Bronbemaling bij bouwwerken, bouwwerven

Samengevat

Sinds 4 oktober 2014 is het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem) gewijzigd voor het onderdeel bronbemalingen. Bronbemalingen zijn volgens Vlarem hinderlijke inrichtingen en zijn ingedeeld onder "rubriek 53 Winning van grondwater".

Deze wetswijziging houdt in dat elke bronbemaling voor bouwwerken (particulier, bedrijf of overheid) een vlaremdossier moet indienen. Dit is dus tenminste een melding (klasse 3, de laagste categorie in Vlarem).

Het plaatsen van een kelder (bijv. 25m²), bouwen van een ondergrondse garage, het leggen of herstellen van rioleringen, uitvoeren van wegeniswerken, ... voor elk van deze voorbeelden en vele andere gelijkaardige werken moet er dus een vlaremdossier ingediend worden (minstens klasse 3).
Op zich is dit niets nieuws. Dit moest voorheen ook al. Er moest minstens al een klasse 3 ingediend worden. Er was echter geen beperking op de diepte van de bemaling. Dit is nu gewijzigd. De grens van 4 meter speelt een rol en de locatie van de bemaling, al dan niet gelegen in een beschermd (natuur)gebied.

Inleiding

Sinds 4 oktober 2014 is het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem) gewijzigd voor het onderdeel bronbemalingen. Bronbemalingen zijn volgens Vlarem hinderlijke inrichtingen en zijn ingedeeld onder "rubriek 53 Winning van grondwater".

Deze wetswijziging houdt in dat elke bronbemaling voor bouwwerken (particulier, bedrijf of overheid) een vlaremdossier moet indienen.

Bronbemalingen omvatten alle grondbemalingen, filterbemalingen, open bemalingen en iedere andere vorm van bemaling, alsook drainage via oppomping:

  • tijdelijke bemalingen (bijvoorbeeld enkel tijdens de constructiefase van een bouwwerk)
  • permanente bemalingen (bijvoorbeeld het continu droog houden van kelders, tunnels, ondergrondse garages)
  • retourbemalingen (opgepompt grondwater, dat onbehandeld en niet-verontreinigd in dezelfde watervoerende laag wordt teruggebracht)
  • proefbemalingen

Dus als het nu gaat om

  • ofwel het plaatsen van een kelder van bijvoorbeeld 25m²
  • ofwel het bouwen van een ondergrondse garage (1 of 2 verdiepingen ondergronds)
  • ofwel het leggen of herstellen van rioleringen
  • ofwel het uitvoeren van wegeniswerken
  • ...

Voor elk van deze voorbeelden en vele andere gelijkaardige werken moet er dus een vlaremdossier ingediend worden.

 

Rubriek 53 algemeen

Al deze bronbemalingen zijn ingedeeld binnen de Vlarem-wetgeving onder "rubriek 53 winning van grondwater".
Een bronbemaling is weliswaar niet echt inwinnen van grondwater, maar het grondwater wordt wel onttrokken op een bepaalde plaats en "verplaatst" naar een andere plaats (dezelfde watervoerende laag, oppervlakte water, riolering, ...). Dus volgens vlarem is dit dus winning van grondwater.

Uitzondering

Er zijn twee uitzonderingen: bronbemalingen, die niet vlarem-plichtig zijn:

  • een grondwaterwinning waaruit het water uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt
  • een grondwaterwinning tot maximum 500 m³ per jaar waarvan het water uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden wordt gebruikt

Dus, in je eigen tuin, mag je dus een put boren en grondwater onttrekken om bijvoorbeeld de moestuin water geven. Dit mag zonder vergunning of melding, zolang het dus met een handpomp gebeurt. En je zorgt er best voor dat er niet meer dan 500m³ (500000 liter) per jaar wordt opgepompt.

12 subrubrieken

Binnen rubriek 53 zijn er dan 12 subrubrieken. Soms is er ook overlap tussen deze subrubrieken. Rubriek 53.2. zal het vaakst voorkomen in het kader van gebouwen.

