Programmatische Aanpak Stikstof (Natura 2000)

Alles over PAS en de verschillende fases van de PAS.

Meer weten over Natura 2000.

Programmatische Aanpak Stikstof  of afgekort: PAS. Deze programmatische aanpak beoogt het stelselmatig terugdringen van stikstofdeposities, voornamelijk via de lucht, zodat de habitattypes die eraan gevoelig zijn uiterlijk in 2050 een gunstige staat van instandhouding kunnen bereiken en verdere achteruitgang van deze habitattypes intussen vermeden wordt. Dit wil zeggen dat een extra daling van de deposities wordt afgesproken met de betrokken sectoren, bovenop de daling die te verwachten is vanuit regulier beleid (mestdecreet, VLIF, MINA-plan…).

 

PAS in het kort

In opdracht van Europa heeft de Vlaamse overheid de Europese natuurdoelen, ook wel instandhoudingsdoelstellingen (IHD) genoemd, vastgelegd. Het realiseren van deze Europese natuurdoelen stelt Vlaanderen voor grote uitdagingen. Eén van die uitdagingen vormt de hoeveelheid stikstof die uit de lucht neerslaat op de natuur in de speciale beschermingszones (SBZ), de zogenaamde stikstofneerslag. De Europese regels bepalen dat activiteiten die een belangrijke negatieve impact kunnen hebben op het realiseren van de Europese natuurdoelen geen (her)vergunning meer kunnen krijgen, tenzij de negatieve effecten worden verminderd.

Elke vergunningplichtige activiteit die een mogelijk betekenisvolle aantasting veroorzaakt van de voor een bepaalde SBZ relevante Europees beschermde habitats of soorten, dient een passende beoordeling voor te leggen bij de vergunningaanvraag. De stikstofdeposities, in grote mate verantwoordelijk voor de milieueffecten verzuring en vermesting, overschrijden op vandaag in alle habitatrichtlijngebieden de kritische depositiewaarde (KDW) voor minstens één habitat. Dit zou kunnen leiden tot een vergunningenstop voor alle sectoren die bijdragen tot de stikstofdeposities, nl. landbouw, industrie en verkeer. Daarom besliste de Vlaamse Regering op 23 april 2014 eveneens tot het instellen van een Programmatische Aanpak van de Stikstofdeposities (PAS).

Het doel van de PAS is daarom in de eerste plaats het vermijden van een vergunningenstop en op langere termijn het creëren van ontwikkelruimte die deels kan gebruikt worden voor het vergunnen van nieuwe projecten en activiteiten voor zowel landbouw, industrie als verkeer.

Door onder meer de problematiek van de vermestende en verzurende stikstofdeposities (ammoniak of NH3 , en stikstofoxides of NOx) en het feit dat de landbouwsector, meer bepaald de veehouderij, de grootste bijdrager is in de ammoniakemissies, komt de vergunningenverlening aan landbouwbedrijven in het bijzonder in het vizier.

De ervaring uit Nederland leert dat het op punt stellen van een definitieve programmatische aanpak (DPAS) die rechtszekerheid geeft aan de vergunningaanvragers heel wat tijd vergt. Ook in Vlaanderen moet er nog heel wat onderzoek en juridisch werk gebeuren. Voor de landbouwsectoren moet onderzoek gebeuren naar ammoniakreducerende technieken die voldoen aan het BBT-criterium (beste beschikbare technieken), er moeten nadere analyses gemaakt worden van het effect veroorzaakt door stikstofneerslag op de habitats (met inbegrip van gebiedsanalyses), de socio-economische impact moet in kaart gebracht worden, de wijze waarop andere sectoren bijdragen aan de stikstofneerslag moet worden onderzocht ...

Om die reden heeft de overheid ervoor gekozen in fasen te werken.

  • De overgangsfase (2014 - 2015): in de overgangsfase, die samen met het goedkeuringsbesluit in werking trad en in 2015 afgerond zou moeten zijn, gaat de aandacht in eerste instantie naar een consistentere toepassing van de passende beoordeling, met de ontwikkeling van nieuwe instrumenten zoals voortoets en praktische wegwijzers. Daarnaast moeten verplichte emissiereducerende technieken en maatregelen tegen ammoniak-emissies ervoor zorgen dat de milieudruk afneemt.
  • Voorlopige PAS (uiterlijk tot 1 januari 2019): tijdens de VPAS-fase, die twee à drie jaar zal duren, zullen reductiedoelen per sector en per specifiekgebied worden bepaald. Zo wordt het duidelijk welke extra reducerende maatregelen nodig zijn, en kan er een herstelbeleid ontwikkeld worden.
  • Definitieve PAS (vanaf 2019): eenmaal alles in kaart gebracht is, kan de definitieve PAS van start gaan met een sluitend pakket brongerichte maatregelen (zowel algemeen als gebiedsspecifiek) en een volledig operationeel herstelbeleid.

