De schokkende realiteit van verdrinken in zee

Het zijn niet het gebrek aan zwemkwaliteiten of een geleidelijk intredende onderkoeling die de hoofdoorzaak zijn van verdrinking, maar de ‘cold shock’. Deze koudeschok treedt vrijwel onmiddellijk op bij onderdompeling in koud water. De eerste 3 minuten zijn daarbij van levensbelang. Zo snel mogelijk uit het water gehaald worden is dus de boodschap. Dat blijkt uit uitgebreid internationaal onderzoek dat op 7 maart werd toegelicht door professor inspanningsfysiologie Jan Bourgois van de Universiteit Gent op de jaarlijkse VLIZ Young Marine Scientists’ Day in Brugge.


Jaar na jaar neemt de druk toe om vroeger het zwemmen in zee toe te laten en te begeleiden met bemande strandreddingsdiensten. Toch is dit niet zonder risico, zo blijkt. Hoe kouder het water, hoe intenser de reactie van het menselijk lichaam. De meeste mensen verdrinken dan ook ten gevolge van een snel optredende ‘cold shock’ en niet door de pas geleidelijk hierop volgende onderkoeling. Je lichaam reageert immers op de eerste, plotse temperatuurdaling ter hoogte van de huid met een schokeffect op bloedsomloop, hart, longen en darmen. De abrupte toename van de ademhaling kan op haar beurt aanleiding geven tot een paniekreactie en tot inname van water. In combinatie met mogelijk optredende hartproblemen, kan verdrinking optreden. Deze eerste fase, tot 3 à 5 minuten na onderdompeling in koud water, is de grootste boosdoener en wordt als dusdanig zwaar onderschat. Pas daarna koelen de oppervlakkige spieren en zenuwen af (5 à 30 minuten na onderdompeling), waarna het lichaam in een toestand van ‘diepweefsel onderkoeling’ terechtkomt.

 

‘Ook over de temperatuur waarbij deze koudeschok optreedt bestaan heel wat misverstanden. De Noordzee-temperatuur schommelt doorgaans tussen 3 en 20 °C. Ons lichaam koelt echter reeds af en reageert al op het koudere water van zodra de watertemperatuur minder dan 35 °C bedraagt. Blootgesteld aan lucht in plaats van aan water is dit pas vanaf 26-30 °C. Mensen koelen dan ook 4-5 keer sneller af in water dan erbuiten. Er zijn dan ook weinig of geen meren en zeeën waarin het zo aangenaam warm is dat elk risico is uitgesloten’, stelt professor Bourgois.

 

Zelfs goede zwemmers, watersporters of strandredders kunnen zich laten verrassen door het ingrijpende effect van een plotse koudeschok. Elk jaar verdrinken in Europese meren, rivieren en kustwateren tientallen zwemmers. Kennis over wat er gebeurt met het menselijk lichaam bij onderdompeling in koud water is niet alleen belangrijk voor wie gaat zwemmen in zee of als redder de veiligheid van deze zwemmers dient te waarborgen. Ook zeewetenschappers en maritieme professionals (vissers, loodsen, offshore arbeidskrachten) zijn gebaat bij een beter inzicht in hoe het lichaam reageert op onderdompeling. Met deze kennis kunnen redders, zwemmers en maritieme professionals zich ook preventief wapenen. Naast het dragen van beschermende kledij, is oefenen op een mogelijke onderdompeling belangrijk om de fysiologische en psychologische reactie te verkleinen. Bij doelbewust baden, is het aangeraden traag het water te betreden. Word je het slachtoffer van een scheepsramp of kom je om een andere reden ongewild in contact met een verkleumende wateromgeving, verklein dan je oppervlak zo veel mogelijk. Ben je niet alleen, ga dan andere slachtoffers opzoeken om samen de moeilijke strijd aan te binden en om tevens gemakkelijker te worden opgemerkt door mogelijke reddingsschepen.