Natura 2000

Alles over Natura 2000: www.natura2000.vlaanderen.be.

 

Wat is Natura 2000?

De Europese natuur is uniek. Haast nergens anders ter wereld vind je op zo’n kleine oppervlakte en verspreid over zoveel verschillende landen zo’n levendig lappendeken van landschappen. Natura 2000 is de naam voor het Europese natuurnetwerk, het grootste netwerk van natuurgebieden ter wereld. Het Europese netwerk bestaat uit meer dan 26.000 gebieden in de 27 landen en heeft een oppervlakte van meer dan 750.000 km² op het land en bijna 200.000 km² op zee. Het beschermt meer dan 200 bedreigde leefgebieden en meer dan 1.200 verschillende soorten dieren en planten.

Natura 2000 verzekert de toekomst van Europa’s meest kwetsbare dier- en plantensoorten en hun leefgebieden (habitats) door ze extra aandacht te geven. Alle lidstaten van de Europese Unie nemen in de Natura 2000-gebieden maatregelen om de Europese soorten en hun leefplekken ook in de toekomst kansen te geven. Dat willen ze samen met de gebruikers van deze gebieden doen. En die natuur levert ook voordelen op voor de mens: zuiver water, ruimte voor recreatie, een gezonde bodem, frisse lucht…

Het filmpje via https://vimeo.com/97419813 geeft je een duidelijk beeld van wat Natura 2000 precies inhoudt. De filosofie van de Europese natuurdoelen wordt er in uitgelegd, maar ook de terminologie en trajecten die erbij horen.

De Natura 2000-gebieden worden ook ‘speciale beschermingszones’ of SBZ genoemd.

De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vormen de juridische pijlers van Natura 2000. Op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn is een samenhangend Europees netwerk van beschermde gebieden aangeduid.

De Vogelrichtlijn uit 1979 heeft als doel alle wilde vogels en hun belangrijkste habitats in de hele Europese Unie te beschermen. Ze verplicht de lidstaten de gebieden te beschermen die belangrijk zijn voor alle trekvogelsoorten en voor meer dan 190 bijzonder bedreigde soorten.

De maatregelen van de Habitatrichtlijn (1992) zijn vergelijkbaar, maar ze hebben betrekking op een veel groter aantal Europese soorten. De Habitatrichtlijn vraagt bovendien een doelgerichte bescherming van zeldzame en bijzondere habitattypen, gaande van Scandinavische natuurlijke bossen, over kalkhoudende rotsbodems aan de Atlantische kust tot de heidegebieden in de Vlaamse Kempen.

Uitgebreide informatie vindt u via https://www.natura2000.vlaanderen.be/wat-natura-2000.

 

Natura 2000 in Vlaanderen

Vlaanderen telt 62 Natura 2000-gebieden. Naast hele grote en bekende natuurgebieden zoals de Kalmthoutse Heide of het Zwin behoren ook minder bekende gebieden tot het Europese natuurnetwerk in Vlaanderen: het Dommeldal in Limburg en het West-Vlaamse Heuvelland bijvoorbeeld. Het grootste gebied meet 13.125 hectare, het kleinste amper 86 hectare. Meer dan 12% van de oppervlakte van Vlaanderen behoort tot het Natura 2000-netwerk. Bekijk het overzicht via deze kaart. 1661,87 km² is de totale oppervlakte aan Natura 2000-gebieden in Vlaanderen.

Op Europees niveau is een lijst opgemaakt van de habitats en soorten die beschermd moeten worden in Europa. Een overzicht voor Vlaanderen is terug te vinden op volgende website https://www.ecopedia.be/pagina/europees-beschermde-natuur.

Vogelrichtlijngebieden en habitatrichtlijngebieden kunnen elkaar volledig of deels overlappen. Door deze overlapping zijn er in de praktijk 41 gebieden (t.o.v. de eerder vermeld 62) in Vlaanderen.

Criteria Habitatrichtlijngebied

Voor de speciale beschermingszones in toepassing van de Habitatrichtlijn gebeurt de voorlopige vaststelling op grond van de criteria van bijlage V van het Natuurdecreet, overgenomen uit de Habitatrichtlijn. Met behulp van de relevante wetenschappelijke gegevens worden deze dan toegepast in de afbakening.