 

PAS en landbouw

Om te vermijden dat de vergunningverlening vastloopt, werkt de Vlaamse overheid, samen met de sectororganisaties, waaronder de landbouworganisaties, aan een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Download de Samenvattende tabel met kleurcodes (significantiekader).

Samenvattende tabel met kleurcodes (significantiekader)

 

Brief

In het najaar van 2014 en begin 2015 kregen heel wat landbouwers een brief van het Agentschap Natuur en Bos met als titel "Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Invloed van de stikstofneerslag afkomstig van uw exploitatie op de Europese natuurdoelen in de speciale beschermingszones (SBZ)."

Via deze link kan u de verschillende typebrieven downloaden.

Wie krijgt een brief?

    • De landbouwer die in 2013 aangifteplichtig was, met 1 of meerdere actieve exploitaties én dieren heeft aangegeven bij de Mestbank.
    • De landbouwer die in 2014 een nieuwe exploitatie heeft aangegeven bij de Verzamelaanvraag bij het Agentschap voor Landbouw- en Visserij, waarbij niet aangeduid is dat er geen dieractiviteiten op de exploitatie aanwezig zijn.
    • De landbouwer die in 2013 rundvee geregistreerd heeft bij DierenGezondheidsZorg Vlaanderen (DGZ-Vlaanderen), maar die geen aangifte van de rundveebezetting 2013 indiende bij de Mestbank vóór 1/7/2014.

Wie krijgt geen brief?

    • De landbouwer van wie de exploitatie niet-aangifteplichtig is.
    • De landbouwer die in 2013 een actieve exploitatie heeft zonder dierbezetting op de aangifte 2013 bij de Mestbank.
    • De landbouwer die de exploitatie heeft stopgezet.

De goedkeuring door de Vlaamse Regering van de 36 S-IHD-besluiten en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) zal een aanzienlijke invloed hebben op het (milieu)vergunningenbeleid. Met deze brief wil de Vlaamse overheid de landbouwer een benaderend beeld geven van de eventuele impact van zijn/haar exploitatie op vlak van stikstofneerslag op de instandhoudingsdoelstellingen of Europese natuurdoelen. Deze brief heeft geen enkele juridische waarde, maar is enkel van informatieve aard. Deze dient om landbouwers een benaderend beeld te geven van de toestand voor hun exploitatie zoals die vandaag (lees voor het jaar 2013) gekend is.

Wie meerdere exploitaties heeft, krijgt per exploitatie een brief met een berekening.

Bijlage 1: berekening van de bijdrage van ammoniakemissies

Bij de brief zit een bijlage 1 met de resultaten van de berekening voor de exploitatie. Het is belangrijk te weten dat voor deze berekening de dierenaantallen uit de aangifte voor het productiejaar 2013 bij de Mestbank werden gebruikt. Deze aantallen kunnen afwijken van deze opgenomen in de toegekende milieuvergunning. Het resultaat van de berekening is louter informatief en is gebaseerd op de gegevens en de aannames zoals tot op heden (lees: 2013) gekend.

In dit document krijgt de landbouwer meegedeeld wat de bijdrage is van de ammoniakemissies van de aanwezige stallen van de vermelde exploitatie aan de kritische depositiewaarde van het habitatgebied en in welke categorie de exploitatie terecht komt (kleurcode). De landbouwer krijgt ook een overzicht van alle gegevens die gebruikt werden voor de berekening van deze ammoniakbijdrage. De berekening gebeurde namelijk op basis van

    1. de locatie van de exploitatie;
    2. de dieraantallen;
    3. het type stalsysteem, zoals gekend door de aangifte voor het productiejaar 2013 bij de Mestbank;
    4. de aannames betreffende de stalparameters.

Bijlage 2: relatie tussen stikstofneerslag en de milieuvergunningverlening

De mogelijke gevolgen voor een vergunningsaanvraag kunt u lezen in bijlage 2. Deze bijlage gaat kort in op de aanpak die gehanteerd wordt in de PAS voor de vergunningverlening tijdens de overgangsfase, die tot midden 2015 zal duren. De bijlage is belangrijk indien de landbouwer tijdens de overgangsfase een vergunningsaanvraag doet voor een hervergunning, een uitbreiding of een nieuwe inrichting.

