Politieverordening op de dansgelegenheden

Politieverordening op de dansgelegenheden

(Gemeenteraad 8 februari 1974)

 

Zie ook wijziging op 29 03 1974

 

BESLUIT :

Het politiereglement op de dansgelegenheden, vastgesteld door onze Gemeenteraad in zitting van 3 maart 1972 en goedgekeurd door de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen in zitting van 13 april 1972, wordt ingetrokken.

VERORDENT :

Artikel 1.

Onderhavige politieverordening is toepasselijk op alle dancings en lokalen waar gedanst wordt, onverminderd de andere wettelijke en reglementaire bepalingen terzake.

HOOFDSTUK I - TOEPASSELIJK OP ALLE DANCINGS EN DANSGELEGENHEDEN

Art. 2.

Alle openbare danspartijen die niet in open lucht doorgaan, in het even welke lokalen of dansgelegenheden zij ingericht worden, moeten vooraleer ze mogen doorgaan, schriftelijk daartoe gemachtigd zijn door de heer Burgemeester of zijn gemachtigde.

Art. 3.

Alle dancings en dansgelegenheden dienen te voldoen aan volgende voorwaarden :

Bouwelementen, wandbekleding en versieringen :

Voor de losse of vaste wandbekleding de versieringen, mag geen gebruik gemaakt worden van riet, stro, papier of andere zeer gemakkelijk brandbare stoffen;

Binneninrichtingen die door warmte-invloed giftige gassen vrijgeven, zijn niet toegelaten.

Uitgangen en ontruiming :

De in- en uitgangen met inbegrip van de nooduitgangen, voor zover deze laatste voorgeschreven zijn, moeten in verhouding zijn met de maximale capaciteit van de zaal of de lokalen waarin gedanst wordt.
De uitgangswegen, uitgangen en deuren dienen een totale breedte te hebben die gelijk is, in centimeters, aan het aantal personen die ze moeten gebruiken om de uitgangen van de dancing te bereiken. De breedte van iedere uitgangsweg, uitgang en uitgangstrap moet minimum 0,80 m zijn.

De trappen en de daarop uitgevende in- en uitgangen dienen, van zodra zij een hoogteverschil met de vloer van het danslokaal en de openbare weg hebben van meer dan 0,45 m, in de totale breedte der in- en uitgangen, berekend te worden op 1,25 centimeter indien ze afdalen naar de uitgang en op 2 centimeter indien ze er naar opstijgen.

Wanneer het aantal personen, inbegrepen het personeel van de dancing, niet met voldoende benadering kan vastgesteld worden, stelt de uitbater dit aantal onder zijn eigen verantwoordelijkheid vast.

Alle uitgangen moeten over de volle breedte steeds vrij zijn van belemmeringen; zij mogen aldus niet versperd worden door de vestiaires, het stallen van fietsen, het opslaan van goederen of eender welke voorwerpen. Zij moeten op gemakkelijke en goed aangeduide wijze verbinding geven met de openbare weg of een veilige ruimte, gelegen op het gelijkvloers, waarvan de oppervlakte in verhouding staat tot de maximale capaciteit van de dancing.

De deuren geplaatst tussen de lokalen waar het publiek aanwezig is, alsook de in- en uitgangen dienen te openen in de richting van de vluchtweg met dien verstande evenwel dat deze die rechtstreeks op de openbare weg uitgeven niet buiten de rooilijn mogen komen.
Indien de deuren noodzakelijkerwijze naar binnen opendraaien moeten deze kunnen openslaan tegen een vast gedeelte van het gebouw en er stevig kunnen aan bevestigd worden.
Voor de bestaande inrichtingen op het ogenblik van het van kracht worden van onderhavige politieverordening mogen de deuren die naar binnen opendraaien behouden blijven.
Tijdens de openingsuren mogen ze in geen geval gegrendeld of met de sleutel gesloten worden.
Alle in- en uitgangsdeuren moeten voorzien zijn van een "deurpomp".
Draaideuren en draaipaaltjes zijn verboden.

De danslokalen die op bovenverdiepingen of in kelderverdiepingen gelegen zijn moeten door ten minste één trap bediend worden.

Verlichting en elektrische installaties :

De lokalen moeten behoorlijk verlicht zijn. Alleen elektriciteit is toegelaten als algemene verlichtingsbron.