  1. Criteria voor de beoordeling van het gebied voor een beschermd habitattype:
    • mate waarin het type natuurlijke habitat voorkomt in het gebied
    • hoeveel oppervlakte bestrijkt het natuurlijke habitattype in het gebied (ten opzichte van de totale oppervlakte die dit type natuurlijke habitat inneemt op het nationale grondgebied)
    • in welke mate zijn de structuur en de functies van het natuurlijke habitattype intact en is er een mogelijkheid om het te herstellen
      ◦wat betekent het gebied voor de instandhouding van het betrokken type natuurlijke habitat
  2. Criteria voor de beoordeling van het gebied voor een beschermde soort:
    • omvang en dichtheid van de populatie van de soort in het gebied ten opzichte van de populaties op nationaal niveau
    • in welke mate zijn de elementen van de habitat die van belang zijn voor de soort in stand gehouden en en wat zijn de herstelmogelijkheden
    • mate van isolatie van de populatie in het gebied ten opzichte van het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort
    • ◦wat betekent het gebied voor de instandhouding van de soort

 

Criteria Vogelrichtlijngebied

Voor de speciale beschermingszones in toepassing van de Vogelrichtlijn worden de gebieden aangewezen die naar aantal en oppervlakte het meest geschikt zijn voor de instandhouding van:

  • de vogelsoorten van bijlage IV van het Natuurdecreet
  • de trekvogels die niet in bijlage IV van het Natuurdecreet genoemd zijn maar wel regelmatig voorkomen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest. Hierbij wordt rekening gehouden met hun behoefte aan rustplaatsen in de trekzones en bescherming van hun broed-, rui-, foerageer- en overwinteringsgebieden.

 

Natura 2000 in Knokke-Heist

In Knokke-Heist zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen:

 

Bekijk ook even het overzicht van alle natuur in Knokke-Heist (of beter gezegd: van alle gebieden, die ietwat met natuur te maken hebben).

 

Natuurdoelen of instandhoudingsdoelstellingen

Bekijk het filmpje over de natuurdoelen.

Natura 2000 wil zeldzame Europese habitattypes en soorten duurzaam in stand houden (Vlaamse bevoegdheid). Eerst moet je bepalen hoeveel individuen van een soort nodig zijn om te kunnen spreken van een leefbare populatie. En hoe groot bijvoorbeeld een heidegebied moet zijn om onderdak te kunnen geven aan alle typische heidesoorten. Dit noemen we de instandhoudingsdoelstellingen of kortweg natuurdoelen.

Deze natuurdoelen (officieel: instandhoudingsdoelstellingen of IHD) helpen om aan iedereen duidelijk te maken waar men naartoe wil met een bepaald gebied. De doelen zullen ook richting geven aan de maatregelen die in een gebied genomen worden. De opmaak van de natuurdoelen gebeurt in twee fasen: er bestaan gewestelijke doelstellingen voor Vlaanderen als geheel, en specifieke doelstellingen per gebied of speciale beschermingszone.

Fase 1: de opmaak van de gewestelijke natuurdoelen

De natuurdoelen voor heel Vlaanderen worden de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen genoemd, of kortweg G-IHD. Ze geven weer wat in totaal in Vlaanderen nodig is om de bedreigde Europese soorten en habitats een veilige toekomst te geven. Ze geven de minimaal noodzakelijke oppervlakte of populatiegrootte aan voor de in het Vlaams Gewest voorkomende habitats en soorten om in een gunstige staat van instandhouding te komen d.w.z. dat ze duurzaam zullen kunnen overleven. Voor habitattypes wordt dit uitgedrukt in termen van areaal (verspreidingsgebied), oppervlakte en kwaliteit; voor soorten in termen van areaal, populatiegrootte en kwaliteit van het leefgebied.

Bijvoorbeeld: hoeveel broedparen zijn er nodig voor een levensvatbare Vlaamse populatie van een akkervogel? Hoeveel akkers en akkerranden zijn daarvoor nodig? Van welk type moeten die zijn?

De G-IHD zijn voorlopig vastgelegd bij besluit van de Vlaamse regering.

