.

- EN minimum 4 jaar ervaring hebben m.b.t. de speelpleinwerking van ons bestuur

- EN een diploma van minstens Hoger Secundair onderwijs hebben

- een rijbewijs B bezitten

    Het brevet van instructeur geeft de kandidaat voorrang.

 

EERSTEHULPVERLENER

 

Artikel 5.

De eerstehulpverlener moet:

 

- medische of paramedische studies volgen of beëindigd hebben

- OF een geldig brevet van ambulancier hebben

 

 

REDDINGSDIENST

 

Artikel 6.

§1. De redder moet:

 

  1. houder zijn van het West-Vlaams Hoger Reddersbrevet

OF

  1. houder zijn van het brevet “Redder aan Zee” uitgereikt door de vzw Wobra (West-Vlaams Opleidingscentrum voor Brandweer-, Reddings- en Ambulancediensten)

OF

  1. houder zijn van het attest uitgereikt door de vzw Wobra waaruit blijkt dat men geslaagd is in de proeven (met uitzondering van de zeezwemproef) voor het behalen van het brevet “Redder aan Zee” (dit brevet is slechts 1 jaar geldig). Na het slagen voor de zeezwemproef wordt aan de houder van voormeld attest het brevet van “Redder aan Zee” uitgereikt.

 

§2. De redders moeten houder zijn van het bijscholingsattest afgeleverd door de vzw Wobra, indien één van onder §1 opgenoemde brevetten reeds méér dan 3 jaar geleden werd uitgereikt. Het bijscholingsattest heeft een geldigheidsduur van drie jaar.

Artikel 7.

§1. De redder moet

- voldoen aan de vereiste toelatings- en aanwervingsvoorwaarden

 

§2. De eerste redder (postoverste) moet

- voldoen aan de vereiste toelatings- en aanwervingsvoorwaarden van redder

- EN houder zijn van het specialisatiegetuigschrift “Postoverste” uitgereikt door de vzw Wobra

- EN minimum 4 maanden dienstervaring hebben bij ons gemeentebestuur.

 

 

3 Bewijsdocumenten

 

Artikel 8.

§1. Het uittreksel uit het strafregister en de overige attesten/brevetten in functie van de tewerkstelling dienen ten laatste 10 dagen voor de effectieve tewerkstelling aanvangt ingediend te worden bij de dienst personeelszaken.

 

§2. Wanneer de bewijsdocumenten, zoals vermeld in §1 en §2 niet tijdig worden ingediend, kan het College beslissen om de aanstelling te annuleren.

 

4 Voorrangsregeling invulling vacante functies

 

Artikel 9.

§1. Invulling via de werfreserve (= personen die reeds slaagden voor selectiegesprekken, tewerkgesteld werden en een gunstige beoordeling ontvingen)

De kandidaten opgenomen in de werfreserve krijgen voorrang om de vacature in te vullen, mits ze aan alle voorwaarden voor de vacature voldoen.

 

§2. Invulling via het sollicitantenbestandmet nieuwe kandidaten die slagen voor de selectiegesprekken.

In tweede orde kan de invulling gebeuren op basis van de reservelijsten die worden aangelegd met nieuwe geslaagde kandidaten uit het sollicitantenbestand.

 

§3. Invulling via het sollicitantenbestand met nieuwe kandidaten die niet deelgenomen hebben aan de selectiegesprekken.

In derde orde kan de invulling gebeuren met nieuwe kandidaten, enkel waar geen mogelijkheid tot een gesprek meer is wegens dringendheid van de invulling.

 

5 Bekendmaking

 

Artikel 10.

De vacatures worden ten minste bekendgemaakt via ofwel een regionale of lokale krant of tijdschrift, ofwel via de VDAB of andere organisaties voor de begeleiding van werkzoekenden.

Ter vervanging kan het vrijwillig sollicitantenbestand van het bestuur aangesproken worden; in voorkomend geval bevat het vacaturebericht de algemene en specifieke voorwaarden en het functieprofiel.

 

DEEL 3. Selectieprogramma

 

 

1 Organisatie

 

Artikel 11.

Kandidaten die voldoen aan de voorwaarden en tijdig solliciteren, worden tenminste 10 kalenderdagen vóór het sollicitatiegesprek schriftelijk of via e-mail, op de hoogte gebracht van de datum en de plaats waar het sollicitatiegesprek zal plaatsvinden. Zij worden tegelijkertijd ingelicht omtrent het programma van de selectie.

 

Artikel 12.

Kandidaten die te laat solliciteren kunnen niet meer deelnemen aan de selectiegesprekken.

 

Artikel 13.