Alle plaatsen waar het publiek aanwezig is of door moet, moeten voorzien zijn van een noodverlichting die voldoende lichtsterkte heeft om een ordelijke ontruiming te verzekeren, automatisch en onmiddellijk in werking treedt bij het uitvallen van de gewone verlichting en minstens één uur in werking blijft.

Iedere lamp van de noodverlichting dient individueel te kunnen werken.

Verwarming :

De dancing of dansgelegenheid moet verwarmd of verlucht worden op zodanige wijze dat alle veiligheidsmaatregelen getroffen zijn om de verhittingen, ontploffingen en brand te vermijden.

Voor de verwarming worden slechts toegelaten :

Warm water

Stoom onder lage druk

Warme lucht, voor zover :

de warme lucht zich in de generator voortdurend onder een hogere drukking bevindt dan de gassen die doorheen de vuurhaard trekken;

de generator uitgerust is met een doeltreffende stoffilter;

de verse lucht rechtstreeks in de open lucht aangezogen wordt;

de aanvoerkanalen van warme lucht uit brandwerende en onbarstbare materialen zijn gebouwd;

de temperatuur van de warme lucht in de kanalen, waar deze in de danszaal of aanhorigheden binnendringen, in geen enkele omstandigheid 80° C overschrijft.

De stookplaats van de centrale verwarming en de brandstoffenvoorraad moeten buiten het eigenlijke danslokaal gelegen zijn.

Elektriciteit, voor zover de temperatuur van de verwarmingsbestanddelen niet boven 100° C stijgt.

Brandbestrijdingsmiddelen :

Een voldoende hoeveelheid geschikte blusmiddelen moeten opgesteld worden op een goed zichtbare en bereikbare plaats in akkoord met de bevoegde brandweerdienst.

Het bestrijdingsmaterieel moet in goede staat van onderhoud verkeren en steeds bedrijfsklaar zijn.

Blustoestellen met broommethyl, tetrachloorkoolstof of andere producten waardoor er giftige uitwasemingen kunnen ontstaan, zijn verboden.

Periodieke controle :

Het materiaal voor de brandbestrijding en de verwarmingsinstallatie moet minstens één maal per jaar door de leverancier of een daartoe bevoegde firma of organisme aan een speciaal nazicht onderworpen worden.

De controlekaart moet steeds aan het toestel bevestigd zijn.

Bijzondere voorschriften :

De nodige maatregelen dienen genomen te worden om de brandrisico’s afkomstig van het roken te weren.

Desgevallend zal door de gasmaatschappij op de gastoevoerleiding buiten het gebouw een afsluiter worden geplaatst, bij voorkeur met een met de hand toedraaibare kraan.

Deze zal op de voorgevel of op het voetpad aangeduid worden met de letter "G".

De inrichting moet op het openbaar telefoonnet aangesloten zijn. In de onmiddellijke omgeving van het telefoontoestel, dat rechtstreeks te bereiken is, zullen de telefoonnummers van de hulpdiensten aangeduid staan.

Er mogen geen licht ontvlambare of gemakkelijk brandbare vloeistoffen of vloeibaar gemaakte gassen of houders met butaan- of propaangas gevuld, in de dansgelegenheid of aanhorigheden opgestapeld of geplaatst worden.

HOOFDSTUK II - DANCINGS WAAR MEER DAN 15 DAGEN PER JAAR WORDT GEDANST

Art. 4.

De dancings en dansgelegenheden waar meer dan vijftien dagen per kalenderjaar gedanst wordt moeten tevens aan volgende aanvullende voorwaarden voldoen :

Bouwelementen, wandbekleding of versieringen :

De muren, balken, kolommen, de zoldering, de vloer, de trappen, de deuren verbinding gevend tussen de dancing en de lokalen of ruimten niet behorend tot de uitbating moeten een minimum graad van weerstand tegen brand hebben van :

2 uren voor de muren, balken, kolommen e.a. die tot de algemene stabiliteit van het gebouw bijdragen alsmede de muren die de dancing scheiden van de overige delen van het gebouw, de zoldering, de vloer en de trappen;

1 uur voor de overige muren, de deuren verbinding gevend tussen de dancing en de lokalen of ruimten niet behorend tot de uitbating;

½ uur voor de wand- en plafondbekledingen en valse plafonds.

Voor de bestaande inrichtingen, op het ogenblik van het van kracht worden van onderhavige politieverordening kan door de Burgemeester, op advies van de brandweer, een afwijking toegestaan worden. Deze afwijking kan eveneens toegestaan worden voor de dakbedekking van de inrichtingen waarop geen verdieping of lokalen boven het danslokaal voorkomen.