  1. Rubriek 53.1. Grondwaterwinningsputten of proefpompingen
  2. Rubriek 53.2. Bronbemaling voor bouwkundige werken of openbare nutsvoorzieningen
  3. Rubriek 53.3. Drainering voor het gebruik en/of de exploitatie van cultuurgrond
  4. Rubriek 53.4. Bronbemaling voor tunnels of mijnverzakkingsgebieden
  5. Rubriek 53.5. Bronbemaling voor gebouwen of bedrijfsterreinen
  6. Rubriek 53.6. Grondwaterwinningsputten voor koude-warmtepompen
  7. Rubriek 53.7. Grondwaterwinning voor openbare watervoorziening
  8. Rubriek 53.8. Andere grondwaterwinningsputten
  9. Rubriek 53.9. Onttrekken van grondwater
  10. Rubriek 53.10. Waterbeheersingsprojecten voor landbouwdoeleinden
  11. Rubriek 53.11. Onttrekken van grondwater
  12. Rubriek 53.12. Grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning met inbegrip van terugpompingen van belucht grondwater in dezelfde freatische watervoerende laag voor ondergrondse beluchting

 

Subrubriek 53.2. in detail

Eerst is er een onderscheid op basis van de locatie waar de bronbemaling gebeurt. Gebeurt de bemaling in een beschermd (natuur)gebied, dan is de verdere indeling op basis van het debiet. Anders is de indeling op basis van de diepte van de verlaging van het grondwaterpeil, gecombineerd met het debiet.

In één van volgende gebieden: beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied (aangeduid door het gewestplan, een BPA, een RUP of een niet-vervallen verkavelingsvergunning). Dit komt min of meer neer op de gebieden, die een groene kleur dragen, op deze kaart. Let wel, de kaart dekt niet alles en op sommige plaatsen dekt de kaart wat teveel, maar het komt aardig in de buurt.

Indeling volgens debiet:

  • subrubriek 53.2.1°a): met een debiet van maximum 500 m3 per dag en 30.000 m³ per jaar (klasse 3)
  • subrubriek 53.2.1°b): met een debiet van meer dan 500 m3 per dag of meer dan 30.000 m³ per jaar, tot maximum van 2.000 m3 per dag (klasse 2 en advies bij enkele Vlaamse overheidsdiensten o.a. Vlaamse Milieumaatschappij)
  • subrubriek 53.2.1°c): met een debiet van meer dan 2.000 m3 per dag (klasse 1 en advies bij enkele Vlaamse overheidsdiensten o.a. Vlaamse Milieumaatschappij; de aanvraag wordt ingediend bij de provincie)

NIET in één van bovenstaande gebieden:

Indeling volgens debiet en diepte van verlaging van grondwaterpeil

  • subrubriek 53.2.2°a): met een netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³ per jaar en een maximale verlaging van het grondwaterpeil tot vier meter onder maaiveld (klasse 3)
  • subrubriek 53.2.2°a): met een netto opgepompt debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en een maximale verlaging van het grondwaterpeil tot vier meter onder maaiveld (klasse 3)
  • subrubriek 53.2.2°a): met een netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³ per jaar en een maximale verlaging van het grondwaterpeil tot meer dan vier meter onder maaiveld (klasse 3)
  • subrubriek 53.2.2°b): met een netto opgepompt debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en een maximale verlaging van het grondwaterpeil tot meer dan vier meter onder maaiveld (klasse 2)

 

Subrubriek 53.11. in detail

Het is niet omdat de exploitatie in aanmerking komt voor subrubriek 53.2., dat ook rubriek 53.11. niet van toepassing kan zijn. Er kunnen dus meerdere subrubrieken van toepassing zijn. Subrubriek 53.11. gaat meestal gepaard met andere subrubrieken onder rubriek 53.

Subrubriek 53.11. gaat over het onttrekken van grondwater (al dan niet met inbegrip van terugpompingen) met debieten hoger dan 1000m³ per dag.