De aanstellende overheid beoordeelt de geldigheid van de ingediende kandidaatstellingen. De kandidaten die niet worden toegelaten tot het examen, worden daarvan verwittigd met vermelding van de reden van de weigering.

 

Artikel 14.

§1. Het selectieprogramma bestaat uit een sollicitatiegesprek. Het sollicitatiegesprek dient om de kennis van de kandidaat op het vlak van hun specifieke functievoorkeur te beoordelen. De selectiecommissie beoordeelt de kandidaten en stelt een rangschikking op.

Beoordelingscriteria :

  • Kennis van de functie
  • Algemene maturiteit voor de functie
  • Creativiteit en vaardigheden
  • Voor het speelpleinpersoneel en eerstehulpverleners wordt bijkomend een EHBO-proef afgenomen.

 

§2. Het sollicitatiegesprek voor de hoofdverantwoordelijke speelpleinwerking omvat een gesprek om de kennis van de kandidaat op vlak van de speelpleinwerking en EHBO te kunnen beoordelen. Het sollicitatiegesprek kan aangevuld worden met een schriftelijke bekwaamheidsproef.

De selectiecommissie beoordeelt de kandidaten en stelt een rangschikking op.

Beoordelingscriteria :

  • Leidinggeven en organisatie
  • Kennis van de speelpleinwerking en EHBO
  • Algemene maturiteit voor de functie

 

§3. Om de selectieprocedure beheersbaar te houden, kan het wenselijk zijn een preselectie te houden. De preselectie moet uitgevoerd worden op basis van duidelijke criteria die vooraf vastgesteld worden door het College alsook gepubliceerd worden in de oproep, en met behulp van een betrouwbare selectietechniek.

 

Artikel 15.

§1. Elk selectie-interview resulteert in een rangschikking van de geslaagde of geschikt bevonden   kandidaten in volgorde van de behaalde punten of scores.

 

§2. De kandidaten worden schriftelijk of via e-mail op de hoogte gebracht van het eindresultaat.

 

Artikel 16.

§1. Bij de aanduiding van kandidaten wordt rekening gehouden met:

-       de beschikbaarheid van de kandidaten

-       wordt voorrang verleend aan de kandidaten die zich voor een lange periode beschikbaar stellen en frequent tewerkgesteld worden

-       er wordt gestreefd naar een combinatie van ervaren kandidaten en nieuwe kandidaten

-       in de mate van het mogelijke worden jobstudenten tewerkgesteld in hun voorkeurfunctie en tewerkgesteld op hun voorkeurlocatie.

 

§2. Bij de aanduiding van een pleinverantwoordelijke speelpleinwerking wordt rekening gehouden met de aanwervingsvoorwaarden en onderstaande richtlijnen:

-       de nuttige ervaring op het desbetreffende plein

-       leeftijd en maturiteit van de kandidaat-pleinverantwoordelijke

-       de beschikbaarheid van de kandidaten

-       wordt voorrang verleend aan de kandidaten die zich voor een lange periode beschikbaar stellen en frequent tewerkgesteld worden

 

 

2 Samenstelling van de selectiecommissie

 

Artikel 17.

§1. De selectiecommissie wordt geleid door een voorzitter. De leden van de selectiecommissie worden nominatief door de aanstellende overheid aangewezen. Indien de aanstellende overheid de voorzitter van de selectiecommissie niet nominatief heeft aangewezen, duiden de leden van de selectiecommissie in hun midden een voorzitter aan.

 

§2. De selecties worden uitgevoerd door een selectiecommissie, die als volgt wordt samengesteld: de selectiecommissie bestaat uitsluitend uit deskundigen; onder deskundig wordt verstaan

dat de leden van de selectiecommissie over de specifieke deskundigheden moeten beschikken om de kandidaten te beoordelen op de voor de functie vastgestelde selectiecriteria.

Komen in aanmerking voor deelname aan een selectiecommissie:

  1. deskundigen op vlak van personeelsselectie;
  2. personen extern aan de gemeente, die daartoe wegens hun professionele activiteit en specialisatie geschikt bevonden worden;
  3. personeelsleden van andere overheden, de toezichthoudende overheid uitgezonderd, en personeelsleden van het eigen bestuur, met een graad die minstens van gelijke rang is als de vacante functie;

§3. Elke selectiecommissie bestaat uit ten minste twee leden;

§4. De selectiecommissie bestaat bij voorkeur uit leden van verschillend geslacht;

§5. De gemeentelijke mandatarissen en de gemeentesecretaris als hij aanstellende overheid is kunnen geen lid zijn van een selectiecommissie in een selectieprocedure voor het eigen bestuur;

§6. De gemeentelijke mandatarissen, de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties  en de vertegenwoordigers van de beheersorganen, mogen uitsluitend als waarnemer bij de selectie aanwezig zijn. Zij mogen niet aanwezig zijn bij het kiezen van de vragen en het delibereren over de uitslag van de selecties.