Voor de zitplaatsen en in het algemeen de volledige binneninrichting mogen geen materialen aangewend worden die een graad van weerstand hebben van minder dan een half uur.

Door de bestaande inrichtingen, op het ogenblik van het van kracht worden van onderhavige politieverordening, mogen de materialen die geen half uur brandwerendheid hebben, behouden blijven, op voorwaarde dat zij een brandvertragende behandeling hebben ondergaan en waarbij alsdan een attest betreffende de geldigheidsduur van de graad van weerstand tegen brand en de hernieuwing van de behandeling, telkens aan de brandweerdienst dient voorgelegd te worden.

De deuren die een brandwerendheid dienen te hebben van minstens één uur, moeten op rookdichte wijze zelfsluitend zijn.

Het bijhorend attest van brandwerendheid van deze deuren, uitgaande van het opzoekingscentrum voor brandveiligheid, gehecht aan de faculteit van toegepaste wetenschappen van de Rijksuniversiteit te Gent, dient aan de brandweerdienst voorgelegd te worden.

Uitgangen en ontruiming :

Een nooduitgang moet voorzien worden aan de tegenovergestelde kant van de ingang van de dancing. Deze nooduitgang moet opendraaien in de zin van de uitgang, niet gegrendeld of gesloten zijn tijdens de openingsuren, volledig afhankelijk zijn van de eigenlijke dansgelegenheid en op gemakkelijke wijze zonder dat ingewikkelde gangen of lokalen dienen doorlopen te worden, toegang verlenen tot de openbare weg of een veilige ruimte waarvan de oppervlakte in verhouding staat tot de maximale capaciteit van de dancing.

Hij dient steeds vrij te blijven van alle belemmeringen.

Voor de plaats tot het aanbrengen van een nooduitgang kan in bepaalde gevallen door de Burgemeester, na raadpleging van de officier-dienstchef van de bevoegde brandweerdienst, afwijking worden toegestaan.

De plaats van elke uitgang en nooduitgang moet aangegeven zijn door het opschrift "UITGANG" of "NOODUITGANG".
Deze opschriften zijn groen op een witte achtergrond, op een groene met, met letters van minstens 115 mm hoogte.
Ze moeten van uit alle delen van de dancing goed leesbaar zijn en boven iedere deur aangebracht zijn.

De richting van de wegen en trappen die naar de uitgangen leiden wordt, zo dit door de schikking der plaatsen vereist is, op opvallende wijze aangegeven door pijlstrepen in het groen op witte achtergrond of wit op groene achtergrond.

De verlichting van alle opschriften en aanduidingen is aangesloten op de normale verlichting en op de noodverlichting.

De trappen moeten uit rechte delen bestaan; rol-, draai-, en spiltrappen zijn verboden. De treden moeten slipvrij zijn.

Verlichting en elektrische installaties :

De hoofdschakelaar van de elektriciteit moet buiten de eigenlijke dansgelegenheid geplaatst zijn en zo dicht mogelijk bij de openbare weg tegenaan een der uitgangen.

De ganse elektrische installatie en de noodverlichting dient om het jaar door een erkend organisme aan een speciaal nazicht onderworpen te worden. Het afgeleverd attest moet ten alle tijde aan de controlediensten kunnen voorgelegd worden. Aan de opmerkingen in het attest vermeld, moeten onverwijld het passend gevolg gegeven worden.

Iedere dag wordt, bij opening van de dancing, door de uitbater de noodverlichting beproefd en de toestand van de nooduitgangsdeuren nagezien.

Verwarming :

De stookplaats van de centrale verwarming en de brandstofvoorraad moeten in een afzonderlijke, uitsluitend daartoe bestemd, goed verlucht lokaal worden geïnstalleerd, dat niet rechtstreeks uitgeeft op de dancing. De muren, vloeren, zolderingen van deze lokalen zullen een weerstand tegen brand van minstens twee uren hebben. Deze lokalen zullen afgesloten worden door een zelfsluitende rookdichte branddeur met een graad van weerstand tegen brand van één uur.

De toevoerleiding tussen de brandstofvoorraad en stookplaats moet stevig bevestigd en uit metaal vervaardigd zijn. Op deze toevoerleiding moet ten minste één afsluitkraan worden geplaatst, op een veilige gemakkelijk bereikbare plaats, buiten de stookplaats gelegen.

