Belasting op ontbrekende parkeerplaatsen

Artikel 1 : definitie

Onder de term parkeerplaatsen wordt verstaan :

1) De standplaatsen welke opgericht zijn op het hoofdperceel waarop het hoofdgebouw zal komen onder de vorm van hetzij een gesloten garage (box) hetzij een standplaats in een overdekte ruimte of een standplaats in open lucht, daartoe speciaal aangelegd en uitgerust en als dusdanig door het college van burgemeester en schepenen aanvaard.

Een garage (box) moet minstens 5 m lang, 2,75 m breed en 1,80 m hoog zijn. De standplaats in overdekte ruimte minstens 5 m lang, 2,25 m breed en 1,80 m hoog. Een standplaats in open lucht minstens 5,50 m lang en 2,50 m breed.

Ze moet rechtstreeks toegankelijk zijn langs een weg van minimum :
7 m breedte als de standplaats een hoek van 90° vormt met die weg,
5 m breedte als de standplaats een hoek van 60° vormt met die weg,
4 m breedte als de standplaats een hoek van 45° vormt met die weg,
3,5 m breedte als de standplaats een hoek van 30° vormt met die weg,

De circulatieruimte evolueert mee met de breedte van de standplaats volgens de formule Y = X x 1,5 waarbij
X = versmalling circulatiebreedte in cm.
Y = verbreding standplaats in cm.

2) De standplaatsen opgericht op een ander perceel dat gelegen is binnen een omtrek van vierhonderd meter te rekenen van de omtrek van dit bouwperceel onder de vorm van hetzij een gesloten garage(box), hetzij een standplaats in een overdekte ruimte, daartoe speciaal aangelegd en uitgerust.

De aanvrager dient via notariële akte aan te tonen dat hij effectief eigenaar is van de garages die in binding worden genomen.  Deze aanvraag tot stedenbouwkundige binding zal vervolgens voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.

De sub 1) hierboven vermelde bepalingen zijn verder ook toepasselijk op deze parkeerplaatsen.

De aanvragen tot stedenbouwkundige binding van parkeerplaatsen, voorzien van een gewettigde handtekening van de houder van overschot van parkeerplaatsen, dienen uiterlijk op het ogenblik van de tweede vaststelling afgegeven.

Art. 2 : belastbaar feit
Er wordt voor de periode 1 juni 2017 tot en met 31 december 2019  een belasting gevestigd op het ontbreken van parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en bij uitvoering van verbouwingswerken.

Art. 3 : belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van de bouwvergunning, die één of meer in zijn bouwvergunning/omgevingsvergunning begrepen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd.

§2. De houder van de bouwvergunning/omgevingsvergunning blijft steeds, zelfs bij eventuele gehele of gedeeltelijke verkoop van een nieuw op te trekken gebouw of van het gebouw waaraan de verbouwingswerken werden uitgevoerd, het volledig bedrag van de belasting verschuldigd.

Art. 4 : berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op :

-       2 000,00 EUR per ontbrekende parkeerplaats voor stedenbouwkundige vergunningen/omgevingsvergunningen afgeleverd vóór 01/01/2014

-       4 000,00 EUR per ontbrekende parkeerplaats voor stedenbouwkundige vergunningen/omgevingsvergunningen afgeleverd na 01/01/2014.

Art. 5 : vrijstellingen
Er is vrijstelling van belasting :

- voor de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen
- wanneer het door bepalende voorschriften in het BPA, het RUP, de verkaveling of de stedenbouwkundige verordening niet mogelijk is garagepoorten (garage-inritten of garage-openingen) te voorzien; deze vrijstelling geldt voor bouwdossiers met ontvangstbewijs na 1 januari 2012.

Art. 6 : aantal aan te leggen parkeerplaatsen
Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen wordt bepaald als volgt :

A) Woongebouwen.

1) Nieuwbouw :

Voor een woning van minder dan 150 m² vloeroppervlakte : EEN (1) parkeerplaats per woning.

Voor woningen van 150 m² vloeroppervlakte of meer : EEN (1) parkeerplaats per 150 m² of bijkomend gedeelte van 150 m².