§7. Bij afloop van de selectieactiviteiten beraadslaagt de selectiecommissie over het eindresultaat en het eindverslag van de kandidaten. De selectiecommissie kan geldig beraadslagen wanneer de helft van de leden aanwezig is. De beslissingen worden bij eenvoudige meerderheid genomen.

 

 

 

DEEL 4. Wervingsreserve

 

Artikel 18.

§1.  De kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve onder volgende voorwaarden:

- Deelname aan, en slagen voor de selectieproef, gevolgd door een tewerkstelling binnen het jaar

OF

- tewerkstelling binnen het jaar na sollicitatie zonder selectieproef, op voorwaarde dat de tewerkstelling kadert binnen een dringende invulling van de openstaande functie waar geen selectieproef meer mogelijk is

EN

- (in beide gevallen) een gunstige beoordeling krijgen na de tewerkstelling.

 

§2.  Het College van Burgemeester en Schepenen duidt, in samenspraak met de betrokken leidinggevenden, de vereiste kandidaten uit de wervingsreserve aan.

 

Artikel 19.

In afwijking van art. 36 van de rechtspositieregeling op het gemeentepersoneel Knokke-Heist is de duur van de wervingsreserve onbeperkt.

 

Artikel 20.

De kandidaten worden uit de wervingsreserve geschrapt :

- indien ze zich gedurende twee opeenvolgende jaren voor geen enkele periode beschikbaar hebben gesteld

- OF indien ze afstand doen van hun rechten in de wervingsreserve

- OF na een ongunstige beoordeling

 

 

DEEL 5. Beoordeling

 

Artikel 21.

De Gemeentesecretaris zorgt voor de interne organisatie van de beoordelingen.

 

Artikel 22.

§1.

De kandidaten worden éénmaal per jaar beoordeeld.

 

§2.

Deze beoordeling gebeurt objectief, waarbij de rechtstreekse chef zich eventueel kan beroepen op verslagen en mededelingen van feiten tijdens de voorbije tewerkstellingsperiode.

 

§3.

De gunstige beoordeling is een voorwaarde om opnieuw aangesteld te kunnen worden.

 

Artikel 23.

De beoordeling gebeurt door de rechtstreekse chef en diens hogere chef en is gebaseerd op vooraf vastgestelde beoordelingscriteria.

 

De beoordeling van de monitoren, pleinverantwoordelijken en pedagogisch consulent wordt specifiek opgesteld door:

  • De hoofdverantwoordelijke van de speelpleinwerking
  • De jeugdconsulent

 

De beoordeling van de Hoofdverantwoordelijke speelpleinwerking wordt specifiek opgesteld door:

  • De jeugdconsulent
  • Het diensthoofd Personeel

 

De beoordeling van de redders wordt specifiek opgesteld door :

  • ·       de hoofdredder
  • de adjunct-hoofdredder
  • de eerste redder

 

De beoordeling van de eerste redders wordt specifiek opgesteld door :

  • ·       de hoofdredder
  • de adjunct-hoofdredder

 

De beoordeling van de eerstehulpverleners wordt specifiek opgesteld door:

•   de hoofdredder

•   de adjunct-hoofdredder

 

Artikel 24.

De kandidaten kunnen, voorafgaand aan de beoordeling, voor een gesprek worden uitgenodigd bij de beoordelaars.

 

Artikel 25..

De beoordeling is gunstig, gunstig met opmerkingen of ongunstig.

 

Artikel 26.

De kandidaten die een gunstige beoordeling gekregen hebben, blijven opgenomen in de wervingsreserve en komen in aanmerking om tijdens de volgende tewerkstellingsperiode opnieuw aangesteld te worden.

 

Artikel 27.

§1. Indien de kandidaat een gunstige beoordeling met opmerkingen heeft gekregen, kan het College van Burgemeester en Schepenen, op advies van de dienst, beslissen om ofwel de kandidaat op te nemen in de wervingsreserve, ofwel om de betrokkene opnieuw te laten deelnemen aan het eerstvolgende selectiegesprek. Het advies van de dienst dient steeds gestaafd te worden aan de hand van een interne nota.

 

§2. Aan de betrokkenen wordt de kans geboden om zich vooraf schriftelijk en/of mondeling te verdedigen.