Gunstige staat van instandhouding

De staat van instandhouding van een habitat wordt als gunstig beschouwd wanneer:

    • het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de oppervlakte van die habitat binnen dat gebied stabiel zijn of toenemen;
    • de nodige specifieke structuur en functies voor behoud op lange termijn bestaan en in de afzienbare toekomst vermoedelijk zullen blijven bestaan;
    • de staat van instandhouding van de voor die habitat gunstige typische soorten gunstig is.

De staat van instandhouding van een soort wordt als gunstig beschouwd wanneer:

    • uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog altijd een levensvatbare component is van de habitat waarin de soort voorkomt en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven;
    • het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden;
    • er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.

Fase 2: de opmaak van de specifieke natuurdoelen per Natura 2000-gebied

In welke gebieden Vlaanderen inspanningen moet leveren voor welke soorten en habitats, is een volgende stap. De G-IHD worden dan verfijnd per Natura 2000-gebied. Dit zijn de specifieke natuurdoelen, of kortweg S-IHD (specifieke instandhoudingsdoelstellingen).

Op 23 april 2014 keurde de vorige Vlaamse Regering 36 zogenaamde S-IHD-besluiten goed. De S-IHD zijn de maatregelen die nodig zijn om Europees beschermde habitats en soorten in een speciale beschermingszone (SBZ) duurzaam te beschermen zoals opgelegd in de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor elke SBZ ligt nu vast hoeveel habitatoppervlakte of welke populatiegrootte voor soorten er nodig is en welke de vereiste kwaliteit of welke de vereiste milieuomstandigheden zijn om de gunstige staat van instandhouding voor die gebieden te garanderen.

Ze leggen bijvoorbeeld vast dat in de beken van de Antwerpse Kempen de grote modderkruiper aandacht moet krijgen. Of dat in de Scheldevallei de zeldzame wilgenvloedbossen eerherstel vragen, en dat de zeldzame kustduinen gevrijwaard moeten worden van verdroging en verbossing. Kortom: welk deel van de opdracht neemt elk gebied voor zijn rekening?

Download de goedgekeurde aanwijzingsbesluiten.

Er worden doelstellingen opgemaakt voor soorten en habitats die ofwel

  • voor het gebied werden aangemeld aan Europa;
  • in het gebied voorkomen;
  • via de G-IHD aan het gebied werden toegewezen.

De doelstellingen worden bepaald op basis van ecologische overwegingen. Het instituut voor Natuur- en Bosonderzoek stelde hiervoor de zogenaamde LSVI-tabellen (lokale staat van instandhouding) op. Via deze tabellen kan op een wetenschappelijk objectieve wijze bepaald worden in welke toestand de habitats en soorten zich bevinden in het gebied. Op basis van het actuele voorkomen, de vereisten van deze habitats en soorten, de potenties in het gebied en de socio-economische overwegingen, worden vervolgens de doelstellingen opgesteld.

Eén van de doelstellingen is de Programmatische Aanpak van de Stikstofdeposities (PAS).

Managementplannen: een draaiboek voor elk gebied

Eens de natuurdoelen zijn goedgekeurd, kan voor elk Natura 2000-gebied een managementplan worden opgemaakt. Dat plan zegt hoe de natuurdoelen voor dat gebied gehaald kunnen worden en wie wat gaat doen. Het is het draaiboek van een Natura 2000-gebied.

De managementplannen roepen geen nieuwe wettelijke instrumenten in het leven. Wel passen ze de bestaande instrumenten toe op maat van het gebied: de juiste maatregelen op de juiste plaats dus. De maatregelen moeten ook haalbaar en betaalbaar zijn. Ook die afweging tussen natuurdoelen enerzijds en economie, cultuur, recreatie… anderzijds, zit in het managementplan vervat.

Download de EC-nota "Het concept zoekzone in het instandhoudingsbeleid".

Werkt het?

Vlaanderen rapporteert op geregelde tijdstippen bij Europa over de voortgang van Natura 2000. De Europese Unie stelt met de rapporten van de verschillende lidstaten voor elke soort en habitat de staat van instandhouding vast op Europees niveau. Zo wordt duidelijk of Natura 2000 in zijn opzet slaagt, en waar bijkomende inspanningen nodig zijn. Als een lidstaat zich niet voldoende inzet om de doelen te halen, kan de Europese Commissie boetes opleggen of subsidies schrappen.

 

Links