  • subrubriek  53.11.1°: Onttrekken van grondwater, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, en met een netto onttrokken debiet van 2500 m³ per dag of meer (klasse 1 en advies bij enkele Vlaamse overheidsdiensten o.a. Vlaamse Milieumaatschappij)
  • subrubriek  53.11.2°: Onttrekken van grondwater met een debiet van 1000 m³ per dag of meer als de activiteit gelegen is in of een aanzienlijke invloed kan hebben op een gebied zoals aangeduid in uitvoering van het decreet houdende maatregelen ter bescherming van de kustduinen van 14 juli 1993 of als de activiteit een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken (klasse 1 en advies bij enkele Vlaamse overheidsdiensten o.a. Vlaamse Milieumaatschappij)

 

Opgelet met debieten van 1000m³ per dag

Let goed op indien er in de inrichting meer dan 1000m³ per dag opgepompt wordt. Naast andere subrubrieken (bijv. subrubriek 53.2.) kan ook nog subriek 53.11. van toepassing zijn. Dit houdt in dat voor meerdere subrubrieken onder rubriek 53 een vergunning dient aangevraagd te worden. Ingeval subrubriek 53.11. van toepassing is, dan gaat het steeds om een klasse 1 vergunning.

Milieueffectrapportage

Naast de vlarem-wetgeving is het ook mogelijk dat bij debieten van 1000m³ per dag het MER-besluit van tel is. Het MER-besluit is het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage; dit is het uitvoeringsbesluit horende bij Titel IV "Milieueffect- en veiligheidsrapportage" van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM).

De projecten, die onderworpen zijn aan milieueffectrapportage, zijn terug te vinden onder bijlage 1, 2 en/of 3 van het MER-besluit.

  • Bijlage 1 (De categorieën van projecten die overeenkomstig artikel 4.3.2, § 1 van het decreet aan de project-m.e.r. worden onderworpen en waarvoor een project-MER moet worden opgesteld.)
    • Categorie 15. Werkzaamheden voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater wanneer het jaarlijkse volume onttrokken of aangevuld water 10 miljoen m³ of meer bedraagt.
  • Bijlage 2 (De categorieën van projecten waarvoor overeenkomstig artikel 4.3.2, § 2 en § 3, van het decreet een project-MER of een gemotiveerd verzoek tot ontheffing moet worden opgesteld.)
    • Categorie 10.O. Infrastructuurwerken: werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater:
      • Onttrekken van grondwater, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, als het netto onttrokken debiet 2500 m³ per dag of meer bedraagt.
      • Kunstmatige aanvullingen van grondwater als het debiet 2500 m³ per dag of meer bedraagt.
      • Onttrekken van grondwater als het debiet 1.000 m3 per dag of meer bedraagt en de activiteit gelegen is in of een aanzienlijke invloed kan hebben op een gebied zoals aangeduid in uitvoering van het decreet houdende maatregelen ter bescherming van de kustduinen van 14 juli 1993 of als de activiteit een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken.
  • Bijlage 3 (De categorieën van projecten waarvoor overeenkomstig artikel 4.3.2, § 2bis en § 3bis, van het decreet een project-MER of een project-m.e.r.-screeningsnota moet worden opgesteld.)
    • Categorie 10.J. Infrastructuurwerken: werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater, die niet opgenomen zijn bijlage I of bijlage II van het MER-besluit.

 

 

Netto opgepompt debiet

Bij rubriek 53.2.2° is het netto opgepompt debiet van belang. Het volume onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater, dat in dezelfde watervoerende laag wordt teruggebracht, mag in mindering worden gebracht voor zover:

  • geen verstoring wordt veroorzaakt van het contactvlak tussen zoet en zout grondwater;
  • de verlaging t.g.v. de onttrekking wordt gecompenseerd door het teruggebrachte volume grondwater.

Indien het opgepompte grondwater in oppervlaktewater wordt afgevoerd, en niet in dezelfde watervoerende laag, zal het netto opgepompt debiet gelijk zijn aan het opgepompt debiet, en zal de verlaging van het grondwaterpeil hoger zijn.

 

Voorwaarden bij een grondwaterwinning (dus ook bij een bemaling)

Naast de administratieve procedure bepaalt de VLAREM-wetgeving ook de milieuvoorwaarden, zowel algemene, sectorale als bijzondere voorwaarden. Deze zijn terug te vinden binnen de wetteksten onder Titel II van het VLAREM.

 

Algemene voorwaarden

Deze voorwaarden zijn altijd van toepassing.

