Belasting op tweede verblijven

Artikel 1 : definitie

§1. Een tweede verblijf is een private woongelegenheid die voor de eigenaar of de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning kan worden gebruikt.
Dient niet tot hoofdverblijfplaats: een private woongelegenheid waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters van Knokke-Heist op 1 januari van het aanslagjaar. Ten aanzien van de gebruiker van het tweede verblijf wordt geen rekening gehouden met verdere onderverhuring, tijdelijke verhuring of gratis gebruiksverlening van het woonverblijf.

De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.

§2. Worden beschouwd als tweede verblijf :

-  landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes en alle vaste woonverblijven met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger;

-  een verblijf dat tegelijkertijd als woongelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit
gebruikt wordt.

 §3. Worden niet beschouwd als tweede verblijf :

-  de tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans;

-  de woongelegenheid die werd opgenomen op een inventaris of register in het kader van de gemeentebelasting op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, onveilig, verwaarloosd, bouwvallig, leegstaand of onafgewerkt;

-  de woongelegenheid waarvan het huurcontract afgesloten werd op het einde van het jaar van de aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar en waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister genoteerd wordt uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar;

-  de woongelegenheid waarvan de notariële akte verleden werd op het einde van het jaar van de aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar en waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister genoteerd wordt uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar;

-  de kamers die deel uitmaken van de uitbating van een logiesverstrekkend bedrijf;

 Art. 2. : belastbaar feit

Er wordt van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

 Art. 3. : belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die eigenaar is van het tweede verblijf. Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt. Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al of niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.

§2. In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder. De eigenaar is solidair gehouden tot betaling van de belasting.

§3. In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn deel.

§4. In geval van multi-eigendom, is iedere multi-eigenaar belastingplichtig volgens zijn toegewezen deel.

Art. 4. : berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting wordt per aanslagjaar vastgesteld op :

 

 

Tweede verblijf dat geen stacaravan is

Met een chalet gelijkgestelde caravan of stacaravan

Aanslagjaar 2017

730,00 EUR

365,00 EUR

Aanslagjaar 2018

740,00 EUR

370,00 EUR

Aanslagjaar 2019

750,00 EUR

375,00 EUR

 

 

 

§2. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar verschuldigd.

Art. 5. : vrijstellingen
§1. Op aanvraag van de belanghebbende wordt er vrijstelling van de belasting verleend wanneer de belastingplichtige kan aantonen dat op 1 januari van het aanslagjaar :

  • zijn niet-gemeubileerd gebouwd onroerend goed is opgenomen in een onteigeningsplan
  • zijn niet-gemeubileerd gebouwd onroerend goed wordt gerenoveerd of verbouwd waardoor het onbewoonbaar is. De vrijstelling kan slechts worden verleend voor een maximale periode van drie jaar;
  • hij zijn zakelijke rechten op zijn onroerend goed niet kan uitoefenen door toedoen van een ramp, overmacht, een lopende gerechtelijke of administratieve procedure of onderzoek of een niet-afgehandelde procedure van erfenis. De belasting is opnieuw verschuldigd vanaf 1 januari van het aanslagjaar volgend op het jaar waarin de omstandigheden die het vrij genot van zijn onroerend goed belemmerden, wegvallen.

 

§2. Vrijstelling van de belastingen op de tweede verblijven wordt verleend aan de belastingplichtige die :

  • zijn woongelegenheid op 1 januari van het aanslagjaar verhuurt aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn Knokke-Heist
  • zijn woongelegenheid op 1 januari van het aanslagjaar verhuurt aan het Sociaal Verhuurkantoor waarmee het gemeentebestuur Knokke-Heist en het OCMW Knokke-Heist een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten
  • eigenaar is van een woongelegenheid en hijzelf of zijn huurder opgenomen wordt in een woonzorgcentrum. Deze vrijstelling is beperkt tot het belastbaar goed waar de persoon, die opgenomen werd in een woonzorgcentrum, gedomicilieerd was. De vrijstelling kan slechts worden verleend voor het aanslagjaar volgend op de opname.

 Art. 6 : invordering

De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 7. : bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

Art. 8 : algemene bepalingen
§1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek van toepassing op deze belasting voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

§2. Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2013 betreffende de gemeentebelasting op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2014 t/m 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2017.

§3. Van dit besluit wordt binnen twintig dagen een kopie verzonden naar de provinciegouverneur.

Datum beslissing  : 22/12/2016
Datum bekendmaking : 23/12/2016

Bijlage : uittrekselgr22122016.pdf