De vloeroppervlakte wordt per bouwlaag gemeten, met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de verticale verbindingswegen en met die van de kelders, zolders en garages.

Voor complexen van sociale woningen gebouwd door :

- Intercommunale verenigingen;

- Maatschappijen erkend door de Vlaamse Maatschappij voor sociaal wonen;

- Voor woningen gebouwd overeenkomstig de door de Vlaamse gemeenschap opgelegde voorwaarden met het oog op het toekennen van premies voor de bouw van sociale woningen door het privaat initiatief, volstaat het dat 60% van het aantal parkeerplaatsen effectief worden aangelegd, terwijl de oppervlakte voor de overige 40% evenwel moet gereserveerd worden, en dit niet ten koste van de groenstroken.

Bij gebouwencomplexen voor bejaarden gebouwd door :

- Intercommunale verenigingen,

- Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, verenigingen hoofdstuk Xll OCMW;

- Maatschappijen erkend door de Vlaamse Maatschappij voor sociaal wonen,

volstaat één parkeerplaats per drie woningen.

2) Verbouwingswerken :

Indien door verbouwingswerken bijkomende woningen ontstaan :
dezelfde regels als voor de nieuwbouw voor elke nieuw geschapen woning.

Indien dit niet het geval is : EEN (1) parkeerplaats meer voor elke bestaande woning waarvan de oppervlakte met tenminste 50 m² wordt vergroot.

B) Handelsgebouwen.

Het betreft de winkels en de warenhuizen, voor groot- en kleinhandel, alsook restaurants, cafés en dergelijke.

1) Nieuwbouw :

Voor een handelsgelegenheid van minder dan 150 m² vloeroppervlakte : EEN (1) parkeerplaats per handelsgelegenheid.

Voor een handelsgelegenheid van 150 m² vloeroppervlakte of meer : EEN (1) parkeerplaats per 50 m².

2) Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer telkens de vloeroppervlakte vergroot met een schijf van 50 m².

De vloeroppervlakte wordt per bouwlaag gemeten, met inbegrip van de buitenmuren, verminderd met de oppervlakte van de verticale verbindingsmuren en met die van de garages.

C) Industriële en ambachtelijke gebouwen, remises voor trams, autobussen en taxi's.

1) Nieuwbouw :

EEN (1) parkeerplaats per schijf van tien tewerkgestelde personen of per schijf van 100 m² bedrijfsoppervlakte.

2) Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer per schijf van 10 bijkomende tewerkgestelde personen of per schijf van 100 m² bijkomende bedrijfsvloeroppervlakte.

Door bedrijfsvloeroppervlakte wordt verstaan de som van de grondoppervlakte ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in open lucht en de vloeroppervlakte gebruikt voor de bedrijfsdoeleinden in gesloten gebouwen. Deze laatste vloeroppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de verticale verbindingswegen. Berg- en opslagplaatsen maken deel uit van de bedrijfsvloeroppervlakte. De parkeerplaatsen, bestemd om te voldoen, aan onderhavig verordening, niet.

D) Kantoorgebouwen.

1) Nieuwbouw :

EEN (1) parkeerplaats per schijf van 50 m² vloeroppervlakte.

2) Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer per schijf van 50 m² bijkomende vloeroppervlakte. De vloeroppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip der buitenmuren, verminderd met de oppervlakte der verticale verbindingswegen.

E) Autoherstelplaatsen.

1) Nieuwbouw :

EEN (1) parkeerplaats per schijf van 50 m² vloeroppervlakte.

2) Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer per schijf van 50 m² bijkomende vloeroppervlakte. De vloeroppervlakte wordt gemeten als voor handelsgebouwen.

F) Hotels.

1) Nieuwbouw :

EEN (1) parkeerplaats per schijf van drie hotelkamers.

2)Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer per schijf van drie bijkomende hotelkamers.

Logiesverstrekkende bedrijven met kamers die bestendig worden of kunnen worden betrokken en waarvan de gebruikers aldaar niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van Knokke-Heist en waarover zij op elk ogenblik hetzij als eigenaar, hetzij als huurder, hetzij als houder van een gebruiksvergunning kunnen beschikken, al dan niet tegen betaling :

- voor kamers die één woongelegenheid vormen zijn de bepalingen vermeld onder artikel 6 punt A (woongebouwen) van toepassing;

- voor de overige kamers zijn de bepalingen vermeld onder artikel 6 punt F 1) hotels van toepassing.