  • De exploitant moet als normaal zorgvuldig persoon steeds de beste beschikbare technieken toepassen ter bescherming van mens en milieu, en dit zowel bij de keuze van behandelingsmethodes op het niveau van de emissies, als bij de keuze van bronbeperkende maatregelen (aangepaste produktietechnieken en -methoden, grondstoffenbeheersing, energie en dergelijke meer). Bij de bepaling van de BBT moeten de criteria van bijlage 18 van titel I van het VLAREM in aanmerking worden genomen. Deze verplichting geldt eveneens voor wijzigingen aan ingedeelde inrichtingen, alsook voor activiteiten die op zichzelf niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn (artikel 4.1.2.1. uit Vlarem-II).

 

Sectorale voorwaarden

De sectorale voorwaarden, specifiek voor rubriek 53, dus voor om het even welke grondwaterwinning, zijn vermeld onder "hoofdstuk 5.53. Winning van grondwater" van Vlarem-II.

De belangrijkste voorwaarden, die dus altijd van toepassing zijn voor om het even welke grondwaterwinning, worden hieronder opgesomd:

  • De grondwaterwinning wordt aangelegd, gewijzigd, verbouwd en geexploiteerd volgens de regels van goed vakmanschap zoals opgenomen in de code van goede praktijk voor boren, exploiteren en afsluiten van boorputten voor grondwaterwinning vastgesteld in bijlage 5.53.1 van Vlarem-II. Elke verontreiniging van het grondwater, zowel tijdens de aanleg als tijdens de exploitatie wordt vermeden. (artikel 5.53.1.2. van Vlarem-II)
  • Het aanleggen, wijzigen, verbouwen en buiten dienst stellen van een grondwaterwinning mag vanaf 1 januari 2015 alleen gebeuren door een boorbedrijf, erkend volgens het VLAREL, voor de desbetreffende discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1) of 2), van het voormelde besluit. (artikel 5.53.1.2. van Vlarem-II)
    • Dus voor grondwaterwinningen, bemalingen en draineringen, stabiliteits- en geotechnische boringen, ... is een erkenning als boorbedrijf verplicht.
    • Heeft een bedrijf (aannemer, bouwbedrijf, ...) dergelijke erkenning niet, dan kan het bedrijf geen bemaling uitvoeren.
    • Meer informatie is terug te vinden op https://www.vmm.be/water/grondwater/erkende-boorbedrijven.
  • De exploitant neemt alle voorzorgen teneinde schade aan onroerende goederen binnen de invloedsstraal van een grondwaterwinning te vermijden. Indien door het onttrekken van het grondwater zettingsgevoelige gronden, inzonderheid veen en turf, ontwaterd kunnen worden, laat hij op zijn kosten voor de ingebruikname van de grondwaterwinning een plaatsbeschrijving uitvoeren van al de constructies gelegen in zettingsgevoelige gronden die door ontwatering een gevaar zijn voor de stabiliteit van deze constructies binnen de invloedszone. Op deze constructies worden zettingsbakens aangebracht en genivelleerd ten opzichte van een referentiepunt buiten de invloedszone. (artikel 5.53.1.3. van Vlarem-II)
  • Het is verboden de inrichtingen, vermeld in rubriek 53 van de indelingslijst, aan te leggen of te exploiteren als ze zich dieper dan 2,5 m onder het maaiveld bevinden en geheel of gedeeltelijk liggen in een beschermingszone van het type I of II van grondwaterwinningen, bestemd voor de openbare watervoorziening, zoals afgebakend in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones, tenzij ze noodzakelijk zijn voor de productie van drinkwater. (artikel 5.53.1.4. van Vlarem-II)
  • Het boorgat wordt bovenaan afgedicht om verontreiniging van de grondwaterlagen te voorkomen. Het is verboden om verschillende watervoerende lagen met elkaar in verbinding te brengen, zowel via meerdere filters in één boorgat als via de ruimte tussen de boorput en de wand van het boorgat. Het plaatsen van kleistoppen ter hoogte van de scheidende lagen of het cementeren van de ruimte tussen de ingebrachte buizen en de wand van het boorgat is verplicht. (artikel 5.53.2.1. van Vlarem-II)
  • Het grondwaterpeil in de pompput, de boring of elke installatie voor het winnen van het grondwater, uitgezonderd bronbemalingen door middel van vacuümpompen, moet zowel met de winning in rust als in werking steeds gemeten kunnen worden. Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, wordt er daarom in elke boorgat een rechte onvervormbare peilbuis geplaatst met een binnendiameter van ten minste 18 mm. De peilbuis wordt geplaatst conform de voorschriften in de code van goede praktijk voor boren, exploiteren en afsluiten van boorputten voor grondwaterwinning vastgesteld in bijlage 5.53.1 van Vlarem-II. (artikel 5.53.2.2. van Vlarem-II)