Op het moment van een milieuvergunningsaanvraag (nieuw, hernieuwing, wijziging, uitbreiding, toevoeging) zal een uitgebreidere berekening gemaakt worden met de gegevens die dan in de vergunningsaanvraag opgenomen zijn en met het op dat ogenblik geldende beoordelingskader. De vergunningsaanvraag zal behandeld worden volgens de bijdrage aan ammoniakemissies berekend op het moment van de vergunningsaanvraag.

Omwille van de problematiek van de huidige hoge stikstofneerslag moet in principe nagenoeg elke bijkomende vergunning of hervergunning voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de stikstofneerslag in een habitatrichtlijngebied gezien worden als een mogelijke oorzaak van een “betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken speciale beschermingszone (SBZ)”. Dit zou ertoe leiden dat elke vergunningsaanvraag die verband houdt
met een dergelijk project, op grond van de passende beoordeling geweigerd moet worden.

Om de voortgang van de vergunningverlening te garanderen werd een significantiekader of maatregelenkader uitgewerkt waarbij gewaarborgd wordt dat de milieudruk niet verder toeneemt en dat uitzonderlijk hoge bijdrages niet bestendigd worden (regeringsmededeling “Programmatische Aanpak van Stikstofdeposities”, van 23 april 2014).

Passende beoordeling

Bij het indienen van de milieuvergunningsaanvraag moet er volgens bijlage 4A, punt G5 van titel I van het VLAREM een passende beoordeling toegevoegd worden indien een inrichting een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een SBZ kan veroorzaken.

Om te weten of er een passende beoordeling nodig is voor uw aanvraag, ingevolge het aspect stikstofneerslag, kan u gebruik maken van de depositiescan (www.voortoets.be).

Wanneer de depositiescan rood licht geeft, is er mogelijks een betekenisvolle aantasting van de vastgestelde actuele of te realiseren habitats, waarvoor de SBZ-H werd vastgesteld. In dat geval moet verder overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos uitwijzen of u een passende beoordeling moet opmaken.

Een onderdeel van de passende beoordeling gaat over stikstofneerslag uit de lucht, die in het geval van veehouderijen voor het grootste deel veroorzaakt wordt door ammoniakemissies. Daarbij zal dan een diepgaande berekening moeten gebeuren om uw bijdrage van de stikstofneerslag ten opzichte van de kritische depositiewaarde van de getroffen habitat te bepalen. Op basis van het resultaat van die berekening zal bepaald worden wat er (niet) mogelijk is en eventueel onder welke voorwaarden.

Herberekening

Voor de betreffende exploitatie is het mogelijk dat de gegevens niet volledig correct zijn met de aangifte of dat ze afwijken van de gegevens in de milieuvergunning. Bekijk daarom de gegevens zorgvuldig. Indien de gebruikte gegevens niet correct zouden zijn, kan de landbouwer vanaf 1 november 2014 via http://pas.marvin.vito.be een herberekening laten uitvoeren.

Maximaal 24 uur na het invoeren van uw exploitatiegegevens, ontvangt u een e-mail met het nieuw berekende resultaat.

Indien u geen toegang hebt tot het internet, maakt u een kopie van deze bijlage, brengt u de wijzigingen van de getallen aan en stuurt u deze op naar het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB):

Koning Albert II-laan 20, bus 8

1000 Brussel.

 

Meer informatie

De gemeente Knokke-Heist heeft geen accurate informatie over welke landbouwbedrijven geconfronteerd worden met PAS. Via dit kaartje ziet u een overzicht van het aantal bedrijven per gemeente met een rode en oranje brief.

Kaart-VVSG-roodoranjelandbouw

Voor veel gestelde vragen kan u terecht op http://www.natura2000.vlaanderen.be/pas.

Bij andere vragen omtrent PAS kan u terecht op het gratis nummer van de Vlaamse overheid: 1700 (elke werkdag van 9 tot 19 uur).

  • Gelieve uw ontvangen brief, bijlage 1 en uw milieuvergunning bij de hand te houden als u telefonisch contact opneemt.
  • Bel 1700 en kies in het keuzemenu voor 4 ("Andere vragen).
  • 1700 zal u indien nodig in contact brengen met de dienst die uw bedrijfsspecifieke vragen zal beantwoorden.

 

Links

Contact

Milieu & Natuur Alfred Verweeplein 1 8300 Knokke-Heist

Openingsuren

050630197 050630159  milieu@knokke-heist.be