G) Schouwburgen, bioskopen, concertgebouwen, vergaderzalen, enz... .

1) Nieuwbouw :

EEN (1) parkeerplaats per schijf van tien zitplaatsen.

2) Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer per schijf van TIEN bijkomende zitplaatsen.

H) Ziekenhuizen en klinieken.

1) Nieuwbouw :

EEN (1) parkeerplaats per schijf van VIER bedden.

2) Verbouwingswerken :

EEN (1) parkeerplaats meer per schijf van VIER bijkomende bedden.

I) Onderwijsinrichtingen.

1) Nieuwbouw :

Het aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld per TIEN (10) gewone klassen.

Op de inrichtingen van het gemeentelijk, provinciaal en het vrij onderwijs, worden dezelfde aanbevelingen toegepast als die welke in onderstaande tabel voor gelijksoortige gemeenschapsinstellingen gelden.

Type onderwijsinrichting                                                 Aantal parkeerplaatsen per 10 gewone klassen:

Lagere school                                                                                               10
Middelbare school                                                                                         11
Koninklijk Atheneum                                                                                     12
Koninklijk Lyceum                                                                                         10
Normaalschool                                                                                              11
Technische school jongens                                                                             20
Technische school meisjes                                                                             10
Gemeenschapsinstituut verpleegkunde                                                            40
Hogere technische school                   - dagschool                                           30
                                                       - weekendschool                                    45
Lagere school voor buitengewoon onderwijs                                                    14

2) Verbouwingswerken :

Dezelfde normen als voor nieuwbouw gelden voor de bijkomende gewone klassen.

Door gewone klaslokalen verstaat men de klaslokalen waarin het algemeen onderricht wordt gegeven. Tot de gewone klassen behoren dus niet de lokalen waar uitsluitend een bijzondere vorm van onderricht wordt gegeven zoals laboratoria, de natuurkundeklassen, de gymnastiekzalen, de huishoudklassen en zo meer.

Art. 7 : controle door aangestelde beambte
§1. De vaststelling dat het gebouw :
- onder dak staat - dat de ruwbouw van de verbouwingswerken beëindigd is
- of dat gebouw, eventueel gedeeltelijk, bewoond of gebruikt wordt
geschiedt door de daartoe aangestelde beambte van het gemeentebestuur door middel van een proces-verbaal, waarin tevens het werkelijk aantal ontbrekende parkeerplaatsen op het ogenblik van de vaststelling wordt vermeld.

§2. Dit proces-verbaal wordt aan de belastingplichtige toegestuurd, die vanaf de datum van ontvangst over één jaar beschikt om eventueel het aantal ontbrekende parkeerplaatsen aan te vullen.

§3. Na het verstrijken van de termijn van één jaar wordt een tweede vaststelling gedaan door de aangestelde beambte en wordt in een proces-verbaal het definitief aantal ontbrekende parkeerplaatsen en de verschuldigde belasting vastgesteld.

§4. Zowel bij de eerste als bij de tweede vaststelling wordt de belastingplichtige acht kalenderdagen vooraf per aangetekend schrijven uitgenodigd om bij de vaststelling aanwezig te zijn.

Art. 8 : invordering
§1. De belasting is verschuldigd één jaar nadat het hoofdgebouw onder dak staat, of de ruwbouw van de verbouwingswerken werd beëindigd, of het gebouw - eventueel gedeeltelijk - wordt bewoond of gebruikt.

§2. De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

§3. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 9 : bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

Art. 10 : algemene bepalingen
§1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek van toepassing op deze belasting voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
§2. Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2014 houdende de belasting op ontbrekende parkeerplaatsen voor de aanslagjaren 2015-2019 wordt opgeheven vanaf 1 juni 2017.
§3. Van dit besluit wordt binnen twintig dagen een kopie verzonden naar de provinciegouverneur.

Datum beslissing :  31 /05/2017
Datum bekendmaking : 01/06/2017

Bijlage : belontbrparkrplaatsen_.pdf