De belangrijkste sectorale voorwaarden, die altijd van toepassing zijn voor om het even welke bronbemalingen, zijn terug te vinden onder "Onderafdeling 5.53.6.1. Bronbemalingen en draineringen" en hier opgesomd:

  • Het grondwater dat onttrokken wordt bij de bronbemalingen bedoeld in subrubriek 53.2 van de indelingslijst moet, in zoverre dit met toepassing van beste beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht buiten de onttrekkingszone. Hiervoor kan gebruikgemaakt worden van infiltratieputten, infiltratiebekkens of infiltratiegrachten. Indien dit technisch onmogelijk is mag het water geloosd worden in het openbare of private hydrografische net. De infiltratie of de lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Volumes hoger dan 10 m³ per uur mogen niet geloosd worden in openbare rioleringen aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie behoudens de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van de exploitant van deze installatie.

 

Bijzondere voorwaarden

Naast de algemene voorwaarden en de sectorale voorwaarden, die dus steeds van toepassing zijn, kan de bevoegde overheid (gemeente of provincie) nog extra voorwaarden opleggen; dit zijn de bijzondere voorwaarden.

  • De grondwaterwinning of bemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting. Deze meetinrichting (bijv. een debietsmeter) moet voldoen aan de voorwaarden van afdeling 5.53.3. "Meetinrichtingen voor het opgepompte grondwater" van Vlarem-II.
  • De werkelijke opgepompte debieten van alle pompen moeten, conform Vlarem, via een debietsmeter gemeten worden per deeltraject. De debietsmeterstanden moeten wekelijks in een register genoteerd worden en ter inzage liggen op de werf voor de toezichthoudende ambtenaar.
  • De peilmetingen moeten wekelijks in een register genoteerd worden en ter inzage liggen op de werf voor de toezichthoudende ambtenaar.
  • De start van de bemaling moet gemeld worden aan de vergunning verlenende overheid, aan de toezichthoudende ambtenaar en, in geval van klasse 2 of klasse 1, aan de VMM Dienst Grondwater- en Lokaal Waterbeheer.
    • Deze voorwaarde kan worden aangevuld met: "De exploitant dient contact op te nemen met het AGSO-Waterbedrijf Knokke-Heist (http://www.agsoknokke-heist.be/) in verband met de opvolging van de grondwaterstand, de peilmetingen en de debietmetingen."
  • Plaatsing van de pomp(en)
    • De pompen worden zo geplaatst, dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de pompen en de generatoren, bij de omwonenden afneemt.
    • Indien technisch mogelijk worden de pompen omkast of ingekapseld, zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt.
  • Bij gebruik van een dieselgenerator
    • De voorkeur gaat uit naar het gebruik van pompen, die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten; dus waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van dieselgeneratoren.
    • De generatoren worden zo geplaatst, dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de generatoren, bij de omwonenden afneemt.
    • Indien technisch mogelijk worden de generatoren omkast of ingekapseld, zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aanvoer van de luchtinstroom en de afvoer van de uitlaatgassen.
    • De generatoren worden zo geplaatst, dat de uitlaatgassen van de dieselgeneratoren zou min mogelijk overlast bezorgen bij de omwonenden.
  • Erkenning als boorbedrijf
    • Het aanleggen, wijzigen, verbouwen en buiten dienst stellen van een grondwaterwinning mag alleen gebeuren door een boorbedrijf, erkend volgens het VLAREL (Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu; 19/11/2010), voor de desbetreffende discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1) of 2), van het VLAREL. Meer informatie is terug te vinden op https://www.vmm.be/water/grondwater/erkende-boorbedrijven.
  • Bij gebruik van lichtbronnen
    • Onverminderd andere reglementaire bepalingen treft de exploitant de nodige maatregelen om lichthinder te voorkomen.
    • Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt.
    • Klemtoonverlichting mag uitsluitend gericht zijn op de inrichting of onderdelen ervan.