 

§3. Tegen een gunstige beoordeling met opmerkingen van jobstudenten is geen interne beroepsprocedure mogelijk. De betrokkene kan een klacht indienen bij de toezichthoudende overheid tegen het besluit van het gemeentebestuur.

 

Artikel 28.

§1. Indien de kandidaat een ongunstige beoordeling heeft gekregen, kan het College van Burgemeester en Schepenen beslissen om de betrokkene ofwel uit de wervingsreserve te schrappen ofwel om de betrokkene uit te nodigen voor het eerstvolgende sollicitatiegesprek.

 

§2. Aan de betrokkenen wordt de kans geboden om zich vooraf schriftelijk en/of mondeling te

verdedigen.

 

§3. Tegen ongunstige beoordelingen van jobstudenten is geen interne beroepsprocedure mogelijk. De betrokkene kan een klacht indienen bij de toezichthoudende overheid tegen het besluit van het gemeentebestuur.

 

 

DEEL 6. De arbeidsovereenkomst

 

1 Vorm en aard

 

Artikel 29.

De tewerkstelling van jobstudenten wordt geregeld overeenkomstig de Wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomst en de latere wijzigingen en overeenkomstig de Wet van 21 maart 1995 betreffende de studentenarbeid en de arbeid van jeugdige werknemers en de latere wijzigingen.

 

Artikel 30.

Voor elke periode van tewerkstelling wordt een afzonderlijke schriftelijke overeenkomst gesloten.

 

Artikel 31.

De overeenkomst waaronder een jobstudent wordt tewerkgesteld vermeldt de categorie “zomerpersoneel” aangevuld met het soort contract,

OFWEL bediendenovereenkomst

OFWEL arbeidersovereenkomst (contractueel of gesubsidieerd)

OFWEL een studentenovereenkomst met volledige RSZ-afhouding

OFWEL een studentenovereenkomst met verminderde solidariteitsbijdrage

OFWEL een overeenkomst socio-cultureel voor studenten en bedienden (enkel geldig voor bepaalde functies van jobstudenten – voornamelijk monitoren – binnen de socio-culturele sector)

 

Artikel 32.

Sinds 1 januari 2014 gelden bij een studentenovereenkomst de eerste 3 effectieve werkdagen automatisch als proefperiode.

 

 

DEEL 7. De bezoldiging

 

Artikel 33.

§1.

Het zomerpersoneel wordt bezoldigd aan de hand van een uurloon op basis van de onderstaande weddeschalen:

 

Functie

Salarisschaal

 

Monitor speelpleinwerking

E1 (beginwedde)

 

Pedagogisch consulent

D1 (beginwedde)

 

Pleinverantwoordelijke

D1 (beginwedde)

 

Hoofdverantwoordelijke speelpleinwerking

C1 (met geldelijke anciënniteit)

 

Zomermedewerkers

E1 (beginwedde)

 

Eerstehulpverleners

D1 (beginwedde)

 

Redder

D1 (beginwedde)

 

Eerste redder

D1 (rekenkundig gemiddelde)

 

       

 

 

§2.

De bezoldiging wordt vermeerderd met een standplaats- of haardgeldtoelage.

 

§3.

De bezoldiging is gekoppeld aan de spilindex 138,01.

 

§4.

De toeslag voor zondagsprestaties bedraagt een toeslag van 100 % van het uursalaris per gepresteerd uur.

 

§5.

De toeslag voor prestaties op een feestdag bedraagt een toeslag van 100 % van het uursalaris per gepresteerd uur en aanvullend compensatieverlof per gepresteerd uur.

 

§6.

De betaling gebeurt maandelijks en na vervallen termijn.

 

 

§7.

Wie minder dan 15 dagen in dienst was heeft geen recht op betaalde feestdagen na de dienstbetrekking.

 

§8.  Wie van 15 dagen tot één maand in dienst was zonder een onderbreking heeft recht op de betaling van één feestdag die valt in de periode van 14 dagen na het einde van de overeenkomst.

 

§9.  Wie meer dan één maand in dienst was heeft recht op alle feestdagen die vallen in de periode van 30 dagen die volgt op het einde van de overeenkomst.

 

 

DEEL 8. Opheffingsbepalingen

 

Artikel 34.

Het gemeenteraadsbesluit d.d. 23.10.2014 en de latere wijzigingen houdende het reglement op het zomerpersoneel (zomermedewerkers, speelpleinpersoneel, eerstehulpverleners, redders) wordt opgeheven.

 

 

Besluit actualisering reglement zomerpersoneel

 

Datum goedkeuring: 30 november 2017

Datum bekendmaking: 5 december 2017