Bijzondere voorschriften :

Desgevallend kunnen door de brandweer ventilatiekoepels of rookluiken voorgeschreven worden.

Al het personeel zal tegen de gevaren voortvloeiend uit een brand in de inrichting ingelicht worden. Sommige personeelsleden speciaal vooraf aangeduid omwille van de permanentie en de aard van hun functies, moeten geoefend worden in het hanteren van de brandbestrijdingsmiddelen en de ontruiming van de inrichting.

De verschillende graden van weerstand tegen brand dienen te worden toegepast overeenkomstig de bepalingen van de norm NBN 713.020.

Art. 5.

De uitbaters en aangestelden dienen er voor in te staan dat de muziek, noch over dag, noch bij nacht, de rust van de geburen en de inwoners stoort en de muziek op straat niet kan gehoord worden.

De Burgemeester en de door hem aangestelden, kunnen ten alle tijde de uitbater verplichten de muziek stil te leggen bij enige inbreuk of in het belang van de openbare orde en veiligheid.

Art. 6.

Met het oog op een regelmatige controle, zal de uitbater van de dancing of dansgelegenheid, ten alle tijde toegang verlenen aan de daartoe aangestelden van de politie en van de brandweerdienst.

De Burgemeester kan ten allen tijde na raadpleging van de officier-dienstchef van de bevoegde brandweerdienst, aanvullende voorwaarden opleggen, indien zulks noodzakelijk blijft in het belang van de openbare veiligheid.

De Burgemeester kan ten allen tijde na raadpleging van de Hoofdpolitiecommissaris, en/of de officier-dienstchef van de bevoegde brandweerdienst, afwijkingen op onderhavig reglement toestaan.

Hij kan eveneens in dezelfde voorwaarden de sluiting van de dancing of dansgelegenheid bevelen en tot de zegellegging doen overgaan.

Art. 7.

Onverminderd de bepalingen van deze verordening zullen de uitbaters van de dancings en de dansgelegenheden zich moeten schikken naar de bepalingen van het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming die verband houden met het inrichten van danszalen.

Art. 8.

Alle overtredingen van de beschikkingen van deze verordening zullen met politiestraffen gestraft worden, onverminderd de toepassing van art. 6 laatste paragraaf.

Art. 9.

Huidige verordening zal bekendgemaakt worden zoals voorgeschreven door artikel 102 van de gemeentewet.

Art. 10.

Afschrift van dit politiereglement zal worden overgemaakt aan :

de heer Gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen, met het oog op de kennisgeving ervan aan de Bestendige Deputatie

de Griffier van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge

de Officier van het Openbaar Ministerie bij de Politierechtbank te Brugge

de Bevelhebber van de Rijkswachtbrigade van onze gemeente.

Aangenomen met eenparigheid der aanwezige leden.

Politieverordening op de dansgelegenheden - wijziging (Gemeenteraad 29 maart 1974)

De Gemeenteraad in openbare zitting,

Gelet op het politiereglement op de dansgelegenheden gestemd in Gemeenteraad van 08.02.1974, inzonderheid artikel 2;

Gelet op de brief van de heer Gouverneur van de provincie van 06.03.1974 waarin bezwaar gemaakt wordt tegen de formulering van dit artikel 2;

Overwegende dat de vrijheid van vergadering gewaarborgd wordt door artikel 19 van de grondwet;

BESLUIT :

Artikel 1.

Artikel 2 van het politiereglement op de dansgelegenheden gestemd in Gemeenteraad van 08.02.1974 wordt ingetrokken en vervangen door de volgende tekst :

"Alle openbare danspartijen niet in open lucht ingericht, om het even in welke lokalen of dansgelegenheden zij doorgaan, moeten minstens achtenveertig uur voordat zij aanvangen, aangegeven worden bij het Gemeentebestuur".

Art. 2.

Afschrift van huidige wijziging van bedoeld politiereglement zal overgemaakt worden aan :

de heer Gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen met het oog op kennisgeving ervan aan de Bestendige Deputatie.

de Griffier van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge.

de Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Politierechtbank te Brugge.

de Rijkswachtbrigade te Knokke-Heist.

Aangenomen met eenparigheid der aanwezige leden.

 

Datum goedkeuring: 8 februari 1974

Datum bekendmaking: 1 april 1974

 

Bijlage: